Cipressen brengen geen geluk

`Die verdraaide IJslandse dorpjes, had hij gedacht, iedereen bemoeit zich met andermans zaken, net een kleine gevangenis midden in het immense, lege land.' Aan het woord is Christian Benediktsson, de rondzwervende hoofdpersoon in de roman De nacht in (2003) van de IJslandse schrijver Olaf Olafsson. Benediktsson heeft de kleine, gevangenisachtige dorpen op IJsland verlaten en is vertrokken naar Amerika, waar hij in 1917 in dienst trad bij krantenmagnaat Randolph Hearst, wereldwijd bekend van het Hearst Castle in Californië.

Er is voor hem nog een reden om weg te gaan uit het hoge noorden: op een van zijn reizen is hij aan de overzijde van de oceaan verliefd geworden op een derderangs revuedanseres. Hij laat zijn IJslandse vrouw in de steek. Zo groot is de exotische, ook erotische aantrekkingskracht van verre, zonovergoten landen. De eerste zin van De nacht in maakt duidelijk waar het Olafsson (1962) om te doen is: verlangen naar het zonnige zuiden. Er staat: `De cipres stond in zijn eigen schaduw uit te rusten.'

Het verlangen naar het zuiden overheerst de Scandinavische en de IJslandse literatuur van de laatste decennia. Zo speelt het bedwelmend hete Afrika een belangrijke rol in Verlangen (1999) van de Noor Gunar Kopperud, onlangs in het Nederlands uitgekomen. De betekenis van deze korte titel verspreidt zich als een olievlek door de roman en kleurt elke bladzijde en handeling, elk personage. Zelfs een boek met de veelzeggende titel Heimwee naar Siberië (1996) van Per Petterson, in 2003 in het Nederlands vertaald, gaat uiteindelijk over het verlangen naar een heel ander continent, namelijk Afrika.

Deze noordse auteurs zijn niet de eersten die hun personages besmetten met een onweerstaanbare drang naar het zuiden. Toneelschrijver August Strindberg liet in het stuk Freule Julie (1888) de titelheldin hunkeren naar een huis aan een Italiaans meer. De Deen Jens Christian Grøndahl heeft in verschillende recente romans, zoals Stilte in oktober en Lucca, al laten zien dat zijn personages weg willen – naar het zuiden! Weg van de de benauwende atmosfeer van de lege landen in het noorden.

Onrust

Hoe uiteenlopend ze ook zijn, de romans van Kopperud en Olafsson zijn prachtig in de weergave van onrust en de daarmee gepaard gaande pijn. Het leven tijdens de lange winters in de donkere huizen, omgeven door de stille verlatenheid van het land, ervaren de romanpersonages als weinig gelukkig. Juist in die duistere maanden van het jaar verlangen ze ernaar elders te zijn, niet langer ondergedompeld in de somberheid van het landschap en de mensen. Zoals Olafsson het zegt: elk dorp lijkt een gevangenis.

Kopperud (1946) is geschoold als theaterwetenschapper en werkte als oorlogsverslaggever in Afrika, onder andere voor The Associated Press. Zijn ervaringen als correspondent van het verschrikkelijke hebben hem als fictieschrijver getekend. In Verlangen brengt hij op ingenieuze wijze een journalist en een Noord-Afrikaanse strijdster voor vrijheid samen. Zijn boek begint niet op traditionele wijze als boy meets girl met alle voorspelbare gevolgen vandien, hij verweeft de beide verhaallijnen langzaam met elkaar. Het verbindende element tussen man en vrouw is het verlangen naar een andere en vooral ook betere wereld, in elk geval een wereld die niet samenvalt met die waarin zijn personages leven.

Kopperud geeft zijn hoofdstukken titels als `Vergetelheid', `Lichaam', `Een nieuw begin' en `Vrede'. Hij verdeelt mensen in twee groepen; zij die de dingen willen veranderen en degenen die dat niet willen. Deze tegenstelling geeft hij vorm in de karakters van de observerende verslaggever versus de vrouw die zich inzet voor vrijheid. De eerste neemt distantie tot de erbarmelijke Noord-Afrikaanse samenleving terwijl zijn geliefde het onrecht juist wil bestrijden.

In tal van variaties geeft Kupperud een intrigerend beeld van het verschijnsel `verlangen'. Bij herhaling moest ik denken aan de studie De romantische orde van Maarten Doorman waarin als grondslag voor de romantische geest, en dus van verlangen, een innerlijke tweespalt ligt. Kopperud heeft die verscheurdheid in zijn beide personages vertaald; passiviteit tegenover activiteit, berusting versus engagement. Uiteindelijk zoeken beiden vergetelheid en vrede of, zoals Kopperud schrijft: `Met de jaren heb ik geleerd niet meer van het leven te verwachten dan de extase die vergetelheid biedt.' Ondertussen heeft het zuiden in de harten van Kopperuds karakters definitief de plaats ingenomen van het noorden.

In de roman De nacht in van Olafsson heerst een onstilbaar verlangen de fysieke maar ook mentale grenzen van het noordelijke IJsland te verlaten. Christian Benediktsson voelt zich geroepen te dienen als butler van de mediatycoon Hearst. Dat is een mooie rol. Benediktsson, de gedistantieerde man uit IJsland, lijkt zich aanvankelijk helemaal te schikken in de dienstbare rol die hij op het kasteel van de Chief, zoals Hearst genoemd wil worden, vervult. Hearst hoeft maar met de vingers te knippen, of zijn eerste bediende komt aangesneld. Maar de butler is ongelukkig. Weliswaar heeft hij uit volle overtuiging de ijzige leegte en kille rotsen van IJsland ingeruild voor de cipressen van het subtropische Californië, in de loop van de roman neemt het verlangen terug te keren naar het noorden beklemmende vormen aan.

Glimlachjes

Olafsson kan fraai stemmingen oproepen met een enkele observatie, zoals de volgende over de drang van Benediktsson naar een nieuwe wereld: `Maar de boeien begonnen nu al te knellen; de koorden gesponnen uit de bedrieglijke vrijheid van het weidse platteland en de glimlachjes van mensen die hij niet vertrouwde. 's Morgens las hij zijn ouders de krant voor. Ze zaten zwijgend tegenover hem, zeiden niets wanneer zijn gedachten afdwaalden en hij stopte met lezen en in de verte staarde, wachtten geduldig en staarden in de verte met hem.'

Het lijken achteloos geformuleerde regels, maar de bijna verzwegen tragiek is groot. De schaduwzijde van het verlangen is Benediktssons schuldgevoel. Hij keert het liefst terug naar zijn IJslandse vrouw, maar dat is onmogelijk. Olafsson voert zijn roman langzaam naar een dramatisch hoogtepunt. De verlaten vrouw reist haar man achterna in Amerika, waar ze hem vergeefs zoekt. Ze gaat weer terug naar IJsland. Wanneer de butler verneemt dat zij hem heeft gezocht, is hij niet langer in staat om te leven.

De personages van Olafsson en Kopperud zijn getekend door het dwingende verlangen weg te gaan uit het hoge noorden en het zuiden te omarmen. Maar, zoals blijkt uit de lotgevallen van Christian Benediktsson, leidt dit rusteloze gedrag tot niets dan ondergang. Olafssons onvergetelijke butler zoekt nieuwe wegen die hem vrijheid en geluk brengen, maar het is een zwaar bevochten geluk: `Wanneer ik mijn geweten in slaap probeer te sussen zeg ik bij mezelf dat deze Wanderlust kenmerkend is voor de geboren reiziger, dat eeuwige verlangen om vrij te zijn.'

In het symbolische slotbeeld van De nacht in hoort de van de rotsen omlaag tuimelende Benediktsson een IJslandse vogel zingen. Maar hij bevindt zich nog in het zonovergoten Californië en zal daar voorgoed blijven. Hij is niet in staat de herinneringen aan zijn noordelijke geboorteland te vergeten en te verzoenen met het zuiden. Zijn IJslandse vrouw blijkt de ware liefde te zijn, en niet de revuedanseres. Maar dat inzicht komt te laat.

Olaf Olafsson: De nacht in. Uit het IJslands vertaald door Ronald Cohen. Nijgh & Van Ditmar, 256 blz. €17,50 Gunnar Kopperud: Verlangen. Uit het Noors vertaald door Diederik Grit. De Geus, 251 blz. €19,90