Verdeling van geld scholen via postcode

Het kabinet wil middelbare scholen extra geld geven als zij veel leerlingen hebben die wonen in een achterstandswijk. Daarvoor zullen de postcodes van de scholieren worden gebruikt. De nieuwe regeling gaat op 1 januari 2007 in.

Het kabinet denkt dat op deze manier het extra geld vooral terecht zal komen op de VMBO-scholen. De eis is dat veertig procent van de leerlingen uit een achterstandswijk komt. Nu krijgen scholen extra geld voor scholieren die komen uit een ander land.

Het kabinet wil anders dan voorheen bij het toekennen van achterstandsgelden niet meer kijken naar de etniciteit van de scholier. De nieuwe indicator is in opdracht van het ministerie van Onderwijs ontwikkeld door het Instituut Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) in Nijmegen. Het instituut onderzocht of `omgevingskenmerken' van leerlingen bruikbaar zijn als voorspeller van leerachterstanden. De indicator maakt gebruik van een combinatie van de vier cijfers uit de postcode en de gekozen leerweg van de scholier. Beide gegevens zijn te achterhalen via het registratienummer van de leerling bij de Informatie Beheer Groep, waardoor opgave door scholen overbodig wordt.

Eerder maakte het ministerie van Onderwijs bekend de rol van gemeenten te willen terugdringen in het onderwijsachterstandenbeleid. Nu is het nog zo dat een groot deel van het geld direct naar de onderwijswethouder gaat die het budget vervolgens verdeelt onder de schoolbesturen in zijn gemeente. Per 1 augustus vervalt dit. Het budget gaat dan zonder tussenkomst van de gemeente naar de scholen.

Het kabinet maakte gisteren ook bekend zij vanaf 2007 minder wil bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid: van 60 naar zo'n 30 miljoen per jaar. Bij aanvang van dit kabinet was dat nog 100 miljoen. De bezuiniging gaat per 1 september in. Het totale budget voor Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOA) gaat van 235 naar 200 miljoen euro.