De flow van de topsporter

De wereldkampioenschappen sprint in Salt Lake City boden deze winter fascinerende beelden van de processen die schaatser Erben Wennemars onderging bij het veroveren van de wereldtitel. Boeiend waren zijn gevechten op het ijs en vooral zijn mentale voorbereiding op de wedstrijden.

De extraverte Wennemars is hét voorbeeld van een topsporter die geleerd heeft tijdens een belangrijk toernooi controle over zijn psyche te krijgen. En het mooie aan Wennemars is dat zijn gevecht tegen de spanning, tegen de druk, tegen de tegenstander of tegen verstoorde concentratie zichtbaar is.

Met een strak gezicht, een verbeten trek om zijn mond, een grimmige oogopslag, een lichaam waarvan elke vezel gespannen stond en een houding waar de wil om te winnen van afspatte, betrad Wennemars de baan, attaqueerde hij zijn tegenstanders en volgde de emotionele ontlading op het moment dat hij zich verzekerd wist van de wereldtitel; het was alsof een vulkaan tot eruptie kwam. Mooie, diepe, menselijke emotie die sport zo boeiend kan maken.

Met die psychologie in de sport heeft organisatievernieuwer Frank Heckman zich de afgelopen twee jaar intensief beziggehouden. In samenwerking met sportkoepel NOC*NSF heeft hij Nederlandse topsporters mentaal voorbereid op de Olympische Spelen. In vijf bijeenkomsten reikte hij de 140 sporters technieken aan om hun emotionele en sociale gevoelens in goede banen te leiden. Heckman introduceerde bij die sessies het begrip `flow', de psychologie van de optimale ervaring. In een flow verkeren, wil zeggen dat beweging en bewustzijn volledig met elkaar in harmonie zijn. De uitvinder van dat gevoel is de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi. Heckman leerde het begrip ten tijde van zijn studie organisatiekunde aan de universiteit van Chicago en paste het in de Verenigde Staten toe als organisatieadviseur van bedrijven als Motorola, AT&T en Xerox.

Heckman heeft in samenwerking met zijn vriend en econoom Steven de Bie zijn ervaringen beschreven, waarbij niet vergeten is de theorie aan de praktijk te toetsen. Reis van de Held is een informatief boek met lezenswaardige gesprekken tussen bijvoorbeeld 800-meterloper Bram Som en Benjamin de Wit, toneelspeler van Toneelgroep Amsterdam of tussen wielrenner/schaatser Jeroen Straathof en websitebouwer Sander Hanenberg. Maar ook dieper inzicht in de geestesgesteldheid van Wennemars, de man die op het moment dat hij voor het boek werd geïnterviewd nog niet wist dat hij voor de tweede keer op rij wereldkampioen sprint zou worden. Hij karakteriseert zichzelf als volgt: `Ik heb niet de kracht van Gerard van Velde, niet de souplesse van Jan Bos en niet de stijl van Jeremy Wotherspoon, maar ik ben wel verrekte taai.' En de schaatser, die sneller praat dan hij rijdt, motiveert waarom hij de wil om kampioenschappen te winnen gevoelsmatig prefereerde boven een opleiding tot piloot, waarmee hij een vrijwel zekere kans op een goede maatschappelijke positie liet lopen.

De Reis van de Held is vooral een handboek voor de (top)sporter geworden; het geeft inzicht in de onderbelichte psychologische kenmerken van sportbeoefening en kan op die manier beschouwd worden als een basispakket voor mentale training.

Frank Heckman en Steven de Bie: Reis van de Held. Een goede mentale voorbereiding is essentieel op weg naar de top. A.W. Bruna, 261 blz. €14,95