Crosby & Nash

David Crosby en Graham Nash, twee mannen van 63 jaar die in Europa nog een serie popconcerten gaven, wat moesten we ermee? Als de recensenten niet zo enthousiast waren geweest over hun eerste optreden in Paradiso, zes weken geleden, was ik zeker thuisgebleven. Nostalgie is aardig, maar niet als ze gaat klinken als krakende wagens.

Leve de recensenten!

In de uitverkochte Melkweg in Amsterdam zag ik gisteravond een van de beste popconcerten van mijn leven. Crosby en Nash namen afscheid van Europa met een verbluffende presentatie van hun kwaliteiten. Hun stemmen bleken nog soepel en krachtig en in hun specialiteit, de close harmony singing, waren ze als vanouds onovertrefbaar.

Hun overgave was totaal: stipt om half acht begonnen ze en drie uur later – na een onderbreking van amper een halfuurtje – hielden ze op. ,,Als we alles zouden spelen waar we zin in hebben, kunnen we nog een maandje doorgaan'', zei Nash.

Nash was altijd de gedisciplineerdste van het stel. Toen ze nog met Stephen Stills en Neil Young optraden en er voortdurend broedertwisten uitbraken, probeerde hij de groep bij elkaar te houden. Tevergeefs. De ego's waren te maniakaal en de ambities te individualistisch. Als de band Crosby, Stills, Nash & Young hielden ze één legendarische elpee aan hun carrière over: Déjà Vu uit 1970. Dat is zo'n plaat die je bewaart omdat je denkt dat je hem op je sterfbed wel eens nodig zou kunnen hebben.

Met drie nummers van Déjà Vu sloten ze het concert af: Our House, Almost Cut My Hair en ten slotte Teach Your Children. Our House (,,is a very, very, very fine house with two cats in the yard...'') hoefden ze nauwelijks meer zelf te zingen, het publiek bleek de tekst beter te kennen dan die van het Wilhelmus. Dat moet voor elke artiest een euforische gewaarwording zijn: het besef dat jouw liedje tot het erfgoed van een generatie hoort. ,,Je schrijft een liedje in tien minuten, en kijk eens wat er gebeurt'', mompelde Nash.

De bezoekers – oud en jonger, in die volgorde – schaamden zich nergens meer voor. Hun smaak had stilgestaan, maar ze waren niet langer van plan zich daarvoor te verontschuldigen. Het was toch goeie muziek? En was het niet prachtig dat ze vooral die ouwe Crosby konden laten merken hoeveel ze nog van hem hielden?

Legendes moeten gekoesterd worden, en Crosby is zo'n legende. Zijn verslavingen en depressies brachten hem zó vaak voor de poorten van de hel dat hij niet meer te redden leek. Hij vertelde er zelf iets over. Drie jaar lang had hij geen liedje meer kunnen schrijven. Hij leefde afgezonderd op het platteland, wilde niets meer met de wereld te maken hebben. Toen kwam Jackson Browne, een jongere collega, op bezoek. Hij zette hem in de auto en bracht hem naar een huis met een piano. Daar hield hij hem vast tot hij een liedje geschreven had. Het werd Delta.

Crosby zette zijn flesje water neer en begon het te zingen: ,,Waking stream of consciousness on a sleeping street of dream...'' Uit het halfduister kwam Nash op en viel zachtjes in: ,,Thoughts like scattered leaves...''

Mooi.