PCM heeft Algemeen Dagblad niet afgeknepen

Op de Opiniepagina van vrijdag 18 maart legt Redmar Kooistra uit waarom het volgens hem zo is misgelopen met het AD en wat de krant nu de kop kost. De ex-adjunct-hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad bouwt een redenatie op die wemelt van onjuistheden en vaak meer suggereert dan bewijst. Dat geeft mij reden om op onderdelen van zijn brief te reageren.

Vrijwel elke krant verliest al jaren veel lezers, zo ook het AD, gedurende tien jaar gemiddeld tienduizend tot twintigduizend per jaar. Maar, zo vervolgt Kooistra, het ging pas echt mis met de krant na de met bankkrediet gefinancierde overname van de Nederlandse Dagbladunie door PCM uitgevers aan het eind van 1995.

Want: ,,het gevolg was dat beide renderende kranten (bedoeld zijn AD en NRC Handelsblad) zichzelf binnen Perscombinatie moesten terugverdienen, opdat zij haar zeer omvangrijke leningen aan de banken kon terugbetalen''. Hij vervolgt:

,,Die dubbele last trof in het bijzonder het AD, dat als onderdeel van de NDU lange tijd de verliezen van de noodlijdende Nieuwe Rotterdamse Courant (de oude NRC, voor de fusie met het Algemeen Handelsblad) afdekte.''

Kooistra suggereert hier dat het AD als onderdeel van PCM moest voldoen aan extra zware financiële eisen en dat er is gesneden in redactie- en promotiebudgetten. Het eerste is niet waar en de budgetten van de krant zijn tot 2000 aan toe alleen maar gestegen.

Dat kon ondanks de aanvankelijk grote rente- en aflossingensverplichtingen omdat in de hoogconjunctuur aanzienlijke groei op de advertentiemarkt werd geboekt. Besparingen door het wegsnijden van dubbele activiteiten en de bereidheid van de aandeelhoudende stichtingen om bescheiden dividend te accepteren, zorgden evenzeer voor financiële ruimte.

Raadpleging van een jaarverslag had Kooistra trouwens kunnen leren hoe florissant PCM er in '97/98, twee jaar na de overname, al weer voorstond.

De beslissing om exploitatieverliezen van NRC Handelsblad overigens pas in 1979 voor het eerst winstgevend, en niet zoals Kooistra meldt onmiddellijk na het samengaan te willen dragen was van de directie van de NDU. Het AD, en dat betreft ook de redactie, ging en gaat niet over de besteding van het bedrijfsresultaat. Kooistra wil kennelijk op dit punt een vorm van solidariteit tussen redacties suggereren die mij, anders dan in woorden, nog nooit is opgevallen.

Kooistra schrijft vervolgens: ,,Onder topman Cees Smaling [...] heeft Perscombinatie fout op fout gestapeld'' en ,,miljoenen zijn verloren gegaan met de uitgave van wekelijkse kleurenmagazines van het AD en de Volkskrant die nauwelijks extra advertenties opleverden en het abonneeverlies evenmin tegengingen''. Het idee voor een magazine komt uit de koker van de hoofdredactie van het AD en is door de uitgever en de Raad van Bestuur en dus ook door mij goedgekeurd. Vanaf het eerste nummer stond het magazine als een huis en werd het zeer gewaardeerd door de lezers; ongeveer 40 procent van de kosten ervan werd gedragen door nieuwe adverteerders; de oplagedaling stopte ondanks een lichte stijging van de losse verkoop inderdaad niet. Het magazine bestaat inmiddels bijna 7 jaar en heeft alle wijzigingen in indeling en opmaak van de krant overleefd. De kritiek van Kooistra op het magazine laat zich wellicht beter verstaan als men weet dat hij na een conflict met zijn hoofdredacteur om een magazine uit te brengen uit de hoofdredactie is verwijderd.

Kooistra eindigt met het verwijt: ,,Tientallen miljoenen [werden] gestopt in internetactiviteiten: weggegooid geld waarvoor geen bestuurder zich ooit heeft willen verantwoorden'', en besluit met: ,,eind van het lied is dat PCM 28mei 2004 moest worden verpatst aan een Britse investeringsmaatschappij, Apax''.

Met de superieure inzichten vooraf van Kooistra op het gebied van internet ben ik nooit geconfronteerd; PCM heeft, net als vele andere (pers)ondernemingen op dat gebied prijzige lessen geleerd. Achteraf bezien is dat niet zo bijzonder, wellicht zelfs onontkoombaar.

De typering van de Apax-transactie komt uitsluitend voort uit de fantasie van Kooistra, iedere relatie met de werkelijkheid ontbreekt.

Cees Smaling was oud-voorzitter raad van bestuur PCM Uitgevers.