Amerika en Iran nemen Europa in de tang

De winst die president Bush bij zijn jongste bezoek aan Europa heeft geboekt, is groter dan werd aangenomen. In ruil voor zijn toezegging Iran enigszins tegemoet te komen heeft de Europese trojka van Engeland, Frankrijk en Duitsland beloofd Irans atoomprogramma aan de VN-Veiligheidsraad voor te leggen wanneer de ayatollahs blijven weigeren er definitief een einde aan te maken. De Amerikanen hebben daarmee de regie van de onderhandelingen met Iran overgenomen zonder er deel aan te nemen. Wanneer de Veiligheidsraad Iran in gebreke zou stellen, ligt de weg open voor sancties en meer.

Als dit scenario wordt gevolgd, betekent dit dat de Europese aanpak – de andere lidstaten van de Europese Unie hebben de trojka stilzwijgend hun zegen gegeven – is mislukt. De bedoeling was de ayatollahs met toezeggingen ten aanzien van hulpverlening over de streep te trekken en unilaterale Amerikaanse stappen te voorkomen. Er bestond geen meningsverschil over dat het regime van fundamentalistische geestelijken de Bom moest worden onthouden. Maar over de wenselijke middelen werd men het lange tijd niet eens.

De Iraniërs van hun kant hielden vol dat zij slechts uit waren op vreedzame toepassing van kernenergie – wat het door Iran goedgekeurde NPV (Non-Proliferatieverdrag) toelaat. Maar zij hadden de inspecteurs van het Atoombureau in Wenen (een VN-instelling) in de loop der jaren niet alles laten zien waardoor zij de schijn tegen hadden gekregen. Bovendien, luidde het wantrouwige commentaar, wat moet een rijk olieland met kernenergie?

Europese voorstellen komen neer op beloning als Iran de splijtstofcyclus stopt. Dan zou Iran de verrijkte brandstof voor zijn kernenergiecentrales gecontroleerd aangeleverd krijgen en bovendien allerlei handelsvoordelen mogen verwachten. Concreet is het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie WTO in de aanbieding. Sinds de jongste top in Brussel steunt de regering-Bush dit aanbod, waarmee het tot een serieuze toezegging is geworden.

Eind goed, al goed, lijkt het. Maar zo eenvoudig is het niet. De ayatollahs voelen zich bedreigd, niet zo vreemd als men zich realiseert dat zij in de afgelopen jaren door hun meest gehate vijand, de VS, werden omsingeld. De Amerikaanse invallen in Irak en Afghanistan en de daaruit voortvloeiende permanente militaire aanwezigheid in die landen geven het regime in Teheran het akelige voorgevoel dat het nu zijn beurt is om met harde hand te worden 'gedemocratiseerd'. Iran wil dus meer dan zachte toezeggingen en handelsvoordelen. Het wil de uitdrukkelijke garantie van Washington dat het met rust wordt gelaten. Als eerste stap dient Amerika een eind te maken aan de sancties die het, om te beginnen na de bezetting van zijn ambassade in Teheran in 1979, heeft ingesteld.

In plaats van het voortouw in handen te hebben gekregen bij het zoeken naar een voor alle partijen bevredigende oplossing, lijkt Europa nu in de tang te zijn genomen door Amerika en Iran samen. Het onderlinge wantrouwen tussen beide landen dreigt uiteindelijk de agenda te bepalen. Europa ontbreekt het aan de middelen om aan de eigen uitgezette koers vast te houden. Europa is een speelbal van krachten geworden waarop het nauwelijks invloed heeft.

De vraag lijkt gerechtvaardigd of dit al niet zo was vanaf het begin van de Europese bemoeienis met Irans kernenergieproject. Als het Iran alleen maar te doen was geweest om erkenning en het behalen van (handels)voordelen, had de Europese aanpak mogelijk succes kunnen opleveren. Maar als in rekening wordt gebracht dat het Iraanse regime zich rechtstreeks bedreigd voelt en dat het daartegen begrijpelijkerwijs garanties zoekt, heeft de aanname dat het met zachte toezeggingen zou kunnen worden gepaaid, bij voorbaat buiten de werkelijkheid gestaan. Het spel met de Europese trojka – opschorting van de splijtstofcyclus, onderbreking van de opschorting, toch weer opschorting – zou dan vooral zijn gespeeld om tijd te winnen. Europa's soft power zou van meet af aan kansloos zijn geweest om de gang van zaken werkelijk te beïnvloeden.

Het Amerikaans-Europese quid pro quo tegenover Iran is beschreven in een analyse van David Sanger in The New York Times van 16 maart. Maar volgens Sanger wil Bush een stap verder gaan. De president wenst zogenoemde schurkenstaten in een aparte categorie van staten te plaatsen die hard kunnen worden aangepakt als de verdenking postvat dat zij op atoomwapens uit zijn. Dit komt neer op een veralgemenisering van de aanpak van Irak.

Tot dusver berustte het lidmaatschap van het NPV op vrijwilligheid. Zo haalden Pakistan en India zich verwijten op de hals toen ze hun eerste kernbomproeven hielden. Maar als zij al de gangbare code hadden geschonden, zij schonden niet het verdrag. Zij hadden het immers niet ondertekend. Het vrijwillige lidmaatschap is vanaf het begin een zwakke plek in het verdrag geweest. Een verdere verzwakking ligt erin dat een lidstaat zich straffeloos uit het verdrag kan terugtrekken. Een verdragspartner kan in het geheim aan de bom werken en bij succes het verdrag verlaten. Noord-Korea zegde het lidmaatschap op en pocht nu op zijn status als kernmacht.

Een dieper liggend probleem is de discriminatie die in het verdrag is ingebouwd. De kernwapenmachten van het moment van verdragssluiting werden en worden als zodanig erkend. Wel namen zij de verplichting op zich om in de toekomst afstand te doen van hun atoomarsenalen, maar daar is het tot dusver niet van gekomen. Van alle andere landen werd verwacht dat zij voorgoed zouden afzien van de optie een kernmacht te worden. India, Pakistan en Israël en nu dus ook Noord-Korea hebben zich aan zo een verplichting onttrokken. Amerika heeft tot dusver alleen het laatste land plus Iran in de beklaagdenbank gezet.

De gedachte dat de ontsnappingsroutes in het NPV moeten worden afgesloten, wordt door vele landen gedeeld. Maar dat kan niet worden bereikt door landen te bedreigen met sancties en meer. Dat heeft, zo blijkt, een averechtse uitwerking. Het gevaar voor de mensheid dat kernwapens hebben geschapen, heeft de Koude Oorlog overleefd. Een nieuw begin moet worden gemaakt met het naleven van de bepalingen van het NPV. Alle bepalingen wel te verstaan, niet alleen de regels die gelden voor de staten die (nog) niet beschikken over een kernwapen. De regels zijn er al. Zij moeten alleen worden nageleefd en toegepast.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.