Een varkensstal als klaslokaal

,,We zijn hier in een dorpsschool in de zeventiende eeuw'', zegt de gids. ,,'t Lijkt op een gewoon huis'', zegt Jeroen. ,,Eigenlijk'', antwoordt de gids, ,,was het een varkensstal.

Ik denk dat in het weekend de dieren hier stonden.'' De leerlingen van de Jozefschool uit Pijnacker zwijgen beduusd.

Groep 6 en 7 zijn op een rondleiding in het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam, waar klaslokalen zijn nagemaakt zoals ze er vroeger uitzagen. Na de kale middeleeuwse kloosterschool, waar jongens die monnik wilden worden in het Latijn leerden lezen en schrijven, zijn ze nu terechtgekomen bij de dorpsschool vijf eeuwen later. Het is er rommelig druk. Kleine en grote poppen, gekleed zoals de kinderen van toen, zitten op stoeltjes en banken of op de grond. Achterin zijn er twee aan het vechten. De mutsjes die ze dragen geven aan dat het winter is. Om zich te warmen stoken ze een vuurtje. De rook kan naar buiten door het open raam.

Voor de lessenaar van de meester staat een jongen met gebogen schouders. Hij brengt de pechvogel terug die meester zojuist naar hem gegooid heeft omdat hij straf verdient. Misschien zal meester hem slaan met de plak, een houten lepel. Als hij iets doms heeft gedaan, krijgt hij het ezelplankje om zijn nek. ,,Het ergst'', zegt de gids, ,,was het schandbord. Wie zich had misdragen moest ermee door het dorp naar huis lopen. Thuis kreeg je dan van je moeder een pak slaag.'' De leerlingen reageren verontwaardigd. ,,Zo, wat gemeen!'' zegt Renda. ,,Ik ben blij dat ik niet in die tijd leefde'', merkt Roy op.

In het museum is te zien dat de scholen vanaf 1830 steeds meer op die van nu gaan lijken. De tafels staan in rijen en er is een schoolbord. Rond 1910 mogen ook vrouwen gaan lesgeven. Er komen vakken bij: naast lezen, schrijven en rekenen (op een telraam), krijgen de kinderen topografie, biologie en les in telefoneren.

Tot besluit van de rondleiding die in 1930 eindigt, mogen de museumbezoekers uit Pijnacker zelf in de schoolbankjes gaan zitten. Hoe was het om in 1920 leerling te zijn? De gids die nu juf is pakt ze direct flink aan: ,,We gaan in de rij naar binnen. Eerst de jongens, dan de meisjes. Jullie kunnen gaan zitten als ik het zeg.'' Nadat ze gecontroleerd heeft of de handen zijn gewassen, krijgt iedereen een voorleesbeurt. ,,Allemaal armen over elkaar. Vingers weg, ik kijk wie er netjes zit'', zegt ze. ,,Zien jullie dat je zoo met twee o's schrijft? En nee is met een n erachter: neen.''

Op bord schrijft ze met dunne en dikke halen een aantal sierlijke letters. Daarna moeten de kinderen het zelf proberen – met kroontjespen. Natuurlijk ,,netjes en zonder vlekken''. Tijdens het uitdelen van de dicteeblaadjes is het wat rumoerig. Juf merkt het. ,,Ja hoor'', vaart ze uit tegen Roy, ,,jij zit in je kastje te rommelen. Ga maar met je neus in de hoek staan.'' De klas giechelt. Na het dictee is de les afgelopen en daarmee ook de reis terug in de tijd. ,,Ze was wel streng'', mompelen kinderen bij het verlaten van de klas. Maar Roy lacht trionfantelijk: hij vond het wel leuk, daar in de hoek.

Nationaal Onderwijsmuseum. Nieuwemarkt 1a, Rotterdam. Inl.: 010 4045425. Voor meer informatie zie: www.onderwijsmuseum.nl