Straw: informatie beter behandelen

De Britse regering heeft gisteren aangekondigd dat ze voortaan op een andere manier met het materiaal van inlichtingendiensten wil omspringen. De hervorming is ingegeven door het debacle rond de nooit gevonden massavernietigingswapens in Irak.

Jack Straw, minister van Buitenlandse Zaken, informeerde het Lagerhuis dat de onafhankelijkheid van de belangrijke Joint Intelligence Committee (JIC) zal worden versterkt. Het hoofd hiervan wordt voortaan een ervaren functionaris, die aan het einde van zijn loopbaan is en derhalve zonder gevaar voor zijn verdere carrière zijn politieke bazen van advies kan dienen.

Ook streeft de regering ernaar de circuits van het Britse kabinet zelf en dat van de inlichtingendiensten beter van elkaar te scheiden.

Een commissie onder leiding van Lord Butler, opgezet om het falen van betrokkenen bij de inlichtingen in Irak te onderzoeken, kwam in juli vorig jaar tot de conclusie dat de regering van premier Tony Blair zich te veel had bediend van informele onderonsjes bij de beoordeling van de dreiging van Irak. Straw beloofde bij de presentatie van zijn plannen dat er meer formele bijeenkomsten zullen komen, waar opvattingen gezamenlijk kritisch tegen het licht kunnen worden gehouden. De oppositie reageerde gisteren kritisch op de plannen van het kabinet. ,,Te weinig, te laat'', vond het Conservatieve Lagerhuislid Michael Ancram.

Intussen is het kabinet opnieuw in opspraak geraakt door het uitlekken van een eerder door de regering gecensureerde ontslagbrief van een hoge juriste op het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de vooravond van de oorlog tegen Irak in 2003. Zij achtte de inval in Irak onwettig en gaf aan dat de hoogste juridische adviseur van de regering, Lord Goldsmith, er begin maart 2003 ook zo over dacht. Op 17 maart bleek Goldsmith echter van mening te zijn veranderd. De oppositie verlangt opheldering van Blair en Goldsmith.