Vergelijking holocaust is verwerpelijk 2

Het artikel `Holocaust mag geen excuus meer zijn' van Amira Hass berust op een evidente ongerijmdheid. Enerzijds kapittelt de schrijfster de Europese politici dat ze nu braaf in Jeruzalem lippendienst bewijzen aan de holocaust, terwijl men in Europa de eigen schuld almaar zou verdringen. Men kan er helemaal niet genoeg aan denken, als op elk huis waaruit joden zijn weggesleept een marmeren tegel met hun namen moet komen, op elk station waar de deportatietreinen vertrokken een gedenkplaat enz. zoals hier wordt aanbevolen. En die monumenten zijn niet genoeg, want het gaat om de bestrijding van het verderfelijke geloof in meer- en minderwaardigen. Vervolgens richt de schrijfster echter haar pijlen op Israël dat bij alle verschil natuurlijk met de nazi's de Palestijnen als tweederangs burgers discrimineert en dat de holocaust als chantage tegenover de buitenwereld gebruikt. Maar als haar eerste verwijt klopt, is het tweede daarmee meteen gedeeltelijk verontschuldigd, althans verklaard. Zo terecht als dat laatste echter is, zo eenzijdig is nu juist het eerste.

Sedert de jaren zestig geldt de holocaust in de internationale geschiedschrijving unaniem als symbool van het kwaad en als onovertroffen archetype van volkerenmoord (de kleine groep Auschwitz-ontkenners kunnen we gevoegelijk als onvermijdelijk vuil terzijde laten). Geen grote herdenking waarbij niet wat met de joden is gebeurd als ultieme wandaad en eeuwige waarschuwing ter sprake komt.

Wat Amira Hass over `Herrenideologie' schrijft, is sedert een halve eeuw voor geen onderwijzer iets nieuws. In Duitsland zijn inderdaad voor huizen waar omgekomen joden woonden gedenktegels in de straat aangebracht. Historici hebben boekenplanken vol geschreven over het gebrek aan bijstand voor de joden, verklaringen en analyses. Zoals voor Israël, maar met omgekeerde voortekens, is de holocaust een ideëel fundament van de Duitse democratie geworden. Dat de nabestaanden van de overlevenden dagelijks met die last van het verleden leven, kan nu eenmaal niet meer ongedaan worden gemaakt. Bovendien zijn er ook nog miljoenen onschuldige slachtoffers om andere redenen, zij het minder infaam, die niettemin eveneens hun verlies over hun doden omgekomenen met zich mee blijven dragen en er komen dagelijks nieuwe bij, zoals iedereen weet. Te vragen dat de jongere generaties in de schaduw van de holocaust zouden moeten leven, is even absurd als irreëel. Wanneer de vermoorden en het leed als politiek chantagemiddel dienen, dan komt daarom een moment dat de waarheid en authenticiteit ervan daardoor worden gecorrumpeerd. Die liggen aan gene zijde van het politieke bedrijf.