`Als slaven zijn we behandeld'

De volksopstand in Bisjkek was gisteren kort maar hevig. De vlam sloeg in de pan toen betogers werden geprovoceerd door aanhangers van het bewind van president Akajev.

Chaos was gisteren troef in de straten van de Kirgizische hoofdstad Bisjkek. In een mum van tijd moest president Askar Akajev op de vlucht slaan voor een uitzinnige massa die zijn paleis bestormde.

,, Als slaven zijn we behandeld, vijftien jaar lang.'' De proteststemmen in Bisjkek waren gisteren legio en klonken luid. De recente uitingen van het gevoel van onderdrukking dat al jaren onderhuids leefde bij een deel van de bevolking, vooral in het zuiden, bereikten een climax.

De demonstranten, veelal afkomstig uit het opstandige zuiden, hadden zich verzameld aan de rand van de stad en begaven zich daarna richting centrum, almaar groeiend in aantal. Op het hoofdplein van de hoofdstad stonden rond het middaguur meer dan 30.000 mensen energiek te zwaaien met vlaggen en spandoeken. Hun boodschap was duidelijk. Ze schreeuwden leuzen als ,,Weg met Akajev!'' en ,,Familie van Akajev: jullie tijd is voorbij.'' De oproerpolitie was paraat.

Rond twee uur raakten de gemoederen verhit. Op het plein trad een groep met blauwe armbanden getooide regeringsgezinden in discussie met demonstranten. De aanhangers van Akajev begonnen stokken en stenen te werpen naar de demonstranten. De vonk was in het kruitvat gesprongen.

De respons van de demonstranten, veel groter in aantal, was niet min. De `provocateurs' moesten al snel de benen nemen. Ze werden in een mum van tijd onder de voet gelopen door de menigte van jonge mensen die ook onder meer stenen en stokken gebruikten om de regeringsgezinden aan te vallen. Bij confrontaties tussen de twee groepen vielen rake klappen. Verschillende mensen moesten bloedend worden afgevoerd. Sasja, een arbeider in een overheidsfabriek, vertelde dat hij naar Bisjkek was gebracht ,,om gevechten te beginnen''. Volgens journalist Nick Paton Walsh van de krant The Guardian leek het alsof de aanvankelijk vreedzame protesten ondermijnd werden door een cocktail van wijdverspreide razernij onder de bevolking en door brutaliteit namens de regering.

Ook de oproerpolitie, uitgerust met schilden en wapenstokken, kreeg van de demonstranten losgewrikte straatstenen naar het hoofd geslingerd. Ze moest snel wijken voor de menigte. De agenten trokken zich terug binnen de hekken van het presidentiële paleis en verschuilden zich achter hun schilden. De boze jongeren, getooid met gele bandana's – symbool van de tulpenrevolutie –, stormden vooruit en negeerden de oppositieleiders die vroegen om kalm te blijven. ,,Ik wil de agenten verslaan'', zegt een 11-jarige jongen.

Even voor drieën ondernamen enkele agenten te paard een ultieme poging om de controle over de situatie te herwinnen. Het mislukte. Ze werden van hun paarden gesleurd en zwaar toegetakeld. Een demonstrant slaagde erin om een paard te stelen van de agenten.

Minuten later slaagden demonstranten erin om langs een hek het presidentiële terrein rond het Witte Huis, het regeringscentrum van het land, te betreden. Op hun weg naar het gebouw kwamen de betogers generaal Abdygoel Tsjotbajev tegen, de commandant van de Nationale Garde. Die trachtte te onderhandelen, maar kreeg enkele vuistslagen als antwoord. De betogers raasden verder terwijl veiligheidsmensen op de vlucht sloegen om hun hachje te redden.

De massa baande zich een weg tot in het gebouw en ging daar vervolgens fel tekeer. Ramen gingen aan diggelen en meubilair werd vernield. Toen de 21-jarige demonstrant Milibek, samen met tientallen gelijkgezinden, aankwam op de verdieping van Akajevs bureau, meldde hij aan een overgebleven wacht voor het presidentiële kantoor: ,,Ik ben hier voor Akajev.'' De president was niet meer aanwezig. Hij zou volgens een regeringsmedewerker het gebouw hebben verlaten op weg naar een onbekende bestemming.

De demonstranten drongen daarop het kantoor binnen om er een ware ravage aan te richten. Foto's van de president moesten eraan geloven. De boze jongeren dronken de wodka van de president op. Computerapparatuur werd in tassen gestoken. De betogers vonden dat zij de regering waarvan ze menen dat ze hen jaren heeft bestolen, ook mochten bestelen. Ook de presidentiële keuken werd geplunderd. Sommige betogers namen plaats in de zitkamer van Akajev om daar op internationale tv-zenders te kijken naar de protesten. Anderen gingen, met gebalde vuisten in de lucht, in de raamopening hun medestanders buiten begroeten. Een medewerker van de regering zag het met lede ogen aan: ,,Zie hoe de oppositie haar kinderen op ons heeft afgestuurd.''

Oemar Totsjijev, een van de demonstranten, zat in een leunstoel documenten door te nemen. Hij las voor uit een ervan. Daarin stond dat Akajev steun genoot van de kiezers in een bepaalde regio. ,,Bullshit'', zei hij. Buiten zag de massa ondertussen hoe andere documenten vanuit de ramen naar beneden dwarrelden.

Even later begonnen oppositieleiders het plunderen af te keuren en vroegen ze de demonstranten het gebouw weer te verlaten. Ook oppositieleider Bakijev spoorde de menigte aan de rust te bewaren en terug naar buiten te gaan. Eenmaal buiten, sprak Bakijev de mensen toe, die luid zijn naam scandeerden. Hij zei dat de macht van de Kirgizische regering nu in de handen van het Kirgizische volk lag.

Een andere oppositie-activist verwoordde zijn gelijksoortige visie van de gebeurtenissen van de dag. ,,Het is niet de oppositie die de macht heeft gegrepen, maar het volk'', aldus oppositie-activist Oelan Sjambetov. ,,Het volk.''

Voor dit artikel werden Britse bronnen geraadpleegd: The Guardian, The Independent, BBC