Geen gesjoemel meer

Geen wonder dat de publieke omroep nattigheid voelde. Men snapte zelf ook wel dat het nogal bespottelijk is programma's als Jostiband in Ahoy', Kopspijkers, Top of the pops en Nederland zingt (de stichtelijke koorzang van de EO) te rangschikken onder de ,,culturele en kunstprogrammering'' waarmee de omroepen volgens de huidige mediawet 30 procent van hun zendtijd moeten vullen. In theorie lijkt het wel te kloppen – muziek en satire zijn cultuuruitingen – maar iedereen kan op zijn vingers natellen dat de wetgever het zo niet heeft bedoeld. En dat het ook onzin is een voornamelijk journalistiek programma als Zembla te verheffen tot documentairerubriek, om te profiteren van het feit dat documentaires in de wet eveneens als cultuuruitingen worden beschouwd.

Maar omdat Den Haag nooit protesteerde, is het de omroepen tot dusver steeds gelukt met dit soort kunstgrepen ogenschijnlijk te voldoen aan de wettelijke verplichtingen.

De raad van bestuur van de publieke omroep, die de dagelijkse leiding over de drie tv-netten heeft, doet nu echter een ander voorstel. Men belooft voortaan veel strakkere grenzen te trekken, en vraagt in ruil daarvoor een fikse verlaging van het verplichte percentage aan kunstinformatie en muziek. Als het ministerie van OCW tevreden zou zijn met 5 procent, en een minimum van 350 uur per jaar, is de raad van bestuur bereid dat tot een onwrikbare regel te maken. Dat zou een eind maken aan het gesjoemel.

Een aantrekkelijke gedachte, ware het niet dat het omroepcollege een ander aspect onbesproken laat. Zo worden de kunstrubrieken die de AVRO op de late zaterdagmiddag op Nederland 1 uitzendt, de laatste jaren elk seizoen een half uurtje later geprogrammeerd – steeds verder weggeschoven van de vooravond, die een groot publiek moet trekken. En het wekelijkse NPS-programma Output op de woensdagavond op Nederland 3 (met jazz en dans) is nu al weggedrukt tot na middernacht. De angst om, mede door de komende tv-zender van John de Mol, nog meer marktaandeel te verliezen, leidt ertoe dat de aantrekkelijke avonduren steeds meer gevrijwaard worden van zoiets moeilijks als kunst. De helft van het kunstaanbod wordt nu buiten de reguliere kijkuren uitgezonden.

Wim Weijland, hoofd kunst van de AVRO, was deze week de eerste betrokkene die op het voorstel reageerde. Dat minimum van 350 uur is nog niet eens zo gek, zegt hij – maar dan wel op voorwaarde dat ze 's avonds tussen 18 en 23 uur te zien zijn, en dat de bijbehorende budgetten worden verzekerd. Als de helft op de incourante tijdstippen geprogrammeerd blijft, is het omroepvoorstel niet meer dan ,,een schaamlap om niet te hoeven erkennen dat de publieke omroep haar wettelijke taken en eisen nauwelijks nakomt'', aldus Weijland. En hij laat het niet bij klagen; hij hoopt zijn standpunt binnenkort, samen met zijn NPS- en VPRO-collega's in de werkgroep kunst, voor te leggen aan de raad van bestuur.

Dat is een hoopvol initiatief. Al zal het programmeren van kunstprogramma's bij de omroepleiding zelden van harte gaan.