Niet uit de raming leunen

Het blijft moeilijk, die verhouding tussen de minister van Financiën en zijn vorige werkkring, het Centraal Planbureau (CPB). Vorige week zei minister Zalm bij een spreekbeurt in Goes dat hij het CPB, waar hij voordat hij heel lang geleden minister werd directeur van was, te pessimistisch vindt. Eergisteren bevestigde het CPB in het zogenoemde Centraal Economisch Plan (CEP) de prognose dat de economie in het nu lopende jaar 2005 slechts 1 procent groeit. Pas volgend jaar wordt dat een groei van 2,25 procent. Dat laatste is overigens zo'n beetje het langjarige gemiddelde van wat de Nederlandse economie presteert.

Telkens als Zalm zich uitspreekt over zo'n raming is de reflex van buiten er een van overwogen achterdocht. Is een prognose van het CPB een kroket, en weet Zalm wat er in zit? Hoe trefzeker de prognoses van het CPB zijn, is lastig vast te stellen. Onlangs deed het planbureau er zelf onderzoek naar, en constateerde over de periode 1971-2003 een gemiddelde onderschatting in het CEP van 0,3 procentpunt economische groei in de raming voor het lopende jaar. Dat zou betekenen dat er statistisch gezien 1,3 procent uit de bus komt voor 2005, en Zalm gelijk krijgt.

Zo eenvoudig is het niet. Die 0,3 procentpunt is een gemiddelde waar onder- en overschattingen tegen elkaar wegvallen. De absolute voorspelfout, waarbij de absolute omvang van de fouten wordt gemiddeld, bedraagt 1,0 procentpunt. Het kan dus nog alle kanten op. Zeker ook omdat het CPB zijn prognoses afzet ten opzichte van de `definitieve' gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat CBS blijkt zelf in zijn aanvankelijke cijfers de economische groei met gemiddeld 0,35 procentpunt te onderschatten ten opzichte van zijn definitieve cijfers die het een paar jaar later vaststelt.

Hoe dan ook, CPB-cijfers zijn in zekere zin noodzakelijk. Ook al zijn ze niet altijd accuraat (en welke prognoses zijn dat wél?) dan nog is het wel zo handig dat iedereen in het politieke debat in ieder geval over dezelfde ramingen spreekt. Het zou knap lastig worden om bijvoorbeeld na Prinsjesdag een debat te voeren als de oppositie de economische onderbouwing van de begroting niet voor waar aanneemt. Dan zou het debat al snel gaan over begrotingsruimte die er al dan niet zou zijn als de zaken volgend jaar beter of slechter zouden lopen, in plaats van over de prioriteiten die de regering, binnen de berekende begrotingsruimte, stelt. Zou Zalm dat werkelijk willen? Het maakt het des te wonderlijker dat uitgerekend de bewindsman van Financiën er voordeel bij denkt te hebben de prognoses van het CPB openlijk in twijfel te trekken.