Verhulde drama's

Voor de camera van fotograaf Dana Lixenberg is iedereen gelijk, van George Clooney tot de dakloze in rolstoel. ,,Het gaat mij niet om persoonlijke omstandigheden, maar om karakters, portretten.”

Het lijkt een idyllische foto van een voorbeeldig gezinnetje. Hij heeft zijn arm beschermend om haar schouder gelegd en kijkt zelfverzekerd in de lens.

Zij stopt net een roodbruine haarlok achter haar oor en staart dromerig in de verte. Hun zoontje, links in beeld, draagt een vrolijk Spidermanshirt. Ze poseren op de stoep voor een huis van rode bakstenen. De zon schijnt door het bladerdak van een dikke boom en strooit lichte vlekjes rond hun voeten.

,,Ze hebben intussen geprobeerd samen zelfmoord te plegen”, zegt Dana Lixenberg (Amsterdam, 1964), die het portret in 2002 maakte in het Amerikaanse plaatsje Jeffersonville. ,,De vader is overleden en de moeder heeft het overleefd. Zij leed aan zware depressies. Het tragische is dat het kind juist een sterke band had met zijn vader. Die hield de boel bij elkaar, ook al had hij chronisch pijn in zijn rug en kon hij daarvoor niet behandeld worden. Hij was ook altijd ontzettend trots op zijn vrouw. Hij vond haar erg mooi.”

In een restaurant in Amsterdam bladert Dana Lixenberg door een map met foto's die ze heeft geselecteerd voor haar tentoonstelling in De Hallen en het bijbehorende fotoboek, getiteld Jeffersonville, Indiana. Op het eerste gezicht ogen de veertig portretten als een dwarsdoorsnede van de Amerikaanse samenleving. Er zitten foto's tussen van puisterige pubers, werkende moeders, werkloze vaders, te dikke kinderen en modebewuste, schijnbaar succesvolle jonge vrouwen. Toch horen bij al deze doodgewone gezichten opmerkelijke en soms verbijsterende verhalen. Op het moment dat de foto's gemaakt werden verbleven alle geportretteerden in Haven House, een particulier opvanghuis voor daklozen in Jeffersonville.

,,Zij is negentien en heeft een kindje van twee”, vertelt Lixenberg bij een foto van een blanke vrouw in spijkerbroek. Een zonnestraal valt precies op de halsketting van de jonge moeder. '#1 mom', staat er op het bedeltje. Lixenberg: ,,Ze was weggelopen bij haar gewelddadige vriend. Toen ik haar voor het eerst ontmoette had ze niets, niet eens luiers voor haar baby.”

En bij een portret van een man met lang haar en een ontbloot bovenlijf: ,,Hij is onlangs overleden aan een hartstilstand. Hij zat in een rolstoel en moest medicijnen slikken waarop hij allergisch reageerde. Zijn levensverhaal overtreft iedere smartlap. Hij was zijn benen verloren nadat hij in een dronken bui opeens had besloten zijn kinderen op te zoeken. Maar het was hartje winter en tijdens het liften viel hij in slaap in de sneeuw. Toen zijn zijn benen bevroren.”

Acht jaar geleden kwam Dana Lixenberg voor het eerst in Jeffersonville, om in opdracht van Jane Magazine een reportage te maken over jonge dakloze vrouwen. Het onderwerp raakte haar, en in de jaren daarna keerde ze ieder jaar een dag of tien terug om nieuwe foto's te maken in het Haven House. Ze zag steeds weer andere mensen aankloppen voor onderdak – een constante stroom van mannen en vrouwen die er ondanks dubbele banen niet in slaagden de huur op te brengen, of arbeidsongeschikten die niet in aanmerking kwamen voor een uitkering.

Op de tentoonstelling en in het boek krijgen we hun persoonlijke verhalen niet te horen. De daklozen heten er eenvoudigweg Sarah, Becky of Nikki. Op geen enkele manier heeft Lixenberg haar foto's aangedikt of gedramatiseerd. Doug, de man zonder benen, is vanaf zijn middenrif geportretteerd – het schokeffect van de rolstoel blijft zo buiten beeld. In plaats daarvan wordt je blik geleid naar subtiele details die door de technische camera zijn vastgelegd, zoals de enkele grijze haar in zijn wuivende haardos, of het gedeeltelijk verbleekte gezichtje dat op zijn borst is getatoeëerd. Niets wijst erop dat hij invalide of dakloos is – je denkt eerder aan een overjarige rocker – en dat is ook precies de bedoeling.

Geen effectbejag Waar veel nieuwsfotografen het menselijk leed zouden uitvergroten teneinde gevoelens van medelijden of schuld op te roepen bij de kijker, probeert Lixenberg rolbevestigende clichés te vermijden. Effectbejag is haar vreemd. ,,Je hoeft het niet uit te spellen”, zegt ze. En juist doordat haar foto's zo akelig herkenbaar zijn, raken ze je. Dit, zo besef je maar al te goed, kan ons allemaal overkomen.

,,Natuurlijk wist ik dat in Amerika hele gezinnen en ook werkende mensen in deze omstandigheden zaten”, zegt Lixenberg. ,,Maar er is een verschil tussen iets weten en ermee in contact komen. Pas na de eerste ontmoetingen in het Haven House realiseerde ik me dat het om een hele grote groep ging. Jeffersonville is een plaats van zo'n 29.000 inwoners in het conservatieve hart van Amerika. Bible belt country. Je verwacht niet dat in zo'n kleine gemeenschap toch zoveel mensen in de problemen raken. Jeffersonville staat model voor wat op grote schaal in het hele land gebeurt, en wat een groeiend probleem is. Ik woon in New York, waar de problematiek op straat ligt en waar je dagelijks geconfronteerd wordt met zwervers. Vaak zijn dat zwarte Amerikanen of immigranten. Maar deze mensen waren vrijwel allemaal blank en voldeden niet aan het beeld dat men van daklozen heeft.”

Lixenberg wilde de inwoners van het Haven House een gezicht geven, ze als individuen laten zien. ,,Het gaat mij niet om hun persoonlijke omstandigheden of verhalen, maar om hun karakters, hun portretten. Ik ben geen journalist. Bovendien zeggen die individuele geschiedenissen niets over de oorzaak van het probleem. In een ander land, of in een andere tijd, zouden deze mensen niet op straat beland zijn. Belangrijker is dat ieder portret als beeld op zichzelf staat, ook als je de achtergrond van de geportretteerde niet kent. Er staan ook nauwelijks groepsportretten in het boek. Gezinsfoto's – zeker een moeder met kind – worden al snel te symbolisch. Deze foto bijvoorbeeld”, en ze pakt een portret van een vader die op een bankje gitaar speelt voor zijn dochter, ,,neigt naar een EO-beeld.”

Toch vertellen alle foto's samen wel een verhaal. Wanneer je alle portretten achter elkaar bekijkt, voel je de armoede. Het zit hem in hele kleine details: in de huid die er door gebrek aan verse voeding nogal grauw uitziet, of in de galajurk die net iets te losjes om het lichaam valt omdat ze bij het Leger des Heils nu eenmaal niet zoveel keus hebben. Lixenberg: ,,Je ziet wel dat het geen welvarende mensen zijn. Maar er zijn in Amerika sowieso erg veel mensen die op de rand leven, en maar net kunnen rondkomen. Als je één maand huur mist, kun je al op straat komen te staan. Dingen sluiten heel slecht aan in Amerika.”

Bendeleden Vijftien jaar woont Dana Lixenberg inmiddels in de Verenigde Staten. Ze vestigde zich op haar 25ste in New York, nadat ze een foto-opleiding in Londen had gevolgd en een tijdje aan de Rietveld Academie had gestudeerd. Een paar jaar later brak ze door met een fotoserie over Imperial Courts, een woningbouwproject in Watts, een van de beruchtste zwarte getto's van Los Angeles. Lixenberg verbleef een maand lang in de wijk die een jaar eerder, na de mishandeling van Rodney King, nog het decor had gevormd van plunderingen en rassenrellen. Ze maakte er, in stemmig zwart-wit, foto's van de kansloze inwoners van de Imperial Courts, onder wie ook diverse bendeleden van de Crips. De serie kreeg in 1993 een prominente plaats in Vibe, het net opgerichte tijdschrift voor zwarte popmuziek, en leverde haar veel nieuwe opdrachten op.

Inmiddels heeft de Nederlandse fotografe in Amerika een indrukwekkend cv opgebouwd, met opdrachtgevers als GQ, Rolling Stone, Newsweek, The New Yorker en The New York Times. Talloze beroemdheden poseerden het afgelopen decennium voor haar camera, onder wie Iggy Pop, Bono, Prince, Donald Trump, Willem Dafoe, Tupac, Notorious B.I.G. en Whitney Houston. Tegelijkertijd is Lixenberg ook altijd de minder gefortuneerde Amerikanen blijven fotograferen: prostituees en pornoacteurs, ter dood veroordeelde vrouwen (voor NRC Handelsblad) en nabestaanden van in Irak gesneuvelde soldaten (voor Life Magazine).

De verschillen in status mogen groot zijn, voor Lixenbergs camera is iedereen gelijk. Ze fotografeert altijd met een 4 x 5-model, een technische camera op een statief waar lichtgevoelige cassettes in geschoven moeten worden. Het is een techniek die veel concentratie vergt van fotograaf en model. Hoewel Lixenberg gezegend is met een vlotte babbel, wordt er tijdens haar fotosessies nauwelijks gepraat. ,,Heel soms geef ik aanwijzingen, heel klein. Als ik iets moois zie vraag ik of ze dat nog even kunnen vasthouden. Ik stuur wel dingen, maar ik zal nooit zeggen: hou je hand zo.” Ze drukt af op het moment dat het model uit zijn rol stapt, het ogenblik dat de gedachten net even afdwalen. Daarom staat haast niemand lachend op haar foto's. En daarom ziet Leonard Cohen er kwetsbaar, en Sean Penn er ongelukkig uit.

Zo zelfbewust als de daklozen van Jeffersonville overkomen, zo gewoontjes ogen de sterren. Tenminste, zo lijkt het. Volgens Lixenberg is dat slechts de perceptie van de toeschouwer. ,,Ik maak geen glamourfoto's, maar ik vind wel dat de celebrities mooi op mijn foto's staan. Het zijn geflatteerde portretten, ze zijn alleen anders dan je gewend bent. Ik denk dat in al mijn werk een soort melancholie zit, een bepaalde soberheid. Dat heeft met mijn karakter te maken. Het is niet zo dat ik beroemdheden neerhaal en daklozen op een voetstuk plaats. De benadering is niet zo heel anders. Alleen wordt een onderwerp als dakloosheid in de media meestal op spectaculaire wijze in beeld gebracht. Wat dat betreft zou je mijn Jeffersonville-serie als saai kunnen bestempelen.”

Lixenberg vertelt dat ze wegens haar kale, onopgesmukte manier van fotograferen ook regelmatig afwijzingen krijgt. ,,Zo mag ik haast nooit actrices fotograferen. Maar er zijn ook acteurs die mijn stijl wel prettig vinden, bijvoorbeeld mannen die als sekssymbool worden gezien. Zij hebben het gevoel meer serieus te worden genomen, omdat ik niet verwacht dat ze weer hun shirt uittrekken. Grappig is wel dat een character actor als Tim Robbins niet door mij gefotografeerd wilde worden. Terwijl de wat knappere acteurs als George Clooney of Ethan Hawk het allemaal wel best vonden. Die zitten waarschijnlijk beter in hun vel.”

Veel sterren weten zelf precies hoe ze er het beste opstaan. Het is de kunst om die poses te doorbreken. Lixenberg: ,,Voor hen is het gewoon werk. Ik probeer de sessies daarom zo kort mogelijk te houden, ga niet hun tijd zitten te verdoen door gezellig te gaan doen. Het grootste compliment is wanneer iemand zegt: dat viel mee. Je kunt alleen maar hopen dat zo'n shoot voor hen iets meer is dan alleen maar sleur, dat er even een moment van interactie is. Sommige sterren zijn zelf al heel grappig. George Clooney bijvoorbeeld is een enorme kletskous, dus bij hem was het heel moeilijk om dat ogenblik van concentratie te krijgen. Het was bij hem heel lastig om een voor mij fotogeniek moment te creëren. Hij was niet het meest inspirerende onderwerp, maar wel een hele leuke man.”

Clooney was zo enthousiast dat hij haar weer vroeg toen hij voor een ander blad gefotografeerd moest worden. Toch is een tweede fotosessie meer uitzondering dan regel. In een langdurige samenwerking, zoals tussen Anton Corbijn en U2, is Lixenberg niet geïnteresseerd. ,,Ik zie dat niet als een droomscenario. Anton Corbijn werkt vanuit zijn passie voor muziek. Je zou hem een veredelde fan kunnen noemen. Hij vindt het leuk om vanuit die persoonlijke relatie met artiesten te werken. Ik heb die behoefte niet. Er is niemand die ik per se nog een tweede keer zou willen fotograferen. Ik ben tevreden als er na een sessie één foto tussen zit – een soort iconisch beeld – dat een langer leven heeft dan de opdracht waar hij voor gemaakt is.

,,Natuurlijk was het geweldig om deel uit te maken van Vibe toen hiphop net serieus werd genomen door de rest van de wereld. De ontmoetingen met rappers als Tupac en Biggy waren heel bijzonder, ik ben blij dat ik dat heb mogen meemaken. Maar ik ben niet in die wereld gestapt omdat ik een hiphopfanaat was. Ik hoef niet iemand mooi te vinden of van zijn muziek te houden. Ook popartiesten en acteurs benader ik vanuit een documentair perspectief. Pas geleden heb ik in Las Vegas foto's gemaakt van mensen die sterren als Elton John of Christina Aguilera imiteren. Het publiek weet dat het nep is, maar vraagt toch om handtekeningen en wil met ze op de foto. Die celebrity-impersonators vind ik minstens zo interessant als de celebrity zelf.”

Dana Lixenberg neemt tijdens het fotograferen liever wat afstand. De handeling zelf, het bestuderen van de details in een gezicht of de contouren van een lijf, is al intiem genoeg. Die beschouwende houding had ze als kind al, vertelt ze. ,,Als ik op een feestje kwam, stortte ik me nooit meteen in het feestgedruis. Eerst de kat uit de boom kijken. Eén voet erbuiten en één voet erin.” Toen ze op haar achttiende de fotografie ontdekte, voelde dat als een openbaring. ,,Het was een enorme opluchting te ontdekken dat er een medium was dat precies bij me paste. Ik ben nogal nieuwsgierig van aard. Nu had ik een excuus om op mensen af te stappen en nieuwe werelden te ontdekken.”

Freefighters Door haar opdrachten komt ze in alle uithoeken van de Amerikaanse samenleving. In de arena's waar freefighters elkaar te lijf gaan, in bordelen en louche nachtclubs, maar ook in dure hotels en op luxe privé-jachten. Ze portretteerde kunstenaars en filosofen, racisten en religieuze fanaten. Het zijn oorden en mensen die door velen als extreem worden ervaren, maar waar Lixenberg aan gewend is geraakt. ,,Voor mij valt het extreme vaak weg als ik de mensen ontmoet. Dat had ik ook toen ik in L.A. in het getto fotografeerde. Ik was van alle kanten gewaarschuwd, niet in de laatste plaats door de beeldvorming in de media, maar toen ik daar eenmaal was viel het met die heftigheid wel mee. Alles werd eigenlijk heel snel gewoon.”

Die onverwachte ontmoetingen, dat is waar ze het voor doet. Laatst nog, vertelt ze, werd ze voor een spoedklus voor New York Magazine naar de zogenaamde Harlem Club gestuurd. ,,Ze hadden een verhaal over een man die een club was begonnen voor welvarende zwarte professionals. Een plek waar mannen bijeen konden komen om vrouwen te ontmoeten die geselecteerd waren op uiterlijk. Ik had iets heel elegants verwacht, maar het was op een wat ranzige locatie op Madison Avenue. De naam was met de hand op de deur geschreven, en binnen werd de drank geserveerd in plastic bekertjes. Stond ik daar opeens met mijn assistent en de journalist in die surrealistische omgeving. Dat is heerlijk, om binnen te kunnen stappen in een bizarre scene.

Daar zal ik nooit genoeg van krijgen.”

Dana Lixenberg: Homeless USA. T/m 5 juni in De Hallen, Grote Markt 16, Haarlem. Di t/m za 11-17u, zo 12-17u. Inl: 023-5115775 of www.dehallen.com. Catalogus, Uitgeverij Artimo, 35 euro.

T/m 23 april is ook werk van Dana Lixenberg te zien in galerie BowieVanValen, Jacob van Lennepstraat 305a, Amsterdam. Di t/m za 11-18u. Inl : 020-4121214 of www.bowievanvalen.com