Eén verhaal met vier kunstgebitten

Is het toeval dat de tweede editie van Magazijn verschijnt in de week van de Libris-nominaties? Waarschijnlijk wel, want de presentatie van het jaarboek met `de nieuwe generatie schrijvers' was gepland vóór de Boekenweek. Maar het is een mooie samenloop van omstandigheden. Zoals de jury van de Librisprijs een overzicht pretendeert te geven van de literaire hoogtepunten van het voorafgaande jaar, zo wil de redactie van Magazijn jaarlijks de beste schrijvers onder de veertig verzamelen. Vergelijken is verleidelijk, al blijkt dat al snel niet al te vruchtbaar: de enige jonge schrijver op de Libris-shortlist is Stephan Enter (1968), en die is niet tot Magazijn doorgedrongen. Wél selecteerde de redactie (bestaande uit Menno Hartman, Daphne de Heer en de critici Judith Janssen en Arjen Fortuin) vier schrijvers die op de longlist van de Librisprijs stonden: Arnon Grunberg (De joodse messias), Ilja Leonard Pfeijffer (Het grote baggerboek), Ton Rozeman (Intiemer dan seks) en Miek Zwamborn (Vallend hout).

Het idee achter Magazijn is sympathiek. Niet alleen worden jaarlijks tien tot vijftien auteurs in het zonnetje gezet (criteria: ze hebben in het voorgaande jaar fictie gepubliceerd én ze waren op dat moment niet ouder dan veertig), maar ook wordt aan de geselecteerde auteurs gevraagd om nieuw werk in te sturen dat in het jaarboek wordt gepubliceerd. Voor Magazijn #2 werden twaalf schrijvers uitverkoren, één minder dan vorig jaar; drie daarvan volstonden jammer genoeg met fragmenten uit hun romans van vorig jaar: Zwamborn, Floor Haakman (De inborsteling) en Erwin Mortier (Alle dagen samen). Anton Valens leverde een mooie, niet eerder gepubliceerde toegift bij zijn thematische verhalenbundel Meester in de hygiëne, over een empathische jongen in de thuiszorg.

De enige schrijver die vorig jaar ook in Magazijn stond is Grunberg. Met zijn nieuwe bijdrage bewijst hij dat hij niet alleen door zijn ontzagwekkende productie met kop en schouders uitsteekt boven zijn generatiegenoten. `Iemand anders' is het verhaal van Aron Barshay, een Amerikaanse vrijgezel die `de chaos aardig buiten de deur' houdt, maar die even illusieloos door het leven gaat als Grunbergs andere personages. Heel even lijkt zijn leven een andere wending te krijgen, wanneer hij een vlot jong meisje ontmoet, maar aan het eind van het verhaal staat hij weer precies waar hij begonnen is. Alleen de lezer is er beter van geworden: die heeft een ontroerend plakje leven afgesneden zien worden, met als toespijs een paar typisch Grunbergiaanse oneliners: `Het ontbreekt Barshay aan niets, of aan alles. Maar tussen niets en alles zit geen verschil.'

Een ander sterk verhaal is dat van Jan van Loy (Bankvlees), een van de vijf debutanten die Magazijn #2 telt, en een van de drie Vlamingen. In `Straight Flush' vertelt hij in hoog tempo het verhaal van een doodnormale jongen die voornemens is zichzelf vóór kerstmis van kant te maken en daartoe een reeks schimmige figuren bezoekt om aan een effectieve pillencocktail te komen. Niet de afloop van deze moderne euthanasie is het verrassendst, maar de vorm die Van Loy heeft gekozen: een combinatie van fictieve reportage en verhalende dagboekaantekeningen, waarvan het werkelijkheidsgehalte betwijfeld wordt door een geïnterviewde euthanasie-arts. De laconieke verteltrant maakt `Straight Flush' met recht tragikomisch.

Volgens Michaël Zeeman, die in het voorwoord bij deze Magazijn een dappere poging doet om de twaalf zeer verschillende schrijvers (behalve de genoemden ook nog Al Galidi, Walter van den Berg, Jeroen Theunissen en Peer Wittenbols) onder één noemer te brengen, kenmerkt de jongste Nederlandse literatuur zich door `vormvastheid, op het naturalistische en ouderwetse af – én een zekere hang naar experimenteren met taal en vorm.' De redactie ziet als enige bindende factor `leeftijd en kwaliteit.' Anders dan het grote voorbeeld, de lijst van de beste Britse schrijvers onder de veertig die door het tijdschrift Granta wordt samengesteld, maakt Magazijn je dus niets wijzer over de stand van zaken in de nieuwe Nederlandse literatuur. Dat kan ook niet anders, als je ieder jaar een dozijn schrijvers verzamelt; Granta publiceert zijn lijst van twintig maar één keer in de tien jaar.

Magazijn is dus niets meer maar ook niets minder dan een gevarieerde verhalenbundel. Wie de tweede editie doorleest om Geheimtips op te doen voor de komende jaren, zal behalve naar het volgende boek van Van Loy in de eerste plaats uitkijken naar het nieuwe werk van de Iraaks-Nederlandse auteur Al Galidi, die vorig jaar debuteerde met de anarchistische roman Mijn opa, de president en de andere dieren, en die nu een poëtisch en intrigerend sprookje over schoenen van 999 euro publiceert. Of naar de `debuutroman in wording' van de toneel- en verhalenschrijver Peer Wittenbols, die zijn talent voor absurde situaties (een man die vier kunstgebitten vindt in het huis van zijn moeder) en Bordewijk-achtige sfeerbeschrijvingen eens te meer etaleert in `Drie losse fragmenten'. We zullen Wittenbols alleen niet meer tegenkomen in een nieuw Magazijn; want net als Van Loy, Valens en Mortier is hij zelfs dit jaar al ouder dan veertig.

Magazijn #2. De nieuwe generatie schrijvers. Uitgeverij 521, 224 blz. €16,50