Meneer vam Zand

Meneer van Zand had een bolle hoed,

Daarmee ging hij overal heen.

Naar het cirucus, naar de winkel,

Met vrienden of alleen.

De hoed was zijn allerbeste vriend,

Hij had hem zelfs op in bed.

Maar pas geleden werd opeens

Dit schokkende nieuws in de krant gezet:

Mijnheer van Zand zijn bolle hoed

Die hij altijd op zijn hoofd heeft

Die hoed wordt nooit eens afgezet

Omdat de hoed aan zijn huid kleeft

Bij de hoed van meneer van Zand

Zit aan de binnenkant

Superlijm, stond in de krant

Superlijm, langs de rand.

Meneer van Zand schaamde zich rot

Wie bedacht die onzin nou?

Hij zei: `Ik heb die hoed gewoon op,

omdat ik van hem hou!'

Die hoed die nooit werd afgezet,

Heeft hij toen maar verbrand.

Ook dat nieuws werd meteen bekend

Door het hele land.

Zo zie je maar, het slaat nergens op

Want door wat zinnen in de krant

Heeft meneer van Zand dan maar

Zijn mooie hoed verbrand.

Dus als je iets fantastisch vindt

Een lampje of een poppekind

Wees jezelf dan goed gezind

Loop er voorbij, hou jezelf blind

Voordat de krant over jou begint.

Eigen gedicht van Kaatje Krediet, 11 jaar,

uit Dieren