Zalm: il tenero (Gerectificeerd)

Afgelopen zondag leed minister Zalm van Financiën een van de grootste politieke nederlagen uit zijn indrukwekkende loopbaan. Hij legde zich neer bij een vèrgaande herinterpretatie van het Stabiliteits- en Groeipact. Dat pact met regels voor de overheidsfinanciën werd door verschillende grote eurolanden al enkele jaren straffeloos met voeten getreden. Nu is deze papieren tijger ook officieel zijn tanden kwijt.

Ga maar na. Op papier mag het overheidstekort in een lidstaat van de Europese Unie, net als eerst, nog steeds niet groter zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De lidstaten hebben nu echter afgesproken dat een bepaald rijtje uitgaven niet langer meetelt. Hierdoor kunnen lidstaten wegkomen met hogere tekorten. Als de economische groei hapert, neemt het tekort snel toe: belastingontvangsten vallen tegen, voor uitkeringen is juist meer geld nodig. De lidstaten zijn overeengekomen dat door zo'n recessie veroorzaakte tekorten eerder acceptabel zijn. Landen krijgen ook een veel langere periode om excessieve tekorten weer weg te werken. De schatkistbewaarder uit Nederland ging met dit alles akkoord. Ooit noemden de Italianen hem `il duro', de harde, wegens zijn verzet tegen pogingen het pact uit te hollen. Afgelopen weekend toonde Zalm zich zo zacht als een pakje Hollandse boter dat uren in de Italiaanse zon heeft gelegen: Zalm il tenero.

De succesvolle aanslag op het pact is verklaarbaar. De grote Europese landen eisen zeggenschap over hun eigen begroting. De Duitse bondskanselier SchRÖder wil in 2006 worden herkozen, de Franse president Chirac in 2007. Daarom beloven zij belastingverlagingen en weigeren zij (nog meer) pijnlijke bezuinigingsmaatregelen te treffen. Sommige economen tonen zich gelukkig met een flexibeler pact. Hierdoor is het bij de beoordeling van nationale begrotingen mogelijk rekening te houden met de uiteenlopende economische situatie van de lidstaten. Waarom zou een land als Luxemburg, dat nauwelijks staatsschuld heeft, niet een aantal jaren mogen lenen om tekorten van 5 procent van het bbp te dekken, zeker wanneer de opbrengst van de leningen wordt gebruikt om nieuwe wegen aan te leggen? Italië daarentegen kampt met een torenhoge staatsschuld en dito rentelasten. Berlusconi en zijn landgenoten doen er daarom verstandig aan schuld af te lossen uit een overschot op de begroting, totdat Italië voldoet aan een andere eis uit het pact: de schuld van de overheid mag ten hoogste 60 procent van het bbp bedragen.

Tegenover het voordeel van een flexibeler pact staan vier zwaarwegende nadelen. Ten eerste is het denkbaar dat bij grotere tekorten de rente omhooggaat. Hoe hoger het tekort, hoe groter de bestedingsimpuls die de begroting aan de nationale economie geeft. Oplopende bestedingen kunnen leiden tot hogere inflatie. Dan grijpt de Europese Centrale Bank (ECB) in. Die heeft als veruit belangrijkste taak om ervoor te zorgen dat de geldontwaarding in de eurozone beneden de 2 procent per jaar blijft. Door bij stijgende inflatie de korte rente te verhogen, maakt de ECB geld lenen duurder, waardoor gezinnen en bedrijven minder krediet opnemen en er minder geld in omloop komt. Dit tempert het inflatievuur.

Overheden dekken veruit het grootste deel van hun begrotingstekort met langlopende leningen. Bij hogere tekorten neemt wereldwijd de vraag naar spaargeld toe. Ook de lange rente zal dan mogelijk stijgen. Landen met een zwakke financiële reputatie, zoals Italië, zullen een hogere rente moeten vergoeden dan landen zoals Nederland. Geldschieters eisen van Italië een hogere vergoeding voor het grotere risico dat zij hun geld niet terugzien. Is het 3-procentplafond voor het tekort dan wel nodig? Via een hogere rente straft de markt landen met grote tekorten toch af? Dat is alleen zo wanneer boosdoeners hun eigen peulen moeten doppen en niet mogen worden gered door andere landen. Om die reden verbiedt het pact zo'n bailout van zwakke broeders.

Maar het pact is dood. Dit vertrouwensverlies is de tweede schadepost. Marktpartijen kunnen er niet langer op vertrouwen dat EU-lidstaten hun afspraken nakomen.

Derde bezwaar: de nieuwe afspraken over het pact zijn onderling tegenstrijdig. Aan de ene kant moeten landen met grote tekorten streven naar overschotten. Tegelijk kunnen zij zich beroepen op een risje uitzonderingsbepalingen om hun tekort buitensporig hoog te houden. Onduidelijk is welke regel voorrang heeft. De clausule dat de overheidsschuld maximaal 60 procent van het bbp mag bedragen is nu al een dode letter; dat zal zo blijven. En dat gaat ons nog bezuren. Zonder onpopulaire aanpassingen – belastingverhoging, bezuinigingen – loopt de overheidsschuld bijna overal in Europa op, binnen dertig jaar mogelijk tot 200 procent van het bbp. Wie vindt dat we de last van de onvermijdelijke aanpassingen niet moeten doorschuiven naar kinderen in de schoolbanken en nog ongeboren generaties, moet alleen om die reden al de versoepeling van het pact afwijzen.

Dan het grootste bezwaar. De bepalingen uit het pact zijn vrijwel integraal opgenomen in het ontwerp van de Europese Grondwet. Nog voordat zij is geratificeerd, wordt de Europese Constitutie al geschonden.

Gelukkig kunnen Euroburgers wie dat niet zint, in Nederland van hun ongenoegen blijk geven door Nee te stemmen bij het referendum op 1 juni aanstaande. Laat die unieke kans niet onbenut.

Rectificatie

Zalm

In de column Zalm il tenero (24 maart, pagina 16) schrijft Flip de Kam: ,,De bepalingen van het [Stabiliteits- en Groei-]pact zijn vrijwel integraal opgenomen in het ontwerp van de Europese Grondwet. Nog voordat zij is geratificeerd, wordt de Europese Constitutie al geschonden.' Dit is niet juist. De leiders van de Europese Unie hebben deze week niet besloten tot een wijziging van de bepalingen van het pact die in de Grondwet staan. Zij kwamen een aanpassing overeen van de zogeheten toepassingscriteria. Deze uitgangspunten staan niet in de Europese Grondwet, maar ze zijn opgenomen in een afzonderlijk besluit van de Raad van Ministers.