Vergelijking holocaust is verwerpelijk 1

Volgens de Israëlische journaliste Amira Hass (NRC Handelsblad, 17 maart) doet ,,Israël ook zijn voordeel met de vernietiging van de Europese joden'' en kan het bezoek van vele regeringsleiders aan het nieuwe holocaust-museum in Israël ,,alleen maar worden uitgelegd als steun aan Israël in zijn huidige staat''. De meeste leiders hebben inderdaad Israëls bestaansrecht benadrukt. Zij hebben echter ook meer dan eens te kennen gegeven dat er een levensvatbare Palestijnse staat moet komen, en Israëls nederzettingenpolitiek fel bekritiseerd. Met een verwijzing naar de holocaust zou Israël volgens Hass elke kritiek op zijn bezettingspolitiek met succes pareren. Dit is een grove beschuldiging en apert onjuist.

Geen land wordt door de internationale gemeenschap zo fel bekritiseerd als Israël. Israël heeft meer VN-veroordelingen gekregen dan bijvoorbeeld Rusland, China of Indonesië, alle notoire schenders van mensenrechten, die andere volkeren bezetten en onderdrukken. Het is dus een gotspe dat Israël vrijuit zou gaan vanwege de holocaust. Integendeel, er is juist sprake van een preoccupatie met Israël, dat vaak als hoofdoorzaak van de conflicten en instabiliteit in het Midden-Oosten wordt beschouwd, en dit en niet de holocaust vormt een belangrijke motivatie voor Israëls afwijzing van veel internationale kritiek.

Door zowel `haviken' als `vredesduiven' wordt de holocaust soms gebruikt om de eigen argumenten kracht bij te zetten. Hass doet dit op bijna net zo dubieuze wijze als bijvoorbeeld kolonisten die de geplande ontruiming van de nederzettingen op de Gazastrook vergelijken met de deportatie van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het zou de overlevenden eren en de zaak recht doen als beide kanten hiermee ophouden, en het Israëlisch-Palestijns conflict nuchter bekijken. De Palestijnen worden onderdrukt en verdienen een eigen staat, en Israël verdient veilige grenzen en acceptatie in de Arabische wereld.