Nederig uit de nesten geholpen

Heiligen en de bijbehorende verering zijn niet populair. Als iemand al aanspraak kan maken op de benaming `heilige', dan moet die iemand een grote wereldse betekenis hebben, goed doen, goed zijn. Denk aan moeder Teresa, Nelson Mandela, bisschop Tutu.

Maar in zijn Amerikaanse bestseller Father Joe, nu vertaald in het Nederlands, introduceert de satiricus en komiek Tony Hendra (bekend van This is spinal tap, Spitting image) een benedictijner monnik van wie hij, nog voor we maar iets over hem hebben gelezen, verklaart dat hij `een heilige' is. En dat is `iemand die de cruciale menselijke deugd van de nederigheid beoefent.'

Wat is er verder zo geweldig aan nederigheid? Alles dus. Maar om daar achter te komen moet men eerst dit boek lezen. Het is het autobiografische relaas van Tony's kennismaking met een moderne `heilige', een persoonlijk religieus thema dat bij het Amerikaanse lezerspubliek veel weerklank heeft gevonden.

De 14-jarige Tony Hendra heeft `een verhouding met een getrouwde vrouw' zoals hij zelf met enig aplomb beweert. Ze hebben elkaar een paar keer gezoend, aanvankelijk zij vooral hem, maar al spoedig doet hij wat graag mee. Dan komt de ochtend dat ze, alleen in haar rommelige caravan, iets verder gaan. En dan komt haar man binnen. Hij sleept de jongen mee naar een klooster om onder handen genomen te worden door een monnik. Die monnik is Vader Joe. En het onder handen nemen gebeurt letterlijk: vader Joe legt zijn hand op die van Tony. De jongen wordt overspoeld door `een grote rust'. Niets van wat hij geleerd heeft te verwachten – preken, straffen – vindt plaats.

Verschillende keren beschrijft Hendra hoe raar vader Joe eruit ziet, hoe knobbelig zijn handen, hoe groot zijn flaporen, hoe plat zijn voeten – alsof hij wil benadrukken hoe objectief hij deze man kan waarnemen. Objectief of niet, de vader Joe die Hendra ons toont, is een originele geest die, hoewel hij door en door katholiek moet zijn, gevrijwaard bleef van alle benepenheden die daar in de jaren vijftig van de vorige eeuw bij hoorden.

In de loop der jaren komt Tony met allerlei kwesties bij vader Joe aan, met `doodzonden' als zijn aandrang, even, om zelfmoord te plegen, met kunst en drank en seks, en nooit krijgt hij de standaard dooddoeners van de katholieke leer te horen. Integendeel, vader Joe lijkt een stuk minder katholiek dan Tony. Hij reageert op Tony's bewering dat hij een `onvergeeflijke zonde' heeft begaan met: `Er bestaat niet zoiets als een onvergeeflijke zonde, lieverd. God vergeeft alles.' (Dat eigenaardige `lieverd' dat om de haverklap in het boek voorkomt is de vertaling van het Engelse `dear'.)

Tony hoopt aanvankelijk binnen afzienbare tijd een collega van de pater te worden. Maar tijdens zijn studie in Cambridge ontdekt hij op een avond de satire, en die roeping blijkt sterker dan de monastieke. Hendra wordt satiricus, maakt een vrouw zwanger, vertrekt naar Amerika, boekt successen, raakt aan de drugs, slaagt er niet in zijn huwelijk te redden, wordt beroemd, schrijft boeken, maakt ruzie en tv-programma's, trouwt opnieuw en dreigt opnieuw als echtgenoot te mislukken.

In die wilde jaren raakt de flaporige monnik uit Quarr Abbey op het eiland Wight een tikje op de achtergrond, al blijven de twee corresponderen. Maar op den duur schrijft vader Joe trouwer dan de op drift geraakte, allengs ongeloviger Tony. Als zijn tweede vrouw een miskraam heeft gekregen en hun huwelijk een verloren zaak lijkt, wendt Tony zich vertwijfeld opnieuw tot vader Joe. Die opnieuw vooral luistert, want dat is zijn credo, luisteren. En hoe het kan, kan het, maar Tony raakt door dat luisteren van vader Joe enigszins uit de knoop. Hij weet wat hem te doen staat: intreden. Alsnog. Op zevenenveertigjarige leeftijd, na een lange omzwerving door de wereld heeft hij toch zijn roeping terug gevonden.

Hij arrangeert het ogenblik, kiest een geschikte plek uit, legt zijn handen op vader Joe's schouders en presenteert zichzelf als de teruggekeerde verloren zoon. Maar in tegenstelling tot wat hij had verwacht – `zijn oude gezicht dat zich verrast naar me omdraaide en na al die jaren begon te stralen' – ziet hij diepe vermoeidheid op het gezicht van zijn oude biechtvader die hem zegt altijd geweten te hebben dat hij geen monnik zou worden. `Ik kon mezelf er niet toe zetten om je als postulant te presenteren. Al wilde ik dat maar wat graag. Dat was wat ik wilde, begrijp je. Maar het was niet wat God wilde.'

Het is een ontroerende bekentenis van de oude man die plezier heeft in de briljante, grappige, verrassende jongere man die zijn vriend is. En het maakt ook duidelijk wat vader Joe kan: écht van iemand houden. En zien wat goed is voor degene van wie hij houdt, onafhankelijk van wat hij zelf wel zou willen. Tony ís geen monnik, maar een vader en echtgenoot. Dat vader Joe hem wat graag als collega gehad zou hebben doet daarom niet ter zake. Dat noemt de monnik `de wil van God'. Je kunt het ook liefde noemen.

Hendra is erin geslaagd van zijn boek geen zoetsappige hagiografie te maken, misschien vooral omdat hij de gesprekken met vader Joe lardeert met zijn eigen rommelige leven. Wie Hendra's mooi weergegeven (of mooi verzonnen) dialogen met zijn goede vriend leest, raakt getroffen door de wijsheid en de onzelfzuchtigheid van de monnik, die op een luchtige manier de belangrijkste dingen weet uit te leggen. Hier wordt voorgeleefd wat `nederigheid' nog aan goeds kan betekenen. Hoe het, inderdaad, een vorm van heiligheid kan opleveren, van een eenvoudige en innemende soort. Het lijkt bijna, als je dit leest, of iedereen best met enige moeite een beetje heilig zou kunnen worden – misschien is dat een van de redenen dat het boek in Amerika een geweldige bestseller is geworden. Al moet de voornaamste reden toch gezocht worden in het portret van de monnik dom Joseph Warrilow. In zijn proloog schrijft Hendra bijna wanhopig; `Hoe kan ik mijn lieve, goede vriend, weer tot leven wekken?' Dit boek is het antwoord.

Tony Hendra: Vader Joe. De man die mijn leven redde. Uit het Engels vertaald door Miebeth van Horn. Het Spectrum, 297 blz. €19,95 (geb.), €15,95 (paperback)