Bouw geen muur om Nederland

Het adagium `Handen af van Nederland' bindt populistisch links en populistisch rechts. Hun verzet tegen `Europa' en de globalisering zal rampzalige gevolgen hebben, menen Hans van Baalen en Pieter van de Stadt.

Populistisch links en populistisch rechts hebben elkaar gevonden in hun verzet tegen de Grondwet voor Europa. Op 29 mei en 1 juni worden in Frankrijk en Nederland referenda over deze Grondwet gehouden. In Frankrijk zijn de communisten (en belangrijke delen van de socialisten) en de rechtse populisten tegen. In Nederland is een populistische alliantie ontstaan tussen de SP aan de ene kant en de LPF, Geert Wilders, Leefbaar Rotterdam, Michiel Smit aan de andere kant.

Waarom vinden zij elkaar? Wat is het thema dat deze twee uitersten bindt? Het antwoord ligt in het adagium `handen af van Nederland'. Van populistisch rechts is dit een oud thema. Sinds jaar en dag worden zij daarom door links verketterd. Maar voor links is dit een nieuwe thema, een thema dat voortkomt uit het dilemma dat solidariteit met zich meebrengt.

In de globaliserende wereld zit links in een spagaat tussen internationale en nationale solidariteit. Internationale solidariteit brengt samenwerking met zich mee, open grenzen, afschaffen van handelsprotectie, liberalisering en vrij verkeer van mensen. Dit laatste betekent ook een open en flexibele Europese arbeidsmarkt en een gezonde concurrentie. Eerlijke concurrentie met Poolse bouwvakkers, Estse ontwerpers, Letse dakdekkers, Litouwse aspergestekers, Hongaarse architecten, Sloveense meubelmakers, Bulgaarse IT'ers en Roemeense steenhouwers leidt tot de beste kwaliteit voor een redelijke prijs voor de consument. Oost-Europese werknemers en zelfstandigen op zoek naar een betere toekomst maken Nederland sterker in plaats van zwakker. Dat is onze ervaring vanaf de komst van de Portugese joden, Antwerpse kooplieden en Duitse marskramers in de afgelopen honderden jaren.

Nationale solidariteit betekent, volgens links, het beschermen van de eigen welvaartsstaat tegen buitenlandse invloeden. Van het afschermen van de eigen arbeidsmarkt tegen `goedkope' arbeid uit Polen of Turkije, en van het ommuren van het eigen stelsel van sociale voorzieningen.

Wie het Nederlandse stelsel, met relatief hoge lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (minimumloon) en een royaal stelsel van sociale voorzieningen, beschouwt als het toppunt van solidariteit komt zichzelf in de globalisering tegen. Deze `enge' solidariteit van links dwingt namelijk tot het bouwen van een muur om het eigen land. Dat is waar de linkse partijen in Europa nu mee bezig zijn.

In Nederland voert de SP het linkse kamp aan met haar verzet tegen de Grondwet, die te liberaal zou zijn, maar ook met haar verzet tegen de dienstenrichtlijn, die zou leiden tot sociale dumping. De SP heeft onvoorwaardelijk gekozen voor nationale solidariteit, en probeert een muur om Nederland heen te bouwen, met steun van populistisch rechts. De PvdA volgt langzaam maar zeker. De aanwezigheid van deze partij (met een prominente rol voor FNV-voorman Lodewijk de Waal en PvdA-partijvoorzitter Ruud Koole) bij de demonstratie in Brussel tegen de dienstenrichtlijn spreekt boekdelen.

Blijkens de demonstratie in Brussel zet de PvdA zich nu ook in tegen het vrij verkeer van werknemers en diensten. Het rapport dat onder leiding van oud-premier Kok van de PvdA werd geschreven over de Lissabonstrategie, het ambitieuze plan om van Europa in 2010 de ,,meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld'' te maken, ademt ook deze geest. Zo wordt gesteld dat het voor de economische groei van Europa goed zou zijn om het vrij verkeer van goederen en kapitaal te vergemakkelijken, maar wordt angstvallig het vrij verkeer van werknemers en diensten vermeden. Toch zijn alle vormen van vrij verkeer goed voor de economische groei. Kennelijk durft Kok eerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt niet aan.

Willen we kunnen meekomen in de globaliserende wereld, dan zullen we moeten erkennen dat de strategie van populistisch links en populistisch rechts gedoemd is te mislukken. Nederland is een handelsland. Wij verdienen ons inkomen met import en export. En wij zijn te duur. Wij hebben het vrije verkeer van werknemers en diensten broodnodig. Niet alleen omdat het ons meer welvaart brengt, maar ook om competitieve druk te zetten op onze lonen en uitkeringen. Via versoepeling van ons ontslagrecht worden juist kansen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geschapen. Wie in slechte tijden gemakkelijker mensen kan ontslaan, zal in economisch goede tijden bereid zijn mensen aan te nemen.

Voorkomen moet worden dat de linkse partijen en de vakbonden een muur om Nederland kunnen bouwen om de eigen lonen en uitkeringen te beschermen ten koste van eerlijke en voor de consument gunstige concurrentie. De uit de hand gelopen, inflexibele verzorgingsstaat belemmert juist die Nederlanders die hun brood verdienen in handel, industrie en dienstverlening. Daarvan hangt ook de welvaart van bijvoorbeeld ambtenaren en verpleegsters af.

De dienstenrichtlijn brengt geen sociale dumping met zich mee. Links draait de burger een rad voor ogen als het stelt dat dit ten koste gaat van inkomen en veiligheid. Zo dienen ook niet-Nederlandse aanbieders van diensten in Nederland zich aan Nederlandse Arbo-wetgeving te houden en ook aan de CAO-afspraken. Wel zal het druk zetten op de hoogte van onze lonen en uitkeringen. Daar ligt de werkelijke reden dat links zich verzet tegen de dienstenrichtlijn. Men kiest voor stilstand in plaats van voor dynamiek.

Velen die de argumenten van de `biefstuk'-politici van links en rechts lezen, zullen denken: ,,Daar ben ik ook wel voor''. Zij moeten wel bedenken dat deze `handen af van Nederland'-strategie slechts op de korte termijn werkt. Op de lange termijn is het desastreus voor de positie van Nederland in Europa en de wereld. Ons sociale stelsel kost veel geld. Dat geld moeten wij eerst verdienen. En juist dat element `vergeet' de coalitie van populistisch links en populistisch rechts.

Een muur om Nederland zal onze economie kapotmaken. Wanneer Geert Wilders stelt dat Nederland uit de EU moet stappen, is hij óf gevaarlijk naïef óf hij manifesteert zich als de rattenvanger van Hamelen, een `loverboy' in de Nederlandse politiek, die ons onafhankelijkheid aanbiedt, maar armoede brengt. Makkelijke oplossingen en politiek gewin op de korte termijn voor de populisten van links en rechts zullen op deze manier onze welvaartsstaat ontwrichten.

Hans van Baalen en Pieter van de Stadt zijn lid, respectievelijk senior-beleidsmedewerker van de Tweede-Kamerfractie van de VVD.