Laat je niet gebruiken door China

In het nieuwe grote spel tussen de Verenigde Staten, Europa en China doen de Europeanen wat ze moeten doen, maar ze doen het om de verkeerde reden, meent Timothy Garton Ash.

Het ziet er gelukkig naar uit dat de Europese Unie de opheffing van haar wapenembargo tegen China tot ten minste volgend jaar zal uitstellen. Dat is goed. Verkeerd is alleen dat ze dit pas heeft gedaan onder zware druk van de Verenigde Staten.

Wij Europeanen achten ons moreel superieur aan het Amerika van Bush, omdat wij altijd de voorkeur geven aan een vreedzame oplossing van conflicten en aan inachtneming van de mensenrechten. Vorige week heeft het Nationaal Congres van China een wet aangenomen die het gebruik van ,,niet-vreedzame middelen'' toelaat om stappen van Taiwan naar onafhankelijkheid te verijdelen. ,,Niet-vreedzame middelen'' is een orwelliaans eufemisme voor oorlog. Het blijft niet bij woorden. De Chinezen concentreren op forse schaal troepen tegen Taiwan, de eerste Chinese democratie ter wereld. Lee Kuan Yew, de ervaren leider van Singapore, heeft onlangs tegen een bezoeker gezegd dat hij de kans op oorlog tussen China en Taiwan ergens in de komende tien jaar op 40 procent schatte. En op zo'n riskant moment zou het vredelievende Europa zich haasten om China wapens te verkopen?

Wat de mensenrechten betreft schat Amnesty International dat vorig jaar ,,tienduizenden mensen in strijd met het recht op vrijheid van meningsuiting en vereniging in hechtenis of in gevangenschap verbleven, en dat zij ernstig gevaar liepen te worden gefolterd of slecht behandeld''. Ook al wordt er zo nu en dan een bekende politieke gevangene vrijgelaten, op het gebied van de mensenrechten is China's staat van dienst amper verbeterd sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 – de reden waarom het Europese wapenembargo oorspronkelijk is opgelegd. Terecht zijn wij verontwaardigd over Guantánamo en Abu Ghraib, want de Verenigde Staten, die zich zien als een lichtend voorbeeld van vrijheidsliefde, moeten naar strengere maatstaven worden beoordeeld. Maar we moeten de verhoudingen wel in de gaten houden. (O ja: China hanteert het doodvonnis ook veel losser dan de VS.)

U zult misschien – net als functionarissen in Brussel, Parijs en Berlijn – zeggen dat dat een naïeve reactie is. Natúúrlijk mogen we voor China niet dezelfde maatstaven aanleggen als voor de VS. Het reusachtige China, dat bezig is zich te bevrijden uit een communistische dictatuur en dat in cultuur en geschiedenis zozeer van ons verschilt, maakt een moderniseringsproces door. Door middel van dialoog, handel en constructief engagement moeten wij positieve veranderingen stimuleren, net als wij dat bij de Sovjet-Unie hebben gedaan. Dat is de Europese manier: verandering door ontspanning.

Akkoord. Maar die functionarissen beweren óók dat opheffing van het wapenembargo puur `symbolisch' zou zijn. ,,U denkt toch niet'', roepen zij als de vermoorde onschuld uit, ,,dat wij, ook al zouden wij het embargo op de verkoop van wapens aan China opheffen, daarom ook werkelijk van plan zijn om China wapens te verkopen!'' Daarop past maar één antwoord: klets en lariekoek!

Het is als volgt gegaan: het Chinese communistische regime heeft zich lang geërgerd aan het embargo, zowel om symbolische, politieke redenen – want hierdoor zit China samen met Zimbabwe en Birma in het verdomhoekje – als omdat het het regime onmogelijk maakt om de wapens en wapentechnologie te importeren die het hebben wil. In het najaar van 2003 heeft het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken een rapport over de betrekkingen met de EU gepubliceerd. Onder de kop `Het militaire aspect' stond daarin dat ,,de EU haar embargo op de wapenverkoop aan China zo spoedig mogelijk zou moeten opheffen, teneinde de belemmeringen weg te nemen voor meer bilaterale samenwerking op het gebied van de defensie-industrie en -technologie''.

Jacques Chirac heeft zich daarbij aangesloten, en bij de EU op opheffing van het embargo aangedrongen. Intussen heeft hij het jaar 2004 tot het `jaar van China' uitgeroepen, de Eiffeltoren rood geschilderd (of liever in rode schijnwerpers gezet), het officiële Chinese standpunt over Taiwan gesteund, en nagelaten het mensenrechtenbeleid van het regime te kritiseren. Zijn kruiperigheid is beloond met een paar handelsovereenkomsten en met beperkte Chinese steun voor zijn visie op een `multipolaire' wereld als tegenwicht tegen de macht van Amerika.

Het voornaamste motief voor de opheffing van het wapenembargo is niet politiek maar, zoals een ervaren EU-commissaris mij zei, ,,mercantilistisch''. Bij de huidige trage groei en hoge werkloosheid willen Frankrijk en Duitsland al het mogelijke doen om meer exportcontracten te bemachtigen bij de grootste groei-economie van de wereld. Aan de vooravond van zijn wervende reis naar Peking omschreef kanselier SchRÖder zijn beleid als een uiting van ,,waarachtig patriottisme''. Lees: banen voor Duitsers zijn belangrijker dan mensenrechten voor Chinezen.

Slijmen – of liever: een `Chinese knieval'? – loont. Vorig jaar is de EU de grootste handelspartner van China geworden. Nu gaat het er vooral om meer contracten te krijgen in de civiele sector, met name in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008 in Peking. Maar we gaan ook wat wapens verkopen. Dat doen we trouwens al. Ondanks het embargo hebben EU-lidstaten in 2003 vergunningen verleend voor wapenexport naar China ter waarde van meer dan 400 miljoen euro. En Chiracs eigen minister van Defensie heeft uit de school geklapt met de uitspraak dat het beter is dat de Chinezen onze militaire technologie importeren dan dat zij haar zelf ontwikkelen.

De Amerikaanse wetgevers worden furieus bij het vooruitzicht dat Amerikaanse oorlogsschepen in de Straat van Formosa zouden kunnen worden bestookt met Franse raketten. Zij hebben gedreigd met sancties tegen Europese bedrijven. Het is vooral aan die bikkelharde boodschap van het Amerikaanse Congres en aan waarschuwingen van de regering-Bush te danken dat de EU van zins lijkt om de opheffing van het embargo, die naar Chirac zich voorstelde feestelijk zou worden afgekondigd op een EU-Chinese top in mei, uit te stellen. Zo ja, dan zal de kwestie moeten wachten tot na het Britse EU-voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar.

De Europeanen hebben niet het monopolie op lariekoek. Ook Amerikaanse bedrijven smachten naar meer export naar China, en hun regering steunt hen daarin. Volgens een bericht in de Economist is in feite zo'n 6,7 procent van de Chinese wapenimport afkomstig uit de VS, tegen slechts 2,7 procent uit Europa. Het Volksbevrijdingsleger rijdt rond in Amerikaanse Humvees die in China zijn gebouwd. Robert Kagan zag de tegenstelling tussen de Amerikaanse en de Europese benadering van de internationale betrekkingen als Hobbes tegenover Kant, maar op het gebied van de handel is het Humbug tegen Kul.

Toch heeft Amerika in deze kwestie het grootste gelijk aan zijn kant. Het reële gevaar van een oorlog tussen China en Taiwan, en de belabberde staat van dienst van China inzake de mensenrechten, zouden ons allen zorgen moeten baren. Europa had zich niet moeten bedenken omdat Washington dreigende taal sprak, Europa had zich moeten bedenken omdat wij zelf inzagen wat er feitelijk op het spel stond.

En reken maar dat de inzet hoog is. Op dit moment lijkt het ons misschien minder belangrijk dan bijvoorbeeld de oorlog in Irak of het optreden tegen Iran, maar over twintig jaar gaat er niets boven het grote diplomatieke spel in de driehoek China-Europa-VS. Dertig jaar geleden heeft Henry Kissinger China uitgespeeld tegen de Sovjet-Unie. Thans speelt China Europa uit tegen de Verenigde Staten.

Wij moeten nu niet zomaar partij kiezen voor de VS. Wij hebben onze eigen belangen, en op vele punten – klimaatverandering, het internationaal gerechtshof – zit de regering-Bush gewoon fout. Maar wij moeten wel, in overleg onder elkaar én met de Amerikanen, uitzoeken op welke basisvoorwaarden aan de rechtsstaat wij zaken willen doen met de opkomende reuzendraak in het Oosten.

Al heeft de draak nóg zo'n ontzaglijk aantrekkelijke honger naar onze exportartikelen, die basisvoorwaarden moeten inhouden dat wordt gestreefd naar een vreedzame oplossing van conflicten en naar een geleidelijk groeiend respect voor de mensenrechten.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan Oxford University; zijn laatste boek is `Free world: why a crisis of the West reveals the opportunity of our time'.