Tegen de wind in

Kunstenaar Wipke Iwersen ontwierp een schip dat zich voortbeweegt met behulp van een propeller. Omdat het een machine is, behoort het tot de bewegende kunst.

Over ongeveer een half jaar gaat het gebeuren. Op een mooie ochtend, stel ik me voor, bij een noordwestelijke wind, kracht 4 tot 5 vaart de Windvinder het zeegat uit. Aan de oever van het Borndiep, het Boomkensdiep, of aan de monding van de Westerschelde bij Zoutelande – ik noem een paar voorbeelden – drommen toeristen, arbeiders, badgasten, toevallige voorbijgangers samen en wijzen elkaar op een klein, sierlijk vaartuig dat recht tegen de wind in zee kiest. Zo'n scheepje hebben ze nog nooit gezien. Het is onbemand. Het heeft geen zeil. Er is ook niets van een motor, accu of brandstoftank te bespeuren; geen antenne voor radiografische besturing. Hoog aan de mast draait een driebladige propeller. Die zal voor de voortbeweging zijn, maar hoe? Terwijl de mensen aan wal het raadsel bespreken, bereikt het scheepje open water. De mast zwaait soms vervaarlijk heen en weer, maar het houdt koers. Het verdwijnt aan de horizon. Ze hebben de Windvinder naar de onbekende verte zien vertrekken. Hun leven lang zullen ze dit schouwspel onthouden.

Hoe komen kunstenaars op hun ideeën? In dit geval is het gemakkelijk na te gaan. In 1975 liep ergens een meisje van een jaar of vier langs het strand. Ze vond een aangespoelde fles met daarin een briefje. Sinds er flessen, papier en schrijfgerei bestaan, worden flessen met briefjes in zee gegooid. Nooit hoor je dat zo'n boodschap weer wordt gevonden. Nu wel. Ze maakte de fles open, bekeek haar vondst, liet het document aan de grote mensen zien. `Niet meer te lezen', was hun eenstemmig oordeel. `Weggooien!' Zo denken ze in die kringen. Voor een kind kan dat een groot probleem zijn: de zekerheid hebben dat je het beter weet dan je vader en moeder, en dan tegen het gezag in je zin door te drijven. Ze deed het. Ze bewaarde het papier, ze bestudeerde het, de groene en grijze vlekken van de werking door het vocht, de bruine lijnen van de vouwen, zwarte puntjes. Alle sporen van een lange reis. Deze flessenpost vertelde een onbekend avontuur. Het was een zeekaart. Ze kon er niet genoeg van krijgen.

`Diejenigen sind glücklich die etwas vom Kinde gerettet haben', zei Goethe. Veel kunstenaars hebben het. Ze willen hun droom in twee of drie dimensies zien. Zo ging het bij Wipke Iwersen die de fles met de geheimzinnige brief vond. Langzamerhand groeide het plan. Ze wilde een schip bouwen dat naar de oorsprong van de wind zou varen, en dus door windkracht voortgedreven voortdurend recht tegen de wind in. Ze begon te bouwen, kwam op de gedachte dat de gevonden fles aan een luchtschip had gehangen. Ze probeerde constructies met ballonnen. Die mislukten. Ze nam nieuwe proeven met scheepjes. Die beloofden meer.

De omstandigheden werkten mee: een groot deel van haar jeugd heeft ze op een schip doorgebracht. Daarna ging ze naar de kunstacademie, in 2002 in Barcelona, daarna naar de Rietveld in Amsterdam. Nu, 29 jaar na de beslissende vondst, zal het binnenkort zo ver zijn. De Windvinder is bijna klaar. In het begin van het najaar is de proefvaart die tegelijkertijd de definitieve reis naar de oorsprong van de wind zal zijn; de plaats waar de fles met de brief vandaan is gekomen.

Spieraam

De Windvinder is een machine en hoort daarmee tot de orde van de bewegende kunst, zoals een stuk doek besmeerd met verf, liefst op een spieraam gespannen, eventueel met een lijst erom, tot de orde schilderkunst hoort. Maar in tegenstelling tot wat weleens gedacht wordt, is niet alles wat met kunstzinnige bedoelingen in beweging wordt gebracht `dus eigenlijk hetzelfde'. Iedere kunstenaar van de beweging heeft een eigen conceptie, stijl, signatuur, muziek. Er zit een ontwikkeling in zijn oeuvre. Je hebt de vroege Jean Tinguely, de rijpe, en de oude, sombere Tinguely. Er zijn niet werelden maar persoonlijkheden van verschil tussen Marcel Duchamp en Alexander Calder. Een unieke plaats heeft Theo Jansen met zijn Strandbeesten, een in alle opzichten markant oeuvre, en volop in wording.

Er zijn twee eigenschappen die al deze kunst verbinden. Er ligt een uitvinding aan ten grondslag, en er is een ogenblik waarop een werkstuk van stilstand in beweging overgaat. Het eerste is de conceptie, het tweede de geboorte. Een bewegend kunstwerk kan telkens opnieuw worden geboren, namelijk voor de toeschouwer die het ding voor het eerst ziet, en dan ziet bewegen. Dat geeft een bevrijdende sensatie. Of het nu een zware machine als de Méta-Harmonie van Tinguely is, of een Rhinoceros van Jansen of een Mobile van Calder, dat maakt dan geen verschil. Het werkt. Dat vervult het publiek met een opgewekte verrassing en bewondering. Zelden zie je mensen met een zo onschuldige lach als op dit ogenblik van de geboorte.

Leerzame mislukkingen

Wat daaraan vooraf is gegaan zit in de machine verborgen: om te beginnen het idee dat aan de uitvinding ten grondslag ligt. Dan de uitvinding zelf, die de uitvinder niet komt aangewaaid maar het resultaat is van veel proberen, met materialen, varianten in de constructie, leerzame mislukkingen, bij elkaar een proces van volharding, vallen en opstaan, wanhoop en wil, vloeken en slagen. Het is de ontwikkeling die aan ieder voltooid kunstwerk ten grondslag ligt, schilderij, skulptuur, roman, maar ik geloof dat de voltooiing nergens zo duidelijk zichtbaar en onmiddellijk ervaarbaar is als bij de bewegende kunst.

De Windvinder is een mooi ding. Een romp met twee outriggers, constructies van ribben verbonden door latten, alles overtrokken met tien maal gelakt vliegtuigkatoen. Hoog aan de mast zit de driebladige propeller. Via een tandwielkast wordt de horizontale draaibeweging overgebracht op de verticale as in de mast. Via de volgende tandwielkast wordt de verticale rotatie weer in een horizontale omgezet. De kleine scheepsschroef begint te draaien, en de Windvinder begint aan zijn tocht naar de oorsprong van de wind. Het roer wordt gestuurd door een kleine hulpmachine, de Navigator, die ervoor zorgt dat niet van de tegenwindse koers wordt afgeweken.

Een model van de Windvinder heeft in de Rotterdamse Kunsthal gestaan. Het schip in aanbouw is te zien geweest op de kunstbeurs Art Rotterdam. Vorig jaar heeft Wipke Iwersen de Shell Young Art Award gewonnen. De commissie voor het eindexamen van de Rietveld Academie zag geen heil in het project. Op de kunstbeurs in Rotterdam sprak ik een plaatselijke deskundige. Hij bewonderde de Windvinder, en, zei hij: ,,Het is ook weer eens iets anders dan drie proppen papier en een stuk elastiek op een doek geplakt.'' Daar had deze man groot gelijk in.

Wat gaat er na het vertrek met de Windvinder gebeuren? Dat weet geen mens. Niets is uitgesloten. Het is mogelijk dat het scheepje over een paar jaar de haven van Havana binnenvaart, of veel eerder strandt op de Deense kust, of in een vliegende storm ten onder gaat. Met alles houdt de kunstenares rekening. Daarbij stelt ze er wel prijs op om zoveel mogelijk op de hoogte te worden gehouden. Onderdelen van het schip zullen een boodschap dragen waarin de vinders wordt gevraagd, haar van alle omstandigheden van de vondst op de hoogte te stellen. De reis van de Windvinder, met alle onbekende gevolgen, wordt een kunstwerk op zichzelf. Over het werk in zijn geheel heeft Wipke Iwersen ook een boekje gemaakt, met tekst en tekeningen, dat bij haar kan worden besteld via e-mail, wipke@dast.net.

Ze heeft nog een ander project: een draaibrug tussen Gibraltar en Marokko, verankerd in het midden van de Straat van Gibraltar en voortbewogen door de gemeenschappelijke krachten van de getijdenstroom en de wind. Spaanse experts van de Universiteit van Barcelona hebben daarvoor onderzoek gedaan en berekeningen gemaakt. Het spreekt vanzelf dat deze brug op betrekkelijk onvoorspelbare tijden, voor langere of kortere duur geopend of gesloten zou zijn. Iwersen heeft een aantal schetsen op papier gezet. Daaruit blijkt al dat dit een mooie brug kan worden, en in zijn soort even avontuurlijk, verrassend en bezienswaardig. De brug die langzaam opengaat voor de Windvinder. Het is denkbaar, het moet mogelijk zijn.