Longen vol ijzervijlsel

Colin McAdam werd vorig jaar vanwege zijn net in vertaling verschenen debuutroman Some Great Thing in zijn geboorteland Canada ingehaald als de nieuwe hoop van de Canadese literatuur. En dat terwijl hij met zijn onderwerpkeuze alle schijn tegen heeft. Het boek speelt in Ottawa (saai) in de jaren zeventig (ook saai) en heeft als hoofdpersonen een zichzelf omhoogwerkende bouwvakker en een bureaucraat (geeuw) wier paden elkaar toevallig kruisen. `Now, this better be good', zou ik na zo'n samenvatting zeggen.

Wel, het is behoorlijk goed maar nu ook weer niet in een mate dat je, om maar binnen de thematiek van het boek te blijven, de hoop moet hebben met McAdams debuut als onderpand een behoorlijke hypotheekrente af te kunnen sluiten.

De werkelijke hoofdpersoon is Jerry McGuinty, een man van de daad en van weinig reflectie. Dit is de manier waarop hij zichzelf introduceert: `Dertien wijken, vijfduizend daken, dertigduizend buitenmuren en een paar keiharde handen. Dat alles heb ik tot stand gebracht. Ik heb betonijzer gelegd, ik heb vlechtijzer gelegd, ik heb meer ijzervijlsel ingeademd dan de mannen die de spoorwegen hebben gebouwd. Ik heb gestuukt.' Maar zoals al meteen uit de toon van de rest van zijn zelfintroductie blijkt, is Jerry ook een man met een kiene blik voor al datgene dat binnen de grenzen van tijd en plaats mogelijk is. En zo ontwikkelt hij zich in de loop van de vertelling van een bekwaam stukadoor tot een van de belangrijkste projectontwikkelaars van Canada's hoofdstad.

Het verhaal ontwikkelt zich fragmentarisch, maar gelukkig op een manier die de ogenschijnlijke chaos in de opbouw redelijk kan rechtvaardigen. We volgen Jerry in de volgende jaren van zijn carrière, professioneel maar ook persoonlijk, en dan vooral in verhouding tot de even ontwapenend ondernemende als alcoholische Kathleen en hun zoon Jerry jr., wiens opstandige gedrag hem dwingt op een uitzonderlijke manier zijn bestaan te herzien.

Simon Struthers, de bureaucraat, leren we pas halverwege het boek kennen, en dan ook maar matig en hoofdzakelijk in relatie tot zijn amoureuze escapades. Het lijkt er erg op dat McAdam hem in een late ingreep van bijrol naar tweede hoofdrol heeft opgewaardeerd. Ook de taal is in deze aan hem gewijde passages minder gedreven en persoonlijk dan in het geval van Jerry en (vooral) diens vrouw en zoon. Hij kan nauwelijks worden betrapt op een persoonlijk vocabulaire.

Grote daden is uiteindelijk een gedurfd en, niettegenstaande de thematiek, avontuurlijk boek dat de lezer nauwelijks beroert. Het is inventief in de variatie van toon en perspectief maar een werkelijke betrokkenheid wordt bemoeilijkt door een teveel aan hardware, een teveel aan exposé over de bouwwereld. Maar het is wel een boek dat je benieuwd maakt naar een volgend boek van McAdam, als hij zich een wat toegankelijker en aansprekender milieu als onderwerp kiest.

Colin McAdam: Grote daden. Uit het Engels vertaald door Inge de Heer en Johannes Jonkers. De Bezige Bij, 430 blz. €24,90