`Marokkanen in leger uit armoede'

De opa van Ahmed Aboutaleb had als bijnaam `Mimoun de verschrikkelijke'. Hij was scherpschutter in het Spaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog, een oorlog die voor hem maar niet voorbij wilde gaan. ,,Tot ver na de oorlog sliep hij op het dak met zijn karabijn'', zegt Aboutaleb junior. Later kwam de Amsterdamse wethouder erachter dat er duizenden Marokkaanse opa's waren zoals de zijne, die gevochten hadden aan de zijde van de geallieerden.

Wethouder Aboutaleb (Onderwijs en Sociale Zaken) opende gisteren de tentoonstelling `Marokkanen en de Tweede Wereldoorlog' in het Verzetsmuseum in Amsterdam. De tentoonstelling is actueel vanwege het themajaar `Marokko-Nederland 400 jaar' en de aankomende dodenherdenking. Aboutaleb verwees in zijn toespraak naar mei 2003, toen een aantal Marokkaanse jongeren de dodenherdenking verstoorde.,,Marokkanen moeten beseffen dat het ernst is en dat ze niet baldadig kunnen voetballen met kransen.''

Uit de kleinschalige expositie blijkt dat de rol van Marokkaanse soldaten in Nederland niet groot was. In West-Kapelle zijn 19 graven gevonden van Marokkaanse strijders die bouwden aan de verdedingswerken van de Atlantikwall. In de vitrine liggen slangenstokken, foto's en brieven die de soldaten achterlieten, als dank voor eten en kleding dat de Zeeuwen hen stiekum brachten.

De Marokkanen speelden wel een grote rol bij de bevrijding van Zuid-Europa, zo zei de directrice van het museum Liesbeth van der Horst. Duizenden Marokkanen vochten in het Franse leger tijdens de slag bij Monte Cassino in Italië. Generaal de Gaulle roemde destijds hun heldenmoed.

Toch wil het museum geen `heldenmythe' tonen, aldus Van der Horst. Marokkanen gingen het leger in puur uit armoede, niet uit idealisme, zei ze. Naast hun moed waren Marokkanen berucht om hun wreedheid zo blijkt uit de expositie. Wegens de verkrachtingen van Italiaanse vrouwen, werden vrouwen uit Marokko naar Italië verscheept.

De wethouder ziet de expositie als een uitnodiging voor ,,de nieuwe Amsterdammers om meer betrokken te zijn''. Najiba Abdellaoui van de Marokkaanse jongerenstichting TANS vindt de expositie vooral van belang voor jongeren. Voor hen is de oorlog vaak ,,een verwegverhaal, een geschiedenisles die wel vergeten kan worden.''

Imadalddin Qaddour (19), een bezoeker van de expositie, vindt de tentoonstelling interessant, zo zegt hij bij de slangenstokken. Op de middelbare school kwam de Tweede Wereldoorlog ,,elk jaar wel weer terug. Maar ik durf te wedden dat de meeste Nederlanders hiervan niets weten, heel veel Marokkanen trouwens ook niet''.