Gebruik je fantasie

Honderd jaar geleden, op 24 maart, overleed Jules Verne in Amiens. De schrijver wordt in Frankrijk herdacht met tentoonstellingen, manifestaties en congressen. Maar in Amiens komt het jubeljaar wat laat op gang.

Jules Verne zou zich in zijn graf omdraaien. Tweeënzestig romans staan er op zijn naam, de een nog populairder dan de ander. Grote schrijvers als George Sand en Émile Zola prezen hem, bestsellerauteurs als H.G. Wells (The Time Machine) en Michael Crichton (Jurassic Park) verklaarden zich schatplichtig aan zijn `Wonderreizen'. Hij is vertaald in honderdvijftig talen en hij geldt algemeen als de man die de wetenschappelijke avonturenroman bij een breed publiek bekend heeft gemaakt. Maar in het jaar dat zijn honderdste sterfdag wordt herdacht, is er nog steeds geen enkel deeltje in de prestigieuze Franse Pléiade-reeks aan zijn werk gewijd. ,,We hebben wel twee delen met werk van Simenon, en ook De drie musketiers en De graaf van Monte-Cristo van Dumas'', zegt een boekhandelaar in Amiens, de Noord-Franse stad waar Verne het grootste deel van zijn leven doorbracht. ,,Maar de samenstellers van La Pléiade vinden Jules Verne kennelijk te licht. We verkopen romans als Reis om de wereld in 80 dagen en 20.000 mijlen onder zee alleen in pocket.''

Het is de postume bevestiging van wat Verne altijd heeft dwarsgezeten: ,,De grote teleurstelling van mijn leven'', zei hij in een interview in 1894, ,,is dat ik nooit een plaats heb ingenomen in de Franse literatuur.'' Hoewel hij naar eigen zeggen zijn boeken wel acht keer corrigeerde voordat ze naar de drukker gingen (en daarbij altijd probeerde ,,vorm en stijl te verbeteren''), werd hij niet gewaardeerd als serieus schrijver. Hij kreeg het Légion d'Honneur, dat wel; maar de hoogste eer, het lidmaatschap van de veertig leden tellende Académie Française, viel hem niet te beurt. Volgens de onlangs verschenen Jules Verne gids van Karol van Bastelaar raakte Verne de laatste jaren van zijn leven steeds gedesillusioneerder bij `iedere keer dat hij gepasseerd werd als er weer een lid was overleden'. De pijn werd verergerd doordat zijn beschermheer Victor Hugo en zijn vriend Alexandre Dumas-fils wel tot de `Onsterfelijken' behoorden.

Maar ach, wie leest er nog Dumas-fils, die tegenwoordig hoogstens bekend is doordat Giuseppe Verdi zijn Dame aux camélias bewerkte tot de opera La traviata? En wie leest er Hugo, die zijn roem vooral ontleent aan de musical Les misérables en de Disneyfilm De klokkenluider van de Notre Dame? Jules Verne heeft de strijd om de meeste lezers allang in zijn voordeel beslist. En niet ten onrechte. Want zijn personages mogen dan zo plat zijn als tickets voor Madame Tussaud (,,Ik zie niet in wat een roman te maken heeft met psychologie'', zei Verne ooit), ze zijn onvergetelijk – van de flegmatieke wereldreiziger Phileas Fogg en de gekwelde onderzeebootkapitein Nemo, tot de veroveraar Robur en de koerier van de tsaar Michel Strogoff. Ook al doordat ze de hoofdrol spelen in verhalen die spannend zijn en leerzaam lijken. Ik ben vast niet de enige die voor het eerst kennismaakte met verre landen en technisch vernuft via de `blauwe bandjes' die tot in de jaren tachtig in iedere kinderboekenwinkel te vinden waren. En ook niet de enige die opnieuw aangenaam verrast werd door Vernes humor en plotkunst toen vorig jaar de Reis om de wereld in een volwassen vertaling (van Kiki Coumans) werd uitgebracht.

Houten kisten

Verne mag dan nóch in Pléiade nóch in het Panthéon zijn bijgezet, Frankrijk is niet van plan zijn jubeljaar ongemerkt voorbij te laten gaan. Zowel in de Bretonse stad Nantes (waar Verne op 8 februari 1828 geboren werd) als in Amiens (waar hij op 24 maart 1905 stierf) worden de komende tijd congressen, tentoonstellingen, filmfestivals en andere manifestaties gehouden. Alleen komt de organisatie wat laat op gang. Als ik op de zaterdagochtend vóór de honderdste sterfdag binnenstap in het `Imaginaire Jules Verne', een oud bioscoopgebouw in Amiens waar ik de jubileumexpositie Les Enfants du Capitaine Verne verwacht, tref ik lege vitrines, grote houten kisten en hopen bouwmateriaal – alsof de Gun Club van Baltimore een nieuwe reis naar de maan voorbereidt. Een schaftende tentoonstellingsmaker verzekert me dat alles over vier dagen klaar zal zijn, maar dat lijkt me net zo'n betrouwbare voorspelling als Vernes claim dat accu's in de toekomst onuitputtelijk zullen zijn of dat Atlantis op de zeebodem ter hoogte van de Kaapverdische eilanden te vinden is.

Een paar straten verder, bij het negentiende-eeuwse hoekhuis waarin Verne van 1882 tot 1901 woonde, is de situatie precies omgekeerd: 2, rue Charles Dubois zal nog maar een paar dagen open zijn, waarna het een jaar dichtgaat voor een grondige restauratie. Omdat de stadsvilla met woontoren alleen 's middags te bezichtigen valt, maak ik eerst in omgekeerde richting de stadswandeling die de VVV heeft uitgezet `sur les pas de Jules Verne'. Die voert om te beginnen langs het nabijgelegen sterfhuis van de schrijver (een bescheiden pand in rode baksteen dat niet voor publiek toegankelijk is) en langs het imposante Cirque Municipal, een achthoekig stenen gebouw voor grootscheepse evenementen dat in 1889 door het republikeinse gemeenteraadslid Verne geïnaugureerd werd; om uit te komen bij de Stadsbibliotheek, waar de schrijver vaak te vinden was om feiten te checken voor zijn `Voyages extraordinaires'.

De bibliotheek is gelukkig op tijd met de voorbereidingen voor het Vernejaar begonnen en heeft de helft van de ontvangsthal ingeruimd voor Les Trésors de Monsieur Jules, een vrolijkmakend overzicht van alle merchandise die sinds het succes van de eerste Wonderreis (Vijf weken in een luchtballon, 1863) over de wereld is uitgestort. Behalve speelgoed in de vorm van vaar- en voertuigen uit de romans (de Nautilus van Nemo, het luchtschip van Robur) zijn er antieke bordspellen, tinnen poppetjes, Phileas Fogg-zakjes met `fine foods from around the world' (Mexicaanse chips en Indiase nootjes), en porseleinen borden met de beroemde Wonderreizen-gravures van illustratoren als Neuville, Férat en Riou. Verne zelf heeft van al deze koopwaar financieel niet geprofiteerd. Hij was weinig zakelijk, en vertrouwde geheel en al op zijn vriend en ontdekker, de uitgever Pierre-Jules Hetzel. Met hem sloot de 44-jarige schrijver een contract voor drie boeken per jaar – wat Verne een goede boterham opleverde en Hetzel een fortuin.

Het modernste stuk merchandise in de bieb is een etensbord met het getekende hoofd van Verne en daarbij een citaat uit zijn persoonlijke correspondentie: `Naar de wens van mijn vrouw ga ik wonen in Amiens, een degelijke, beschaafde en gelijkmatige stad.' Het bord wordt ook verkocht in de toeristenwinkels, waar het veel minder populair is dan afbeeldingen van de beroemde gotische kathedraal of het huilende barokengeltje dat zich daarbinnenin bevindt. `Sur le désir de ma femme' geeft al aan dat Verne een wat moeizame relatie met zijn vrouw Honorine had. Ze waren in 1857 getrouwd, kregen een zoon (wiens losbollige levenswandel nog veel geld en ergernis zou kosten) en leefden vijf jaar later al min of meer gescheiden van tafel en bed. Niettemin stribbelde hij niet tegen toen Honorine hem in 1872 voorstelde om in de stad van haar familie te gaan wonen. Verne was toen door successen als Naar het middelpunt der aarde (1864) en De kinderen van kapitein Grant (1868) al veranderd in een workaholic, die blij was om de drukte – en de literaire slangenkuil – van Parijs te verruilen voor het gezapige leven in een Picardische provinciestad.

Schrijftafelreiziger

`Amiens, ville sage, policée, d'humeur égale.' Je vraagt je af of er niet een enthousiasmerender citaat voor het bord te vinden was. Maar Verne bedoelde het ongetwijfeld als een compliment. Hoewel hij een zeewaardig zeilschip had, en in zijn jongere jaren tripjes maakte naar Scandinavië en New York, was hij het prototype van een schrijftafelreiziger. Achter zijn bureau, in de torenkamer met uitzicht over de spitsen van Amiens, bedacht hij de wildste avonturen in exotische oorden: een reis om de Zwarte Zee om tol over de Bosporus te ontduiken (Kereban de stijfhoofdige), een achtervolging op leven en dood in de wereld van de Zuid-Afrikaanse diamantzoekers (De zuidster), een vliegtocht rond de wereld per superhelikopter (Robur de veroveraar). Hij deed precies wat hij zijn moeder op tienjarige leeftijd had beloofd toen hij in de haven van Nantes op het nippertje van een schip was gehaald dat naar de Caraïben zou vertrekken: ,,Voortaan zal ik alleen nog in mijn fantasie op reis gaan.''

De torenkamer waarin Verne zijn `buitengewone reizen' bij elkaar verzon, hoop ik 's middags te zien, in het huis aan de rue Charles Dubois (een paar honderd meter verwijderd van de Clinique Jules Verne, waar ze ongetwijfeld gespecialiseerd zijn in vliegangst, reiskoorts en caissonziekte). Maar de rondleiding blijkt niet verder te gaan dan de begane grond van het drie verdiepingen hoge huis – en aan een bezoek aan de ronde toren hoeven we al helemaal niet te denken, die wacht op de verbouwing. De werkkamer, zo vertelt de gids, is nauwkeurig gereconstrueerd in de fumoir, waar Verne zich met zijn vrienden voor een rokertje terugtrok na de diners die zijn vrouw voor de notabelen van Amiens aanrichtte. We zien Vernes bureau, met een wereldbol en een foto van zijn vrouw erop, en ook zogenaamd de boekenkasten van de schrijver. Maar de ene herbergt de `Voyages extraordinaires' in een editie die nog geen dertig jaar oud is, en de andere blijkt bij nadere bestudering helemaal nep: de quasi-gebonden quasi-leren ruggen met namen als Balzac en Dickens erop zijn van karton en als versiering op de panelen geplakt.

Louis XVI-stijl

Twee andere kamers zijn nog te bezichtigen: de eetzaal met – toegegeven, prachtige – neogotische lambrizeringen, en de muziekkamer in Louis XVI-stijl. De geest van de negentiende eeuw waart er niet echt in rond. Maar dat gaat veranderen, zegt de man die in de serre van het huis kaartjes en kaarten verkoopt. Over een week wordt er begonnen met de renovatie van het hele pand, en daarna worden de kamers in het huis en in de toren gevuld met de grote Jules Verne-collectie die de stichting Amiens Métropole in 2000 verwierf. Tussen de dertigduizend stuks Verniana uit die verzameling bevinden zich niet alleen manuscripten, eerste drukken, meubels en affiches, maar ook de handelswaren die op dit moment tentoongesteld worden in de Bibliothèque Municipal. In december, net voor het Verne-jaar zal zijn afgelopen, moet 2 rue Charles Dubois veranderd zijn in het Centre International Jules Verne.

Zeggen dat er nog veel werk te doen is, zou een understatement zijn. Het huis ziet er uitgewoond en verveloos uit, en weinig herinnert aan de aanwezigheid van de populairste Franse schrijver na René Goscinny. Het is dat ergens nog een stemmige foto hangt van de binnenplaats van het huis in zijn glorietijd. In de deuropening zien we, als een klein figuurtje, Honorine; naast de schuur, niet veel groter, de schrijver met zijn hond. De rest – hoe Verne elke morgen om vijf uur opstond om te gaan schrijven, hoe hij zijn hele leven probeerde om alle bestaande kennis te verwerken in zijn tientallen deeltjes Wonderreizen – die rest moeten we er zelf bij bedenken. Gebruik je fantasie, zou Verne zeggen, dat heb ik ook gedaan.

Nog één ding rest me als ik het huis uitga en via het tegenovergelegen Monument Jules Verne uit 1909 – drie lezende kinderen onder een buste van de schrijver – naar de auto loop: een bezoek aan het graf. Het Cimetière de la Madeleine, waar Verne eind maart 1905 onder belangstelling van vijfduizend bewonderaars werd begraven, is te ver om te wandelen; het ligt een kilometer of acht ten noorden van de stad, en de weg ernaartoe voert door weinig interessante buitenwijken. Maar het kerkhof, gevlijd tegen een heuvel, maakt veel goed: een oase van rust met fluitende vogels, prachtige oude bomen en architectonisch verantwoorde grafkelders en -monumenten. Zoals Amiens het provinciale zusje van Parijs is, zo is de Cimetière de la Madeleine dat van de dodenstad Père Lachaise.

Verne is de enige beroemdheid die op La Madeleine ligt, een papier op de muur van het centrale kerkhofhuis wijst de weg: naar rechts over de hoofdweg en dan na 100 meter het eerste opvallende graf aan de linkerhand. Opvallen doet het inderdaad – niet door de zachtroze natuurstenen grafzuil met gouden letters, maar door het enorme beeldhouwwerk dat uit de liggende grafsteen oprijst: een man die uit zijn graf omhoog komt en zijn arm naar de hemel uitstrekt. Waarschijnlijk heeft Albert Roze, dezelfde kunstenaar die ook het Monument Verne heeft gemaakt, de Jongste Dag verbeeld, wanneer de doden uit hun graven komen om door Jezus geoordeeld te worden. Maar het maakt een deprimerende indruk – alsof Jules Verne zelfs honderd jaar na zijn dood niet de rust en erkenning heeft gevonden die hij bij zijn leven al zo graag wilde hebben.

Tentoonstellingen in Amiens: `Les Trésors de Monsieur Jules' (t/m 9 juli in de Bibliothèque); `Les Enfants du Capitaine Verne (t/m 29 okt. in de Imaginaire); `Amiens à l'époque de Jules Verne' (15 juni t/m 30 sept. in Hôtel de Ville). Zie voor de overige activiteiten www.julesverne.fr

Karol van Bastelaar: De Jules Verne Gids. Uitg. Elmar, 304 blz. €16,50

Verne-avond, m.m.v. o.a. Dirk van Weelden en Douwe Draaisma. Het Trippenhuis, Amsterdam, do 14 april

`Naar de wens van mijn vrouw ga ik wonen in Amiens'

Een schaftende tentoonstellingsmaker verzekert me dat alles over vier dagen klaar zal zijn