Iedereen op eurotop heeft met Frankrijk te doen

Sinds de toetreding van Oost-Europese landen treedt verdeeldheid in de EU nog vaker aan het licht. Maar Frankrijk kreeg gisteren alom hulp.

De Franse president Jacques Chirac toonde zich gisteren in Brussel een tevreden mens. Hij was naar de Europese top van regeringsleiders gekomen met één belangrijk doel: de in zijn land zo vermaledijde ontwerp-richtlijn die de Europese dienstenmarkt volledig moet opengooien, van tafel te halen. Gistermiddag meldde de president dat het voorstel ,,compleet herschreven'' zou worden, wat volgens hem op hetzelfde neerkwam als de door Parijs zo gewenste intrekking van de richtlijn.

Maar dit was wel Chiracs uitleg van wat in de conclusies van de Europese top aanzienlijk minder stellig is geformuleerd. Maar geen collega die hem daar op zou aanspreken. Men kent immers de stemming in Frankrijk. Dan is een eenzijdige uitleg, bestemd voor binnenlands gebruik, wel geoorloofd.

Voor de Duitse delegatie stond deze uitkomst van de ruim voor lunchtijd afgesloten tweedaagse EU-top al van meet af aan vast. Het probleem op korte termijn voor heel Europa is de onzekere uitkomst van het Franse referendum op 29 mei over de Europese Grondwet, waarvoor peilingen een meerderheid van tegenstemmers registreren. De EU-top moest potentiële nee-stemmers van zo min mogelijk munitie voorzien. In hoge Duitse regeringskringen werd dan ook opgemerkt dat er ,,alles aan gedaan moest worden om president Chirac te helpen''.

En zo kwam er de formulering dat de interne markt voor diensten ,,volledig operationeel'' moet worden, maar ,,waarbij tegelijk het Europees sociaal model behouden blijft''. Een voor iedereen acceptabele tekst, zolang het nog niet om concrete maatregelen gaat. Want het opgelaaide debat over de Dienstenrichtlijn illustreert nog eens de verdeeldheid binnen de EU, hetgeen de Zweedse premier Goran Persson ronduit toegaf. Dat roept ook de vraag op wat er van de nieuwe Lissabon-strategie ter versterking van de concurrentiekracht – eigenlijk het hoofdthema van de EU-top – terechtkomt.

De verdeeldheid in de EU is manifester is geworden na de toetreding in mei vorig jaar van de lidstaten uit Midden- en Oost-Europa. Voor de `oude' vijftien (lees: vooral Frankrijk en Duitsland) wordt steeds duidelijker dat de nieuwe lidstaten met hun geringe compassie voor het Rijnlandse sociale model hun liberale stempel op de economische politiek willen zetten. Voor Polen mag de Dienstenrichtlijn dan ook ongewijzigd ingevoerd worden, want dat geeft Poolse bedrijven nieuwe kansen. Maar ook de Poolse premier Marek Belka wilde de Franse president terwille zijn. ,,Ik denk dat wel elkaar moeten helpen'', zei hij. ,,Soms worden wij geholpen en soms helpen wij. Dat is de Europese geest.''

Maar intussen kondigt zich al weer een nieuwe krachtproef aan: de onderhandelingen over de Europese begroting voor de periode 2007-2013. De Luxemburgse EU-voorzitter Jean-Claude Juncker, wil in juni na het Franse referendum een akkoord bereiken. Maar in Brussel twijfelen velen of hem dat lukt, ook al geldt hij als vakbekwaam dealmaker.

Dat toonde hij deze week nog eens met het akkoord over hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact. Het compromis, dat gisteren door de EU-top zonder debat werd bekrachtigd, komt Duitsland en Frankrijk in ruime mate tegemoet met versoepelingen. Bondskanselier Gerhard SchRÖder kan zo in de aanloop naar de verkiezingen in 2006 lastige reprimandes uit Brussel ontlopen. En dat was ook precies de bedoeling. Tegelijk bevat het europact nog zoveel disciplinerende elementen, dat strengere landen, zoals Nederland, het kunnen verkopen. En de nieuwe lidstaten worden bediend doordat zij kosten van pensioenhervormingen als verzachtende omstandigheid mogen aanvoeren. Daardoor kunnen zij straks gemakkelijker toetreden de zone waarin de euro betaalmiddel is.

Maar de tegenstellingen over het meerjarenbudget zijn buitengewoon scherp. Chirac opende gisteren een frontale aanval op de al sinds 1984 bestaande en door Iron-lady Margaret Thatcher bevochten korting van 4,6 miljard euro per jaar op de Britse contributie aan Brussel. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, riposteerde meteen door met een veto te dreigen. Londen kan zich immers moeilijk inschikkelijk tonen, want ook daar staat een referendum over de Grondwet voor de deur (in 2006). Tegelijk voeren landen als Duitsland, Zweden en Nederland, die de begroting willen beperken tot 1,0 procent van het bruto nationaal inkomen in de hele EU, de druk op. En ook zij beschikken over vetomacht. Daarnaast zal de tegenstelling tussen het `oude' en `nieuwe' Europa opspelen over steun aan arme regio's.

Als zo vaak kan Europa weer even vooruit. Frankrijk en Duitsland zijn bediend, tegenstribbelende landen zijn geapaiseerd en de contouren voor de volgende veldslagen zijn geschetst. En daarmee was het ook een klassieke Europese top. Maar wel één in een omgeving van een steeds sceptischer bevolking.