Op bezoek bij Sartre

Tot het tegendeel is bewezen beschouw ik de foto van Jean-Paul Sartre op het affiche waarmee hij posthuum reclame maakt voor de tentoonstelling over zijn leven en werk als een brutale vervalsing. Niemand kan verantwoordelijk worden gehouden voor wat het nageslacht met haar/zijn erfenis doet. Terwijl je leeft moet je trouwens al steeds beter oppassen. Maar na zijn dood iemand de sigaret tussen zijn vingers vandaan trekken, de rook wegblazen om hem dan te vertonen als een voorbeeld van abstinentie, dat gaat te ver. Het is bovendien lijnrecht in tegenspraak met een grondbeginsel van het existentialisme. Men is wat men doet; men openbaart zich door zijn daden. Zo was Sartre een sigarettenroker. Als iemand zich bij de aanblik van een foto van de rokende schrijver-filosoof zich niet meer kan bedwingen en er ook een opsteekt, kan dat uitsluitend deze opsteker zelf worden verweten. Deze retouche geeft dus ook een filosofische vertekening.

Sartre is op 21 juni 1905 geboren. Vandaar dat nu deze tentoonstelling wordt gehouden, in de Bibliothèque François Mitterand aan de Quai François Mauriac, aan de Seine. De metro heeft een uitstekende verbinding met dit nog altijd Verre Oosten van Parijs. Dit is geen gewone metro met afzonderlijke rijtuigen; meer een lange gang die met grote snelheid rechtdoor rijdt. Aan de zijkant zijn de gewone schuifdeuren, die op de stations corresponderen met andere, aan de rand van het perron aangebrachte schuifdeuren. Voor wie van technische wonderen houdt een plezier op zichzelf. Maar het heeft ook een vleugje ontmenselijking, een verre herinnering aan Charlie Chaplin aan de lopende band in Modern Times.

Weer boven de grond gekomen ga je een hoek om en dan opent zich het uitzicht op de Bibliotheek, vier torens, ontworpen door Dominique Perrault. Tien jaar geleden door Mitterand geopend, een jaar later door opvolger Chirac officieel in gebruik gesteld. Glazen torens, door terrassen, trappen, hellende vlakken met elkaar verbonden. Slagschip van de Franse cultuur, met miljoenen boeken, telkens weer vernieuwd technisch raffinement, alles waarvan een gewone bibliotheekbezoeker niet eens durft te dromen. Wil je er binnen, dan moet je je onderwerpen aan hetzelfde soort veiligheidsonderzoek dat vliegtuigpassagiers ondergaan. Is dat goed afgelopen, en heb je een kaartje gekocht dan scheidt niets dan een lange gang je van de tentoonstelling.

Houdt u van Sartre? Ga erheen! Het is niet alleen zijn tentoonstelling, maar die van minstens drie tijdvakken: de jaren dertig en de oorlog, de eerste jaren na de Bevrijding, en de periode tot zijn dood, in 1980. In 1945 wist behalve de spits van onze intellectuele voorhoede nog niemand wie hij was. Simon Vestdijk had voor de oorlog een prijzende kritiek over La Nausée geschreven, met de conclusie dat we op deze veelbelovende schrijver moesten letten. Op 10 mei 1940 braken de vijf jaar van isolement aan. Na de Bevrijding werd de Stichting Amsterdams Rotterdams Toneel opgericht. Die zette Huis clos op het répertoire. Zo ben ik met hem in aanraking gekomen. Deze tentoonstelling laat filmopnamen zien van het stuk zoals het in Parijs is gespeeld. L'enfer c'est les autres. In de catalogus bij de tentoonstelling is een toelichting van de schrijver afgedrukt waaruit blijkt dat 99 procent van de mensen de beroemde zin altijd verkeerd heeft begrepen. Dat hoort erbij. Een onderdeel van zijn schrijverschap bestaat uit nadere verklaringen die misverstanden moeten ophelderen.

In de vitrines liggen brieven, manuscripten, foto's, pagina's uit kranten, alles wat een rusteloos schrijver achterlaat. Ook bewijzen van grote vergissingen. Terug van een reis naar de Sovjet-Unie laat hij de Libération weten, dat daar `volstrekte vrijheid van critiek' bestaat, en dat `de Sovjet-burger in een maatschappij van voortdurende vooruitgang zijn leven onophoudelijk ziet verbeteren.' In 1956 wordt hij door de Hongaarse opstand min of meer bekeerd. Maar als hij door de beeldende kunstenaar Hans Koetsier en schrijver dezes hem bij een bezoek aan Amsterdam interviewen, zegt hij marxist te zijn gebleven, met een lichte sympathie voor het maoïsme. `Een van de interviewers krijgt opeens sterk de indruk dat hij er geen touw aan vast kan knopen, dat hij evengoed een blokje om had kunnen lopen', aldus het Algemeen Handelsblad van 20 juli 1963.

Er zit een curieuze tegenstelling in het uiterlijk van deze hypermoderne bibliotheek met zijn hyperfaciliteiten en al dat zwart-wit materiaal, foto's en films uit de vorige eeuw. Simone de Beauvoir, Boris Vian, Jean Genet, Pablo Picasso, de hele optocht. Café de Flore, Les Deux Magots, veel parkeerruimte, Sigaretten. Vorige eeuw. Deze tentoonstelling heeft een gastenboek. Ik heb met een variant Frank Sinatra geciteerd: `It made me feel so young.'