Een lobbes fietst wat af

In een ideale wereld beoordelen mensen elkaar niet op het uiterlijk of op verhalen die over iemand de ronde doen, maar is alleen iemands karakter van belang. In diezelfde ideale wereld beoordelen uitgevers boeken op de inhoudelijke kwaliteiten en doen de persoonlijke omstandigheden van de schrijver er niet toe, en ook niet wat bijvoorbeeld Stephen King ervan vindt. Maar bij The Memory of Running (De geheugenloper) van Ron McLarty waren de ontstaansgeschiedenis van het boek en Stephen Kings mening erover sneller algemeen bekend dan de literaire kwaliteiten – dus nu eerst maar iets over die literaire kwaliteiten.

In het begin lijkt The Memory of Running heel aardig te worden. Dat komt vooral doordat de verteller, Smithson `Smithy' Ide, een eigen stem heeft, een eigen karakter: hij is al snel iemand die je goed kent. Door en door. En na een paar hoofdstukken merk je dat Smithy niet meer verandert. Een lieve naïeve man, intens braaf, voortdurend verbaasd over zijn eigen emoties en het leven in het algemeen, maar ook heel tolerant. Een 43-jarig kind. En hij verveelt je. We hebben al een Forrest Gump en we hebben er niet nóg een nodig.

Dat Smithy zich niet echt ontwikkelt is vooral jammer omdat The Memory of Running bedoeld is als ontwikkelingsroman. Wanneer Smithy's ouders overlijden door een auto-ongeluk en hij in hun post leest dat zijn ooit weggelopen schizofrene zus Bethany ook net dood is, drinkt hij zich nog één avond een delirium – hij verdooft zich al jaren met bier – en stapt dan op zijn oude kinderfiets. Hij rijdt van zijn woonplaats aan de oostkust van Amerika naar het westen, waar Bethany opgebaard ligt. Onderweg komt de goedaardige lobbes van bijna 130 kilo allerlei mensen tegen die hem helpen of beroven, die hem hun levensverhaal vertellen, die doodgaan of door hem gered worden. Hij ziet al die mensen daarna nooit meer en denkt ook nauwelijks meer aan hen.

De constante factor in zijn leven wordt nu zijn vroegere buurmeisje Norma dat al haar hele leven verliefd op hem is. Hij vond haar destijds heel irritant, maar nu belt hij haar regelmatig op. En je ziet al van mijlenver aankomen dat hij weliswaar van haar af fietst, maar eigenlijk naar haar toe komt. Aan het eind van het boek mag zij, stoer en in rolstoel, hem, dom maar lief, tegen het leven beschermen nu zijn ouders en zus er niet meer zijn. McLarty zou dat vast veel te cynisch geformuleerd vinden, want de roman is heel gevoelig bedoeld. Zijn verhaal is vet aangezet, met korte zinnetjes en betekenisvolle weglatingen, als aanzwellende violen in het soort film dat je geen kans geeft om zelf iets te voelen.

Het duurt een tijd voordat Smithy en Norma elkaar krijgen, want Amerika is in de breedte een eind fietsen. En daarnaast pas de schrijver het stramien `hoofdstukje heden, hoofdstukje verleden' toe, maar zonder dat er overkoepelende spanning in het verhaal zit. We leren dat Smithy vroeger ook lastig en vervelend kon zijn, maar zijn psychologische ontwikkeling die vóór het boek plaats had naar de goedzak die hij inmiddels is, wordt niet verklaard.

The Memory of Running is even oppervlakkig als de pulpromannetjes die Smithy 's avonds bij zijn tent leest. De boodschap: je moet mensen niet op hun uiterlijk beoordelen, ze zijn vaak niet wat ze lijken – ook al is Smithy zelf aan het eind van de rit wel een stuk slanker en aantrekkelijker geworden.

Stephen King vond het verhaal van The Memory of Running overigens heel mooi, schreef dat op in een Amerikaans tijdschrift en zorgde er zo voor dat het boek werd uitgegeven. Daarvóór wilde niemand het hebben.

Ron McLarty: De geheugenloper. Uit het Engels vertaald door Ineke Lenting. Vassallucci, 400 blz. €25,–