Onderhandelen na ontslag

De Tweede Kamer zou gisteren terugblikken op de stemming in de senaat. Maar door de brief van De Graaf ging het opeens over de toekomst van de coalitie.

,,De werkelijke kroonjuwelen van D66 zijn de mensen in het land.'' Fractievoorzitter Boris Dittrich (D66) had gisteren in het debat over het aftreden van zijn vice-premier Thom de Graaf weinig tijd nodig om afstand te nemen van de bestuurlijke vernieuwingsagenda. ,,D66 is niet alleen in dit kabinet gestapt vanwege een gekozen burgemeester en niet alleen vanwege een ander kiesstelsel'', zei Dittrich. Nee, het ging de sociaal-liberalen om meer: onderwijs, milieu, Europa.

Met die verklaring opende Dittrich gisteren de onderhandelingen over deelname van zijn partij aan het tweede kabinet Balkenende. Direct werd duidelijk dat met het vertrek van De Graaf nu een andere generatie D66'ers aan het roer komt. Een generatie die minder hecht aan de bestuurlijke vernieuwing. En terwijl De Graaf in Nieuwspoort rond half tien zijn persconferentie hield, begon het debat in de Tweede Kamer over ,,de ontstane situatie''.

Wat op voorhand bedoeld leek als een potje PvdA-bashing – vanwege de opstelling van de PvdA-senaatsfractie een dag eerder – leidde in de loop van de avond tot een debat over de voorwaarden waaronder D66 bereid is deelname aan Balkenende II voort te zetten. Premier Balkenende, die op opvallend luchtige toon trachtte te debatteren, verweet de PvdA oneerlijk spel en toonde zich zelfs cynisch over de gang van zaken in de senaat. ,,Als dit het niet was geweest, was het misschien weer iets heel anders geweest'' zei hij, verwijzend naar het in zijn ogen steeds wisselende eisenpakket van de PvdA.

CDA-fractievoorzitter Verhagen en zijn VVD-collega Van Aartsen haalden in het begin hard uit naar PvdA-leider Bos en bleven herhalen dat de enige reden voor het aftreden van De Graaf ,,het stemgedrag van de Eerste-Kamerfractie van de PvdA'' was. Ook GroenLinks kreeg er van langs, fractievoorzitter Halsema werd ,,grenzeloos fabuleren'' (Van Aartsen) verweten en ze zag ,,zoals gewoonlijk spoken'' (Verhagen) met haar suggestie dat VVD en CDA De Graaf hebben laten vallen door niet over het kiesstelsel te willen praten.

Uit de `afscheidsbrief' van De Graaf was echter duidelijk geworden dat juist de weinig flexibele opstelling van met name de VVD in het kiesstelseldossier voor De Graaf mede aanleiding was zijn portefeuille neer te leggen. Dittrich verklaarde in het debat gisteren dat De Graaf een ,,volstrekt juiste constatering'' trok: ,,De drie regeringspartijen zijn al heel lang met elkaar in debat over het kiesstelsel, er is geen uitzicht op overeenstemming. Dat betekent dat de coalitiepartijen om de tafel moeten gaan zitten om hier verder over te praten.'' SGP'er Van der Vlies vroeg zich af of Dittrich daarmee ,,een tikkende tijdbom''onder de coalitie had gelegd, hetgeen door Dittrich werd ontkend. Algemeen werd de inbreng van Dittrich ervaren als het opgeven van het kiesstelsel. Maar Dittrich zei tevens dat hij vooralsnog geen nieuwe minister van Bestuurlijke Vernieuwing naar voren zal schuiven zolang er geen duidelijkheid is over de bestuurlijke vernieuwingsagenda. Bos concludeerde daarop dat de deelname van D66 aan dit kabinet afhankelijk is van het slagen van de besprekingen de komende dagen.

Dat ging Verhagen weer wat te ver. Hij vroeg Dittrich te bevestigen ,,dat u er samen met CDA en VVD voldoende vertrouwen in hebt dat er draagvlak blijft voor structurele hervormingen''. Dat erkende Dittrich ,,volmondig'', maar voegde er ongevraagd aan toe dat zolang er nog geen concrete onderhandelingsresultaten liggen ,,dat voor de twee andere bewindslieden van D66 reden is om zich te beraden''. Dittrich legde uit dat het ,,niet niets is als een vice-prenier zijn ontslag indient'' en dat dat een zaak is die ,,zorgvuldig moet worden afgewikkeld. ,,Ik heb daar vertrouwen in, laat ons de komende dagen daarover verder praten'', hield hij de Kamer voor. Bos concludeerde dat er inmiddels geen sprake meer was van ,,voorwaardelijke deelname, maar van een voorwaardelijke crisis''.

Balkenende toonde zich ogenschijnlijk niet onder de indruk van de nog onuitgesproken voorwaarden van D66. ,,Ik heb vertrouwen dat het goed gaat, de fracties gaan altijd constructief om met de afspraken die zijn gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord'', zei de premier, alsof hij niet even daarvoor een vice-premier had verloren die juist een gebrek aan constructief meedenken binnen de coalitie had geconstateerd.

Bijna badinerend weigerde de premier inhoudelijk in te gaan op de kwestie en op overleg tussen de partijen – ,,we gaan hier toch geen dubbel werk doen?'' Hij zei dat het niet aan het kabinet is om te speculeren op een mogelijke uitkomst. En in navolging van Bos, die cynisch zei dat er met Pasen sprake kan zijn van wonderen en dat dit weekend zal afwachten, zei de premier: ,,We zijn het er in ieder geval over eens dat je dát geloof moet hebben.''