Die zwaartekracht krijgen we eronder

Steeds bleven de deuren van de Académie française voor hem gesloten, en toch is Jules Verne (1828-1905) tot de dag van vandaag wereldwijd de meest gelezen Franse auteur. Kapitein Nemo, Hatteras en Phileas Fogg spreken al generaties lezers tot de verbeelding. Verne werd een mythe. Jules Verne zou een visionair zijn, een fantast die reisde in zijn verbeelding en zelf nooit de grenzen van zijn vaderland had overschreden. Hij zou een gemankeerd wetenschapper zijn en een saaie man, die zich terugtrok in een provincieplaatsje. Hij zou een auteur zijn die speciaal voor de jeugd schreef. Evenzoveel fabeltjes die met verve worden weerlegd in de vele publicaties die dit jaar verschijnen ter gelegenheid van Verne's honderdste sterfdag.

Die rehabilitatie komt aan de late kant. Dat is de strekking van de twee boeken van biograaf en filmmaker Jean-Paul Dekiss, directeur van het Centre International Jules Verne in Nantes en van het Maison Jules Verne in Amiens. Hij publiceerde twee prachtig geïllustreerde boeken. Het ene, Jules Verne. Le rêve du progrès, is een kleine, compacte, vierkleurenuitgave in de reeks Découvertes van Gallimard, waarin onder andere een briefwisseling uit zijn jeugd is opgenomen. Het andere is een nieuw deel in de grote geïllustreerde, biografische reeks Textuel, getiteld Jules Verne. Un humain planétaire. Deze laatste is verlucht met gravures en tekeningen van plaatsen, personages en machines een rol spelen in Vernes romans, met affiches van zijn toneelstukken en facsimiles van niet eerder gepubliceerde brieven en manuscripten.

Dat zijn tijdgenoten Jules Verne beschouwden als een schrijver van boeken voor de nieuwsgierige jeugd valt hun niet aan te rekenen, meent Dekiss. In de tweede helft van de negentiende eeuw bepaalde de kerk namelijk wat kinderen mochten lezen en wat niet. Enkele voorstanders van de scheiding van kerk en staat, vaak ook strijders voor de Republiek, namen het voortouw tot seculier onderwijs voor allen. Onder hen de meermalen verbannen uitgever Pierre-Jules Hetzel, die ook het werk van vrije geesten als Victor Hugo en George Sand publiceerde. De gangbare kinderboeken waren volgens Hetzel, voorvechter van goed onderwijs en een brede opvoeding, `plat en zonder kraak of smaak'. Toen hij Jules Verne ontmoette voorzag hij voor diens avontuurlijke, op geografie, techniek en wetenschap gestoelde romans een groot, nieuw, jong publiek. Hij vergiste zich niet. Hetzel onderwierp Vernes boeken aan een kritische redactie, liet zijn uitgaven verluchten door de beste illustratoren en maakte Verne tot dé auteur van jeugdboeken van de negentiende eeuw. In 1863 werd zijn eerste roman, Cinq semaines en ballon, door de kritiek en door het grote publiek omarmd. Tijdens zijn leven werden er 76.000 exemplaren verkocht.

Verne maakte op een ongeëvenaarde manier de vooruitgangsidee van zijn eeuw aanschouwelijk, schrijft Dekiss. In zijn Voyages extraordinaires illustreert hij de opkomst van de burgerij en de ontwikkeling van de industrie, de techniek en de wetenschap. Met zijn verhalen over ontdekkingsreizen naar de poolstreken, zijn tochten naar het midden van de aarde, de maan, vulkanen en zeebodems bevredigt Verne de honger van zijn tijdgenoten naar geologische, geografische en astronomische kennis.

Vernes eigen verbeelding werd gevoed door zijn geboorteplaats, de bedrijvige havenstad Nantes. Onder druk van zijn vader, die advocaat is, gaat Jules rechten studeren in Parijs. Al snel raakt hij bevriend met Alexandre Dumas fils, die hem introduceert in het literaire milieu. Hij breekt zijn studie af en probeert zijn pen in artikelen, novellen en poëzie. Verne wordt onbezoldigd secretaris van het Theatre Lyrique en hoopt dat zijn stukken in dat theater gespeeld zullen worden. Verne leest Edgar Allan Poe en ontmoet de blinde ontdekkingsreiziger Jacques Arago met wie hij een passie deelt voor geografie en toegepaste wetenschap. Met de fotograaf Nadar onderzoekt hij de mogelijkheid de zwaartekracht te overwinnen.

In de jaren zestig maakt Verne, in gezelschap van zijn broer of vrienden, zijn eerste reizen, naar Engeland, Schotland, naar Duitsland en Scandinavië. Van meet af aan maakt hij onderweg nauwgezet aantekeningen. Thuis leest hij iedere dag vijftien kranten en houdt hij de wetenschappelijke publicaties bij. Zo verzamelt hij een omvangrijk archief dat aan het einde van zijn leven uit zo'n 20.000 kaarten bestaat.

Tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-71 trekt Verne zich, samen met zijn vrouw Honorine, haar twee dochters en hun gemeenschappelijke zoon, terug in Crotoy, een vissersdorpje aan de monding van de Somme. Terneergeslagen door de oorlog en de gewelddadigheden tijdens de Commune van Parijs schrijft hij er het verhaal van een schipbreuk (Le Chancellor) als metafoor voor de schipbreuk van een hele maatschappij. De uitgever meldt hem dat de omzet daalt en om van zijn pen te kunnen blijven leven neemt Verne ook opdrachten aan. Zo schrijft hij naast zijn Voyages Extraordinaires ook nog een Géographie illustrée de la France et de ses colonies en een Histoire des grands voyages et des grands voyageurs.

Na 1871 vestigt Verne zich definitief met zijn gezin in Amiens. Het Parijse literaire leven en zijn uitgever bevinden zich op anderhalf uur reizen per trein. Verne kiest dus niet voor het isolement, onderstreept Dekiss, maar voor een rustig leven waarbij hij acht uur per dag kan schrijven. In die periode begint zijn wereldfaam. Vernes omgewerkte romans worden in alle theaters gespeeld, wereldwijd vindt Reis om de wereld in 80 dagen de weg naar lezers, zijn vrouw kan een literaire salon beginnen en zijn stiefdochters vinden een goede partij. Zelf schaft hij een 33 meter lang jacht aan, de Michel III, waarmee hij lange zeereizen maakt naar Engeland, Schotland en Nederland, naar Spanje, Algerije en Malta.

Verne schreef niet alleen een geografische maar ook een historische odyssee, betoogt Dekiss. Steeds vormen keerpunten in de geschiedenis de achtergrond voor de avonturen van zijn hoofdpersonen: in Maison à vapeur gaat het om de opstand van een Indiase bevolkingsgroep tegen het regime, in Famille Sans-nom betreft het de onafhankelijkheidsoorlog van de inwoners van Québec tegen de Engelsen. Verne heeft een nieuw literair genre uitgevonden: de wetenschapsroman. De ontdekkingen van zijn tijd – telefoon, luchtballon, stoommachines etc. – vormden de motor van zijn werk. Het maakt hem tot een `inclassable', schrijft Dekiss, zo uitzonderlijk is bij Verne het samengaan van kennis en verbeelding. Honderd boeken van in totaal 22.000 pagina's getuigen van de wil om het universum te leren kennen aan de hand van wetenschap en niet door middel van de verbeelding alleen.

Interessant is dat Dekiss in Jules Verne. Le rêve du progrès ook grote Franse schrijvers over Jules Verne aan het woord laat. J.M.G. LeClézio, Michel Foucault, Michel Butor, Michel Serres, Julien Gracq – allemaal zijn ze schatplichtig aan zijn werk. Verne mag dan nooit een ereplaats hebben gekregen in de Franse literatuur, Franse hedendaagse literatoren betuigen hem wel de eer die hem toekomt. Dat kunnen veel leden van de Académie française hem niet nazeggen.

Jean-Paul Dekiss: Jules Verne. Un humain planétaire. Textuel, 191 blz. €49,– Jean-Paul Dekiss: Jules Verne. Le rêve du progrès. Gallimard Découvertes. 175 blz. €13,90