Tsjechov trekt door de hel

Van 11 juli tot 13 oktober 1890 verbleef Anton Tsjechov op het eiland Sachalin, een strafkolonie in het uiterste oosten van het Russische rijk. Hij ging erheen om de hel te zien: het leven van de dwangarbeiders. Tsjechovs reis was een statement jegens zijn critici die vonden dat hij in zijn werk nooit een politiek standpunt innam. Maar in een brief aan een vriend schreef hij dat hij ook naar Sachalin ging om zijn schuld jegens de geneeskunde in te lossen, die hij door zijn literaire werk jarenlang had verwaarloosd. In een andere brief beweerde hij dat er een stagnatie in zijn persoonlijk leven had plaatsgevonden. Met de hem eigen ironie: `Ik heb wat peper in mijn achterste nodig.'

De reis, onder erbarmelijke omstandigheden, heeft Tsjechovs door tbc ondermijnde gezondheid geen goed gedaan. Hij deed er 81 dagen over om op Sachalin te komen. In een rijtuig zonder vering trok hij dwars door Siberië, over slechte wegen en door moerassen. Het weer was belabberd. Het verslag van zijn ervaringen leverde echter een belangrijk boek op, De reis naar Sachalin, dat leidde tot hervormingen in de strafkolonie, zoals het afschaffen van zweepslagen. Na dertig jaar is het opnieuw – en aanmerkelijk beter dan voorheen – in het Nederlands vertaald en van twee nawoorden voorzien.

Je kunt De reis naar Sachalin het best als een soort volkstelling zien, omdat het gebaseerd is op de omvangrijke hoeveelheid statistisch materiaal die Tsjechov op 10.000 steekkaarten heeft verzameld. Een literair hoogtepunt in Tsjechovs oeuvre is het dus niet, de schrijver laat zich vooral kennen als een scherpzinnig journalist.

Sachalin was het ballingsoord voor zware criminelen: verkrachters, moordenaars, terroristen. Vaak werden ze in hun ballingschap vergezeld door hun familieleden, die, eenmaal op het eiland, van bedelarij en prostitutie moesten leven. Hun lot trekt Tsjechov zich bovenal aan, net als dat van de dwangarbeiders die als huispersoneel – zeg maar slaven – bij de eilandbestuurders werkten.

Ondanks alle ontberingen van de ballingen was het regime op Sachalin relatief mild. Dwangarbeiders liepen er vrij over straat en volgens Tsjechov stonden overdag de deuren van de gevangenissen gewoon open. Zichtbare ketenen bestonden op Sachalin dus niet, al schrijft Tsjechov genadeloos over het sadisme van de bewakers.

Behalve over het lot van de ambtenaren, kolonisten en de bijna zesduizend dwangarbeiders schrijft Tsjechov ook vol respect over de inheemse bevolking, de Giljaken en de Aino. Beide stammen werden met uitsterven bedreigd, vooral door de slechte hygiënische omstandigheden waarin ze leven.

Alles wat Anton Tsjechov in De reis naar Sachalin beschrijft kan als basis voor een verhaal dienen. Zoals zijn verslag van een gesprek met een moordenares die haar kind niet dood maakte maar levend begroef, in de hoop minder zwaar te worden gestraft. Haar relaas is te absurd om waar te zijn. En toch is het zo gegaan. Niet voor niets schreef Tsjechov na zijn terugkeer in Moskou zijn beste werk, zoals het verhaal `Zaal nr. 6'. Het verblijf op Sachalin had hem duidelijk de peper geleverd waar hij naar snakte.

Anton Tsjechov: De reis naar Sachalin. Uit het Russisch vertaald door Anita Roeland. Atlas, 405 blz. €24,90