Schuld en geboorte

Als er een grote tragedie plaatsvindt, moet er een schuldige zijn. Althans, we willen graag een schuldige aanwijzen, omdat we er, weldenkend en postreligieus als we tegenwoordig zijn, wel voor waken om in lijden zin te zien, of de bedoeling van een of ander opperwezen waarin we deemoedig moeten berusten.

De beschaafde manier om de schuldvraag te beantwoorden is de gang naar de rechter. Levensbeschouwelijke en morele kwesties worden zo verplaatst naar de jurisdictie; de taal van de filosofie en religie maakt plaats voor die van het recht. Maar zelfs als de schuld simpel juridisch is vast te stellen, dan nog is het twijfelachtig of daarmee dat wat de Amerikanen klef `closure' noemen wordt bereikt.

Zo is het zeer de vraag of de tragische gang van zaken rond het zwaar gehandicapte meisje Kelly met de recente uitspraak van de Hoge Raad tot een bevredigende afsluiting is gekomen. De ouders zijn in het gelijk gesteld: de verloskundige had, gezien de genetische afwijkingen in de familie van de vader, niet mogen weigeren dat de moeder prenataal werd getest. Er is een medische fout gemaakt, de ouders en Kelly hebben recht op een schadevergoeding. Justice is done.

In 1997 maakte de Canadese filmmaker Atom Egoyan een morele fabel over een onbevattelijk ongeluk en de duizelingwekkende vraag waar de getroffenen mee worstelen: hoe kun je ermee in het reine komen en wiens schuld is het? Zijn film The Sweet Hereafter speelt zich af in een afgelegen dorp. De winterse sneeuw heeft het helemaal afgesloten van de wereld, op een dag is de schoolbus van de besneeuwde weg af op een bevroren meer geglibberd. Veertien kinderen komen om het leven, alsof een onzichtbare rattenvanger van Hamelen een groot deel van de jeugd in één klap heeft weggelokt. Kort daarna arriveert een advocaat uit de grote stad. Hij gaat langs de deuren van de nabestaanden, belooft ze gerechtigheid en stelt ze, dat is helaas geen bijkomstigheid, een astronomisch bedrag aan smartengeld in het vooruitzicht. Waren de dorpsbewoners aanvankelijk eenvoudig aan het rouwen, door de komst van de advocaat raken ze besmet door zijn moderne, stadse denkraam.

Tragische ongevallen, die bestaan niet in het universum van letselschade-advocaten – de buschauffeur reed te hard, de busmaatschappij onderhield het voertuig niet ordentelijk, de overheid droeg niet goed zorg voor de staat van de weg, er is, kortom, altijd wel sprake van menselijk falen in een keten van gebeurtenissen. De dorpelingen geloofden in het noodlot, de advocaat gelooft in schuld.

Wat de film vooral bij de kijker teweegbrengt, is verbijstering. Wat helpt het als je iemand de schuld kunt geven? Brengt dat de kinderen terug? Van het smartengeld kun je toch geen nieuwe kinderen kopen? De schuldvraag brengt de nabestaanden alleen maar verder van huis: de gemeenschap wordt verscheurd, wantrouwen en verontwaardiging verdrukken de rouw. Schaamte bevangt je dat de moderne tijd zo juridisch en materieel met noodlot omgaat.

Het hoofd buigen voor het toeval, voor domme pech – ook al is er een menselijke fout in het geding – is vervangen door een wereldbeeld waarin risico's gecalculeerd en geminimaliseerd zijn, en waarin elke inbreuk op de beloofde veiligheid consequenties moet hebben.

De zaak-Baby Kelly roept The Sweet Hereafter in herinnering, zorgt voor eenzelfde ongemak. Natuurlijk, de geboorte van Kelly is tragisch. Haar ouders hebben geprobeerd het noodlot, een gehandicapt kind, te ontlopen, en zijn er door de stijfkoppigheid van de verloskundige des te harder mee geconfronteerd. Hun terechte vrees is bewaarheid. Het bevestigt je rechtsgevoel dat de nalatigheid van het ziekenhuis door de Hoge Raad is afgestraft en je kunt er intuïtief ook mee instemmen dat de kosten voor de verzorging en opvoeding van het meisje worden vergoed. Waarom dan toch dat gevoel van onbehaaglijkheid?

Egoyans advocaat introduceerde een nieuwe manier van denken, een nieuwe taal in het geïsoleerde dorp: de juridische. Die mag dan wel het toppunt van redelijkheid zijn, maar als het om de grote vragen van het leven gaat, schiet zij tekort.

In de zaak-Baby Kelly is voor het eerst het begrip `wrongful life claim' uit de hoge hoed getoverd, wat zoveel willen zeggen dat de ouders namens hun dochter stellen dat zij `onterecht' of `niet beoogd' geboren is. De Hoge Raad haalt indrukwekkende intellectuele capriolen uit om die zelfstandige eis van een gehandicapt meisje dat niet kan praten (zij leidt een `onrechtmatig bestaan') in te willigen. Zijn oordeel strekt zich niet uit tot ,,de waarde van het kind als persoon of van zijn bestaan'', het leven van Kelly kan niet als `schadepost' worden aangemerkt.

De uitspraak van de Raad is tot nog toe voer voor juristen; de `wrongful life claim' heeft vooral tot debat onder hen geleid. Daarbij wordt niet voorbijgegaan aan de afgrondelijke implicaties van de vordering. Valt het als schade te beschouwen wanneer je gehandicapt wordt geboren als het alternatief is dat je helemaal níét geboren wordt? Is leven überhaupt te vergelijken met niet-leven? Heeft een kind recht op z'n eigen abortus? En kan leven worden uitgedrukt in geld en schadebedragen?

Er bestaat toch niet zoiets als het recht om zonder handicap geboren te worden. Er is door juristen ook gewezen op de consequenties van de uitspraak: straks kunnen kinderen hun ouders aanklagen voor het feit dat ze bestaan. De Hoge Raad heeft geprobeerd het zakelijke argument om smartengeld toe te kennen los te koppelen van de moraal. Maar de vraag is of dat kan, de morele noties omzeilen.

Schuld en geboorte, leven en geld zijn hoe dan ook met elkaar in verband gebracht, en dat is nogal existentieel.

Niet alleen juristen, maar de hele samenleving zou moeten nadenken over de wijze waarop we ons tot het noodlot verhouden. Misschien is dan de conclusie wel dat daar heel ouderwetse begrippen als aanvaarding en berusting bij passen.

Xandra Schutte is oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland.