Tegen alle regels in

Samen met performance kunstenaar Marina Abramović maakte Krisztina de Châtel een choreografie geïnspireerd op de schilderijen van Egon Schiele. ,,De dansers zijn door te bewegen dichterbij Schiele gekomen.''

Hoe dans je een expressionistisch schilderij? Het kan. In het Van Gogh Museum in Amsterdam wordt de komende twaalf weken, tijdens een grote overzichtstentoonstelling van de Oostenrijkse schilder Egon Schiele (1890-1918), gedanst op zijn werk, voor zijn werk. Op vrijdagavond en zondagmiddag voert Dansgroep Krisztina de Châtel Gradual and Persistent Loss of Control uit, een stuk van drie kwartier dat ontstond in samenwerking met performance kunstenaar Marina Abramović. Het is te zien in de laatste tentoonstellingszaal in het souterrain, waar Schieles leven en oeuvre eindigen.

In de zaal hangen behalve landschappen en portretten van onder meer echtgenote Edith Schiele aan de wanden nu felle toneellampen aan het plafond. Op de grond staan een rechthoekig, metalen podium en drie `glazen kisten' – boxen met een opening erin. In een box zit een mooi meisje met lang haar, wijdbeens; op een andere ligt een fragiele jongen, één hand rust op zijn kruis. De overige zes dansers, gekleed in glimmende, a-symmetrische avondkleding van ontwerper Aziz, staan met grote koptelefoons op schokkerig te swingen op het podium, elk verzonken in een eigen lied. Hun dikke, magnetische zolen kleven aan de vloer.

Dan heft pianiste Tomoko Mukaiyama op een vleugel in de hoek een compilatie van aan Wenen gelieerde muziekfragmenten aan, van Beethoven, Bach en wals tot modern. Soms kolkend en woest, soms dansant en zoet. De dansers stappen uit hun kostuums; stukjes met grove geslachtsdelen betekende stof bedekken hun lijven nu alleen nog, als doorzichtig ondergoed. Er volgt een langzame, gekwelde reeks ontmoetingen. De dansers lopen rond, pakken elkaar vast, zitten op elkaar in een van de boxen, springen erop of hangen ertegenaan. Ze zweten. Tenslotte wringen ze zich allemaal tegelijk in de grootste, platte box. Hun wangen, handen en voetzolen drukken ze tegen het glas, de wanden beslaan van hun gehijg. We zitten er heel dichtbij.

,,Het risico bestaat'', zegt choreograaf Krisztina de Châtel (Budapest, 1943), ,,dat mensen weg zullen lopen. In een museum kom je voor een afgebakende esthetische ervaring, op enige afstand van jezelf. Je verwacht er geen echte, levende lichamen. Daarbij is dit stuk nog intiemer dan ik gewend ben ze te maken. Ik heb mijn dansers verder geduwd. Ik wilde ze eerst naakt laten dansen, als eerbetoon aan Marina Abramović: die heeft een legendarische performance waarin ze helemaal bloot is, met alleen doek over haar hoofd, en dan maar swingen. Maar dit, die bekladde onderkleding, is misschien nog wel naakter.''

De Châtel en Abramović kenden elkaar slechts uit de verte, toen twee jaar geleden het idee ontstond om samen een werk te maken. Marina Abramović (Belgrado, 1946): ,,De aangewezen plek voor zoiets zou natuurlijk het Stedelijk Museum moeten zijn, het museum voor hedendaagse kunst. Daar heb ik tijdens het directeurschap van Wim Beeren (1985-1992, red.) grote performances kunnen houden, het voelde als mijn thuis. Maar het Stedelijk is dood, al jaren. Elk gevoel voor avontuur is daar weg. Andreas Blühm, hoofd presentatie van het Van Gogh Museum, vroeg me twee jaar geleden of ik mee wilde doen aan de tentoonstelling Van Gogh Modern, en toen merkte ik tot mijn verbazing dat men daar voor alles in was. Er werden video's van oude performances van mij gecombineerd met werken van Van Gogh, en dat werkte goed. Het Van Gogh is een traditioneel museum met een bourgeois publiek, maar de houding van de staf is open, heel verfrissend.''

Gekwelde psyche

De Schiele-tentoonstelling bood Abramović en De Châtel een uitgelezen kans om samen te werken. Conservator Edwin Becker, die namens het Van Gogh alle details met ze doornam: ,,Ze kenden Schieles werk allebei al goed, ik hoefde ze nauwelijks bij te scholen. Marina noemde meteen het portret van Max Oppenheimer (1910, red.), dat ze als klein meisje voor het eerst zag. Daarbij heeft hun beider werk veel gemeen met dat van Schiele. Alles draait om een combinatie van extreme lichamelijkheid en een gekwelde psyche. En het zijn Ausdauers, ze zijn heel gedisciplineerd. Misschien heeft dat wel met hun Oost-Europese afkomst te maken.''

,,Marina en ik zijn allebei opgegroeid in totalitaire regimes'', zegt De Châtel. ,,Dat is een onuitgesproken band. Als je zo'n achtergrond hebt en dan je land verlaat, behoud je enerzijds een bezeten discipline, en anderszijds blijf je je altijd bewust van de grote vrijheid die je in het westen geniet.'' Abramović: ,,Ik ga tegen alle regels in. Schiele deed dat ook. De proporties van het lichaam zijn bij hem altijd verkeerd. Toen ik hem bestudeerde op de kunstacademie in Belgrado, vond ik dat intrigerend.''

De Châtel praatte uitgebreid met haar dansers over de esthetiek van Schiele, die ze ,,verwrongen, zinnelijk, kwetsbaar'' noemt. Tijdens het maken van de choreografie was er steeds een stapel boeken met afbeeldingen van zijn werk binnen handbereik. Sommige poses werden letterlijk door de dansers gekopieerd: schuin hangende hoofden, bij de elleboog geknakte, vreemd uitstaande armen, wijdopen benen. De Châtel: ,,Schiele zocht naar een andere, niet-geïdealiseerde schoonheid. Zijn modellen zitten gevangen in hun lichaam; daarom heb ik die glazen objecten bedacht. Je brengt er de fysieke begrenzingen van de dansers letterlijk mee in beeld.'' Abramović bedacht al een jaar geleden het begin van Gradual and Persistent Loss of Control, met het dansen op de magneetvloer; voor haar een bekend attribuut. Vorige maand kwam ze naar de Amsterdamse studio van De Châtel, en daar werden dans en performance verder vervlochten. Abramović was onder de indruk van de dansers: ,,Ze hebben volledige controle over hun lichaam, ze kunnen tien uur achter elkaar dansen en ze doen ook nog eens precies wat je zegt! Ik ben gewend te werken met individuen die zelf hun werk bedenken; een dansgroep opereert als één geheel.

,,Een van de danseressen was uitgedost als een Japanse, in een roze kimono. Ze had al een rol in het stuk, maar ik heb voorgesteld om haar achter te houden op de magneetvloer en haar daar te laten staan. Ze verloor daarmee al haar bewegingen, maar ze ging meteen akkoord. Wat zij nu doet, is performance.''

Naast het groepsstuk laat De Châtel haar dansers op alle dagen solo of getweeën dansen tussen het museumpubliek. ,,Ze krijgen een pilaar of een stoel die iets van beschutting moet bieden, maar verder zijn ze los. Ze gaan in hun eentje de confrontatie met het publiek aan. Daarvoor moet je een sterke persoonlijkheid zijn, en je moet een groot concentratievermogen hebben: zelfs als je stilstaat, moet je spanning kunnen oproepen. Ik train mijn dansers daarop.''

Abramović laat op haar beurt twaalf leden van de Independent Performance Group, een collectief van kunstenaars die door haar werden opgeleid aan de kunstacademie in het Duitse Braunschweig, optreden tussen de Schieles. In de grootste zaal, op de begane grond van het Van Gogh, hangt op schouderhoogte een witte houten plank; daarop zal twaalf weken lang elke week een andere performer plaatsnemen en zich acht uur achtereen toeleggen op een door Schiele geïnspireerde act. Een uitgemergelde jongen zit stil in een zwarte onderbroek; een dikke vrouw bewaaiert zichzelf met een pauwenveer; een meisje stoeit met drie opblaaspoppen uit de pornozaak. ,,De dansers zijn door te bewegen dichterbij Schiele gekomen'', zegt Abramović. ,,Wij benaderen hem via emoties, via een bepaalde sfeer.''

Op vrijdagen duurt de performance twaalf uur, door de avondopenstelling van het museum. Van Abramović hoefde er zelfs geen sanitaire stop te worden ingelast (,,Ik laat zelf altijd alles lopen''), maar conservator Edwin Becker leek een pauze wel zo humaan. Tussen een en twee uur 's middags mogen de performers nu van hun plank af, via een opening in de muur erachter. Eten en drinken is nog altijd streng verboden. Volgens Abramović is dat fataal voor de concentratie.

Voor de meer dan honderd, deels uiterst kostbare tekeningen, gouaches en aquarellen van Schiele op de tentoonstelling zijn in verband met de optredens geen extra veiligheidsmaatregelen getroffen. In de zaal waar de grote dansvoorstelling plaatsvindt, worden ijzeren ,,afstandhouders'' rond de werken geplaatst, aldus Becker; verder is ,,hun veiligheid zoals altijd gegarandeerd''. Aan alle wensen van de twee kunstenaressen wat betreft ruimte en inrichting is gehoor gegeven; alleen een voorstel voor een act waarbij het publiek een performer met verf zou bewerken, werd te riskant geacht. Abramović, die donderdag voor de opening van de tentoonstelling zelf met een skelet op de performance-plank lag, maakt zich geen zorgen: ,,Ik ben gewend in musea te werken. Vroeger deed ik het noodgedwongen, omdat galeries mijn werk toen niet wilden kopen. Nu merk ik niet eens meer dat ik tussen de dure kunstwerken sta.''

Schokeffect

Het Van Gogh Museum hoopt met dit Gesammtkunstwerk het schokeffect dat Schieles werk een kleine eeuw geleden had, nieuw leven in te blazen. Becker: ,,Schieles figuren behoren nu tot het standaardmenu, ze zijn klassiek geworden. Daardoor zijn we een beetje afgestompt geraakt. Door er andere kunstvormen aan toe te voegen, bekijk je ze weer als nieuw.'' De Châtel: ,,Het publiek kan een link leggen tussen twee- en driedimensionaliteit. Ze kunnen de kwetsbaarheid die ze op de kunstwerken zien, ook live ondervinden.'' Abramović: ,,De mensen mogen denken wat ze willen en reageren hoe ze willen, mij maakt het niet uit. Als het werk ze maar raakt, in hun geest of in hun maag. Dat kost tijd. Ze moeten er tijd voor nemen.''

Schiele stierf op zijn achtentwintigste aan de Spaanse griep. In Gradual and Persistent Loss of Control sterft niemand; de dansers bevrijden zich uit hun benarde situatie en ontsnappen. Ze klauteren om beurten uit de glazen box en trekken hun Aziz-outfits weer aan. De koptelefoons gaan om de nek en ze lopen de zaal uit, statig en vertraagd als in een modeshow. De pianiste speelt nog één driftig Weense wals-fragment, stopt abrupt, klapt de vleugel dicht en vertrekt ook. Alleen de Japanse blijft op het podium achter. Op haar plateauzolen schuifelt ze door, tot in het oneindige.

Egon Schiele, Marina Abramović, Dansgroep Krisztina de Châtel. T/m 19/6 in: Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam. Open dag. 10-18u, vrij 10-22u. Dagelijks doorlopend performance; danssolo's om 13.30 en 16u; dansvoorstelling `Gradual and Persistent Loss of Control' vrij 20.15u en zo 16u. Inl. 020-5705200 of www.vangoghmuseum.nl. Zie ook www.dechatel.nl.