Noodpolders langs de Rijn van de baan

De Ooijpolder bij Nijmegen en het gebied Rijnstrangen onder Zevenaar worden geen calamiteitenpolder. Alleen de Beerse Overlaat ten oosten van Den Bosch komt nog in aanmerking.

Dat heeft staatssecretaris Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat, VVD) vandaag meegedeeld. Volgens de staatssecretaris is gebleken dat het inrichten van de Ooijpolder meer investeringen vergt dan er aan schade bespaard kan worden. Voor Rijnstrangen geldt dat de overstromingskans in geval van nood ,,twijfelachtig'' is, aldus de staatssecretaris. Tegen de plannen voor het inrichten van calamiteitenpolders, ofwel noodoverloopgebieden, was in de Tweede Kamer veel verzet gerezen.

Schultz van Haegen heeft vandaag het definitieve advies van de stuurgroep Ruimte voor de River vastgesteld. Over een maand neemt het kabinet hierover een besluit. Er is 2,2 miljard euro beschikbaar voor een grote serie maatregelen om het rivierengebied veiliger te maken.

Schultz van Haegen is verder ,,erg positief'' over een voorstel van een aantal provincies om een ,,saldobenadering'' toe te staan bij het bouwen in de uiterwaarden van de grote rivieren. Dit houdt in dat er op sommige plaatsen in de uiterwaarden veel méér mag worden gebouwd dan toegestaan, als dat elders wordt gecompenseerd door extra ruimte voor de rivier. ,,Het beste is als er per saldo méér ruimte voor de rivier komt.'' Schultz van Haegen geeft als voorbeeld de Maasboulevard, een woningbouwproject in Venlo. ,,Dat project kon eigenlijk helemaal niet, maar ik heb van mijn discretionaire bevoegheid gebruik gemaakt en het toch toegestaan, omdat er elders gecompenseerd is.'' Schultz wil deze ,,saldobenadering'' opnemen in enkele nieuwe `beleidslijnen' die eind dit jaar door het kabinet moeten worden vastgesteld voor de kust en de rivieren. ,,Ik sta zelf erg positief tegenover de saldobenadering, maar ik moet nog wel mijn deskundigen raadplegen.''

Wonen en werken in de uiterwaarden of langs de kust moet op sommige plekken wel ,,op eigen risico'' gebeuren. ,,Men kan dan niet later tegen de overheid zeggen: `leg er een dijk of een duin omheen'.''