De Wereldbank verbouwt

Wie een jaar geleden had beweerd dat Paul Wolfowitz, de Amerikaanse onderminister van Defensie en `geestelijk vader' van de Amerikaanse aanval op Irak, de volgende president van Wereldbank zou worden, zou op een muur van ongeloof zijn gestuit. Toch heeft het er op dit moment alle schijn van dat Wolfowitz zonder veel problemen zal worden benoemd. De tweede termijn van de huidige president, James Wolfensohn, zit er straks op. Zoals de Europeanen traditioneel de directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) mogen leveren, hebben de Verenigde Staten dat voorrecht bij de Wereldbank. De meerderheid van de aandelen en zeggenschap die de VS en de Europese landen bij beide instellingen hebben, heeft er andermaal voor gezorgd dat met deze traditie, ondanks protest uit de rest van de internationale gemeenschap, niet is gebroken.

Zoals de zaken er nu voor staan, stemmen de bestuurders van de Wereldbank, waaronder die namens Nederland, volgende week op 31 maart over de kandidaat. Afgelopen woensdag was er al een `open en constructieve' discussie tussen hem en de raad van bestuur. Voordat de daadwerkelijke stemming plaatsvindt, reist Wolfowitz, zoals nu het plan is, nog naar Europa om zich volgende week in Luxemburg te presenteren aan de verantwoordelijke ministers van de Europese landen.

De vaart zit er dus behoorlijk in, en het valt op hoe tam de reacties uit Europa zijn. De Duitse bondskanselier Schröder sprak al van een `gematigd enthousiame in Europa, maar dat Duitsland de kandidatuur niet in de weg zou staan'. Deze opstelling lijkt vooralsnog te gelden voor het gros van de Europese machten bij de Wereldbank.

Er is gesuggereerd dat de matheid van de Europese reacties te maken heeft met de komende benoemingen voor andere belangrijke internationale posten, waaronder het leiderschap van het United Nations Development Program (UNDP) en de Wereldhandelsorganisatie, WTO. Wat zeker ook meespeelt, is de opeenstapeling van lastige dossiers in de verhouding tussen de EU en de Verenigde Staten, waaronder het al dan niet opheffen van het wapenembargo tegen China en de opgelaaide spanningen in de handelspolitiek. Nog vorige week brak er openlijk ruzie uit over vermeende staatssteun aan de vliegtuigbouwers Airbus en Boeing.

De vraag is of de kandidatuur voor het presidentschap van de Wereldbank zomaar af te wegen is tegen andere belangen. De bank heeft er lastige jaren opzitten, en heeft haar beleid aan twee kanten moeten verdedigen tegen zowel maatschappelijke pressiegroepen als een achterdochtige Amerikaanse volksvertegenwoordiging.

Omdat de verhoudingen in de internationale economie radicaal veranderen, moet ook de Wereldbank mee. Dat vraagt om een diepgaande discussie over de taakopvatting en positie van het instituut, die de eerstvolgende jaren onder de nieuwe president zijn beslag zal krijgen. Wie de nieuwe man is, wordt dan ook van wezenlijk belang. De regering-Bush heeft hiervoor nu een van haar belangrijkste ideologen naar voren geschoven. Europa zal hem zoals het er nu voorstaat accepteren. Door de architect Wolfowitz de opdracht te gunnen, dragen ook de Europese landen straks de volledige verantwoordelijkheid voor de aard van de verbouwing.