Kluizenares op zoektocht

Het tolerante klimaat van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden trok talloze religieuze leiders aan. Dit land is zo vol van sekten `als den somer vol mugghen', zo noteerde een tijdgenoot. Temidden van al die mannen was de uit Lille afkomstige katholieke mystica en profetes Antoinette Bourignon een opmerkelijke verschijning. Zij had in 1635 een visioen gekregen waarin de heilige Augustinus haar opdroeg zijn orde te herstellen. Binnen de marges van de moederkerk probeerde zij dit idee gestalte te geven, onder meer door te leven als kluizenares.

Bourignon maakte kennis met de priester Christiaan de Cort, die haar gevoel een spreekbuis van God te zijn onderschreef. Hij was mede-eigenaar van het Waddeneiland Noordstrand en samen ontwikkelden ze het plan om daar met een kleine groep `ware gelovigen' te gaan leven in afwachting van het Laatste Oordeel. Op weg naar het beloofde land belandde het tweetal in 1667 in Amsterdam, waar De Cort door schuldeisers gevangen werd gezet en overleed. Bourignon bleef achter, te midden van de Amsterdamse calvinisten, wederdopers, joden, collegianten, labadisten en andere dissenters. Hier realiseerde zij zich dat haar missie niet een intern-katholieke aangelegenheid was, maar een algemeen christelijk probleem.

Bourignon ging vurige discussies aan, onder andere met de piëtistische predikant Jean de Labadie en de femme savante Anna Maria van Schurman. Ze verkondigde geen strenge doctrine en claimde evenmin een sekte te willen stichten. Waar het deze zelfbenoemde `Moeder der ware christenen' om ging, was de navolging van Jezus. Ze riep op tot een ascetische, alle confessies overstijgende levenswijze. Gelovigen dienden zich te wijden aan gebed en contemplatie, en hun banden met arbeid, vermogen en familie te verbreken.

Bourignon droeg deze boodschap op even originele als effectieve wijze uit. Zoekenden kregen een persoonlijke brief waarvan de woorden, zo verzekerde zij, haar rechtstreeks door God waren ingegeven. De brieven werden vervolgens in boekvorm uitgegeven en dat leverde weer nieuwe nieuwsgierigen op. Ze adviseerde niet alleen rijke kooplieden en edellieden, maar ook arme ambachtsmannen, schippers en aan gewetensnood lijdende wetenschappers om de wereld te verzaken, maar niet om haar fysiek te volgen.

Toch, toen Bourignon in 1671 met drie mannelijke getrouwen naar het van De Cort geërfde Noordstrand reisde, werd zij al snel gevolgd door een kleine groep aanhangers. Ze vestigden zich in een huis in het kuststadje Husum, van waaruit ze Noordstrand konden zien liggen. Maar al snel werd de groep geteisterd door onderlinge irritaties. Spiritueel advies was toch iets anders dan het bestieren van een huishouden. De conflicten werden mede veroorzaakt doordat Bourignon haar seksegenoten zag als personificaties van `onser aller Moeder Eva', als instrument van de duivel. Dit leidde tot spanningen onder de aanwezige gehuwden. Dat de groep in een vijandige, lutheraanse omgeving verkeerde droeg evenmin bij aan een vrome stemming. Bourignon was voortdurend op de vlucht, dook onder en zocht, via invloedrijke sympathisanten, steeds naar nieuwe mogelijkheden om Noordstrand te bereiken. Tevergeefs. Toen ze in 1680 overleed had ze nooit voet gezet in het beloofde land.

De Baar heeft grondig onderzoek gedaan en daarbij veel nieuws ontdekt. Zo heeft Jan Swammerdam veel langer onder Bourignons invloed gestaan dan altijd is gedacht, en blijkt kasteel Nijenrode het middelpunt van een kring volgelingen geweest te zijn. Volgens haar lag het geheim van Bourignons aantrekkingkracht in de wijze waarop ze allerhande religieuze ideeën en praktijken met elkaar wist te verbinden. De wijze waarop zij opereerde op de religieuze markt lijkt daarmee ineens erg actueel.

Mirjam de Baar: `Ik moet spreken'. Het spiritueel leiderschap van Antoinette Bourignon (1616-1680). Walburg Pers, 832 blz. €49,50 (met cd-rom)