`Olieoorlog' dreigt in zeeën rond Ambalat

Zandwinning, bescherming van koopvaardijschepen tegen piraten; tussen Indonesië en Maleisië doen zich talloze conflicten op zee voor. Het laatste conflict draait om het zogeheten Ambalatblok, een stuk zee voor de noordoostkust van Borneo, waar zich grote oliereserves bevinden.

In de Sulawesi Zee kruisen Maleisische en Indonesische marineschepen, die elkaars bewegingen nauwkeurig in de gaten houden. Gisteren werd in Denpasar, Bali, een eerste ronde `technische besprekingen' tussen diplomaten van beide landen afgesloten. Ze brachten geen millimeter beweging in de wederzijdse standpunten. Beide landen blijven aanspraak maken op het zogenoemde Ambalatblok, een stuk zee voor de noordoostkust van Borneo, waar in de bodem grote oliereserves zijn gevonden. Het geschil rond Ambalat groeit in Indonesië langzaam maar zeker uit tot een 'nationale kwestie'.

Vorige week is Indonesië begonnen met de bouw van een vuurtoren in het Ambalatblok. De werkschepen worden regelmatig gehinderd door een Maleisisch marineschip dat vol gas voorbij vaart en zo een hoge hekgolf veroorzaakt. De bewegingen van de Maleisische marine worden niet alleen gevolgd door hun Indonesische tegenhangers, maar ook door de media. Dagelijkse rapporteren commerciële tv-zenders uit het gebied, waarbij ze vanuit marinehelikopters gedraaide beelden uitzenden van `de vijand'. Tussen programma's door worden patriottische spots getoond van marcherende soldaten, fier opstomende kruisers en squadrons gevechtsvliegtuigen, met leuzen als 'stop de Maleisische provocaties'. Zowel Jakarta als Kuala Lumpur vindt dat bij deze zaak het nationale prestige is gemoeid en media en publiek vallen hen bij.

Voor het hotel in Denpasar waar diplomaten van beide landen elkaar de afgelopen twee dagen ontmoetten, betoogden enkele tientallen Indonesiërs van het `Nationale Defensie Commando' tegen wat zij de ,,Maleisische invasie in Indonesische wateren'' noemden. De afgelopen weken zijn op particulier initiatief in enkele steden posten geopend waar vrijwilligers zich kunnen inschrijven voor gewapende actie tegen Maleisië.

Ook het parlement laat zich niet onbetuigd. Het hield gisteren een hoorzitting met de Indonesische ambassadeur in Kuala Lumpur, oud-politiechef Rusdihardjo. Hem werd het vuur na aan de schenen gelegd, want hij zou het vaderland hebben beledigd. Bij felle betogingen voor de Maleisische ambassade in Jakarta zijn leuzen geroepen als 'verslindt Maleisië rauw!' en zijn Maleisische vlaggen verbrand. De jeugdafdeling van UMNO, de regerende partij in Maleisië, vroeg belet bij ambassadeur Rusdihardjo en beklaagde zich over de agressie van de Indonesische betogers.

Volgens de Maleisische pers zou de ambassadeur daarop zijn excuses hebben aangeboden. Hij zou hebben gezegd: ,,Dit zijn hongerige lieden die snel boos worden. En boosheid kan omslaan in gekte.'' Woordvoerders van verschillende fracties noemden dit gisteren 'onvaderlands'.

De ambassadeur moest zich in allerlei bochten wringen om zijn handelwijze te rechtvaardigen. Hij zei dat de Maleisische pers zijn woorden ,,te letterlijk'' had genomen, bood zijn verontschuldigingen aan ,,indien mijn optreden verwarring heeft gezaaid'', maar zei, als goede (oud-)politieman, ook dat ,,het verbranden van landsvlaggen strafbaar is.''

Diplomatieke beleefdheden mogen, aldus Rushardjo, niet worden uitgelegd als landverraad. ,,Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog bleef de Japanse ambassadeur in Washington buigen, maar intussen seinde hij naar Tokio: val Pearl Harbour maar aan, want de Amerikanen hebben niks in de gaten.'' De gezant noemde de Maleisische aanspraken ongerechtvaardigd en zei dat Indonesië zijn soevereiniteit zou verdedigen. Hij besloot met deze woorden: ,,Ik ben tenslotte een nationalist, ja toch?''

De uit 1979 daterende kaart, die Maleisië gebruikt om zijn aanspraken op Ambalat kracht bij te zetten, is in de loop der jaren al betwist door Indonesië, de Filippijnen, China, Singapore, Thailand, Brunei en Vietnam.