Doodskunstenaar

Rienk Vermij suggereert in zijn bespreking van De doodskunstenaar (Boeken, 12.03.05) dat biograaf Luuc Kooijmans wellicht het kunstenaarschap van de anatoom Frederik Ruysch onvoldoende aan de orde stelt en hem louter als medicus neerzet, mede omdat de biografie is gefinancierd door het Amsterdams Medisch Centrum. Vermij is goed thuis in de zeventiende- en achttiende-eeuwse wetenschapsgeschiedenis, en weet dat verzamelaars van natuurhistorische collecties in deze periode hun collecties zo kunstig mogelijk presenteerden. Hij werd net als iedereen die voor het eerst kennis maakt met de preparaten van Ruysch door de sierlijke presentatie ervan getroffen. Maar was het Ruysch om de schoonheid te doen?

Toen in januari drie orginele Ruyschpreparaten ter ere van het verschijnen van de biografie van Ruysch te zien waren in de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, raakten anatomen die daar het rozekleurig kinderhoofdje met gelichte schedel bekeken, in vervoering. Zij bewonderden de prepareerkunst niet om zijn kunstige kanten versierselen en wijze van presenteren, maar om een andere reden. Omdat Ruysch het onzichtbare `dat door de dood toeviel' zichtbaar had kunnen maken. Ruysch wilde lesgeven aan de hand van zijn preparaten die in helder vocht aanschouwelijk maakten wat men in een stinkend lijk slecht kon zien. Vesalius had de tekening als hulpmiddel bij het anatomieonderwijs geïntroduceerd en Ruysch het preparaat. Ruysch hanteerde als motto: `Kijk zelf, en geloof alleen je eigen ogen'. Dat was geen gebrek aan eruditie, zoals Vermij beweert, maar een nieuwe benadering van de wetenschap die niet meer louter wilde volstaan met vertrouwen op boekenwijsheid.

Ruysch was in de eerste plaats docent die honderden leerling-chirurgijns en -vroedvrouwen, universitaire studenten en collega's, zelf liet kijken en ernaar streefde `om 't afschuwelijk gezicht der ontlede en afgesnede delen, met welgepaste cierzelen zodanig te verbeteren, dat het de ogen niet mishage, nog enige schrik en walging veroorzaken zal...'.

Kunstig, ja. Kunst om de kunst, nee. Kooijmans danst niet naar het pijpen van zijn opdrachtgevers, maar kent de feiten.