Onderzoek Campert bleef geheim

De gemeente Den Haag heeft in september 1950 besloten een belastend onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Campert geheim te houden. Dat blijkt uit een memorandum van de Haagse burgemeester Schokking, gedateerd 31 oktober 1950, dat in het Haags gemeentearchief is teruggevonden.

In het najaar van 1950 had A.J. van der Leeuw van de Commissie voor de Perszuivering de gemeente en de gemeentelijke Jan Campertstichting ingelicht over `vier beschuldigingen inzake Camperts houding tijdens de bezettingstijd'. Campert zou in 1940 hebben gesolliciteerd bij het gelijkgeschakelde Algemeen Nederlands Persbureau. Hij zou propagandaboekjes van de Duitse Wehrmacht in het Nederlands hebben vertaald, hij zou de opmaak hebben verzorgd van De Schouw, het orgaan van de Nederlandse Cultuurkamer en hij zou joden tegen forse betaling op onveilige wijze de Belgische grens over hebben gebracht.

In oktober 1950 stuurde de toenmalige minister Rutten (Onderwijs) het rapport waarin Van der Leeuw zijn bezwaren had beargumenteerd onder de toevoeging `zeer geheim' naar het Haagse college van B en W. Daarop schreef burgemeester Schokking in zijn nooit verstuurde memorandum aan de Haagse gemeenteraad dat `alleen objectief vaststond' dat Campert propagandaboekjes van de Wehrmacht zou hebben vertaald. ,,Indien een nader onderzoek zou worden ingesteld, dreigt het gevaar dat deze zaak openbaar wordt.''

Als reden waarom hij Campert niet in discrediet wilde brengen, schrijft Schokking: ,,Jan Campert, van het gedicht `De achttien doden', leeft in de harten van ontelbare Nederlanders (...) en het is niet verantwoord deze symbolische figuur in de geest van onze landgenoten te verbrijzelen door de openbaarmaking van beschuldigingen, die niet volledig onderzocht en niet berecht zijn en waartegen de overledene zich niet meer kan verweren.''

De Haagse gemeentearchievaris C. Noordam, die voor de Jan Campertstichting onderzoek doet naar het oorlogsverleden van Campert, besloot de stukken, ondanks het predikaat `Zeer geheim', openbaar te maken. ,,Ik heb gekeken: is er op basis van de archiefwet nog relevantie om de geheimhouding te respecteren? Nee. Alle feiten zijn bekend, omdat zij gepubliceerd zijn in de biografie van Hans Renders over Campert.

Bovendien zijn er geen personen meer in leven die beschermd moeten worden of die benadeeld kunnen worden.'' Naar verwachting rondt Noordam over twee maanden zijn onderzoek af.

Biograaf Renders heeft voor zijn biografie `Wie weet slaag ik in de dood' geen gebruik kunnen maken van het memorandum, omdat hij niet op de hoogte was van het bestaan ervan. ,,De archivaris van de Jan Campertstichting heeft mij er niet op gewezen.''