Hoogverraad in de Strook van Gaza

De joodse kolonisten in de Gazastrook zullen niet wijken voor verrader Sharon, zeggen ze. Strijdlustig én nerveus wachten ze op ,,de zwartste dag'' in de geschiedenis van Israël.

Chinese ijzervlechters versterken de daken van de roomkleurige villa's van de Sapersteins en hun buren in het omheinde Neve Dekalim in de Gazastrook. Vier nieuwe, geel en wit geschilderde bungalows met uitzicht op de Middellandse Zee zijn bijna klaar. Monteurs van telefoonmaatschappij Bezeq installeren kabels. In de verte klinken vrolijke stemmen en muziek. Op het plein van de school voor orthodoxe meisjes is Purim, het uitbundige, carnaveleske Lotenfeest, al begonnen.

Alleen de oranje vlaggen en posters wijzen op het naderen van ,,de zwartste dag in de geschiedenis van Israël'', zoals Amir Mayon, leraar Hebreeuws in het aanpalende dorp Katif, ,,het trauma, het drama, de schande'' omschrijft. De vrolijkheid op het schoolplein, het getimmer van de Chinezen en de stilte in de kleinere nederzettingen, zoals het seculiere Rafiah Yam en Tel Qatif, doen onwezenlijk aan. Binnenkort wordt dit gebied een militaire zone en in juli begint de grootste ontruimingsoperatie in de Israëlische geschiedenis.

Elders in Israël, op militaire bases, in politiekazernes en op ministeries zijn de voorbereidingen voor de ontruiming van 21 nederzettingen in de Strook van Gaza met 9.000 inwoners – overwegend orthodoxe gelovigen en allemaal overtuigde zionisten – in volle gang. Tegenstanders van het plan van ,,verrader'' Sharon proberen met demonstraties, petities onder soldaten en reservisten, huis-aan-huisacties en politieke manoeuvres Sharon te onttronen en de Israëlische massa te mobiliseren. Uit peilingen blijkt dat een weliswaar kleine meerderheid van de bevolking Sharon steunt. Maar het rumoer van de tegenstanders klinkt tot in alle hoeken van het land door, in synagoges, in wijkcentra en in het leger.

De inwoners van Gush Katif, de verzamelnaam voor de nederzettingen, ontvangen dagelijks duizenden steunbetuigingen, ook van christenen uit Nederland, Noorwegen, Zweden en de Verenigde Staten. De Nederlandse Christenen voor Israël zamelen geld in om Gush Katif te behouden, omdat volgens hen de nederzettingen behoren tot het Land van Israël dat door God aan de joden is gegeven.

,,Hier heerst de vastberaden stilte van moedige mensen die al hun paranoïde gedachten realiteit zien worden'', zegt Moshe Saperstein, een oorlogsveteraan, die zijn rechterarm mist en op wiens gezicht de littekens van de Yom Kippoer-oorlog zijn te zien. ,,We bevinden ons misschien wel in een staat van ontkenning. We leven in een soort schemerzone. We hebben geen idee wat er binnenkort allemaal staat te gebeuren'', zegt hij in zijn tuin.

Hij moet cynisch grijnzen om de bouwvakkers, die in opdracht van de Israëlische overheid met Israëlisch belastinggeld de daken bestand maken tegen inkomende Palestijnse mortiergranaten en raketten. De bouwvakkers kwamen nadat zijn huis was bestookt vanuit het naburige Khan Yunis. ,,Zo werkt de Israëlische bureaucratie. Altijd te laat als je in levensgevaar verkeert.''

Echtgenote Rachel is razend. Op de leugenaar Sharon, op de Amerikaanse president Bush die zich door Sharon heeft laten misleiden en op de media die de ,,psychologische oorlogsvoering van Sharon tegen ons'' steunen. ,,De Gazastrook wordt jodenvrij gemaakt door joden'', stelt ze verbitterd vast. ,,Nog maar een jaar geleden waren wij in de ogen van Sharon de voorvechters in de strijd tegen de terroristen. Wij moesten, terwijl we dagelijks onder mortiervuur lagen, standhouden in het belang van de veiligheid van Israël. Nu zijn wij een sta-in-de-weg voor vrede met een terroristenstaat en moeten we alles aan de Palestijnen geven. Wij worden tot vluchtelingen gemaakt, joodse vluchtelingen in Israël.''

Voor sommige families is het de tweede keer in hun leven dat zij worden verplaatst. De eerste keer was in 1982 toen Israël zich terugtrok uit de Egyptische Sinaï-woestijn en de nederzettingen, waaronder Yamit, ontmantelde. Verreweg de meesten zijn niet van plan vrijwillig te vertrekken. ,,Hoewel velen ten einde raad zijn, is het gevecht nog niet afgelopen'', voorspelt Rachel. Op vier van de ruim 1.800 families na is nog niemand ingegaan op de financiële compensatieregelingen. ,,Niemand gaat uit eigen beweging weg, er komen juist mensen terug naar Gush Katif'', zegt ook Menachim Bar Yehuda, een voormalige onroerend-goedhandelaar uit Tel Aviv. Hij is hier komen wonen om vredig naar de zee, naar Bizet en moderne Amerikaanse componisten te kunnen luisteren, tot de tweede intifada de rust verstoorde. Menachim weet alles over de geschiedenis van Gush Katif, van projecten van linkse en rechtse premiers, van strategisch denkende generaals die een buffer wilden vormen met Egypte en van de socialistische en orthodoxe kibboetsbewegingen die hier wortel schoten temidden van gastvrije Palestijnen.

,,Er is nog geen begin van een ordentelijk evacuatieplan'', klaagt de rijzige Shlomo Wasserteil, een van de grootste bloementelers en exporteur van geraniums naar Nederland en Duitsland. Afgelopen januari nog werd een Thaise werkneemster gedood bij de inslag van een raket. Zijn Palestijnse werknemers konden haar niet meer redden. ,,Waar moet ik heen met één miljoen bloemen, met mijn bedrijf met 45 Palestijnse werknemers. In de Negev is geen plaats, in Galilea ook niet. De contacten met de overheid leveren helemaal niets concreets op.''

De tuinders exporteren jaarlijks voor meer dan 200 miljoen dollar aan bloemen en groenten naar Europa en de VS. Zij merken dat de banken voorzichtig zijn geworden met kredietverlening en dat afnemers zich zorgen beginnen te maken. ,,Onze kelen worden langzaam dichtgeknepen.'' Niemand weet wat er met de bungalows, het raadhuis, de synagoges, winkels en bedrijven gaat gebeuren. Mogelijk wordt het onroerend goed overgenomen door de Wereldbank en doorverkocht aan Palestijnen. Platwalsen is ook een optie.

Kobi Ghadar, aanhanger van de Arbeidspartij, is behalve tuinder ook de gedecoreerde veiligheidsinspecteur van de meest zuidelijke nederzetting, het seculiere Rafiah Yam, dat uitzicht biedt op het Palestijnse Rafah en de grens met Egypte. Tijdens de nachtelijke patrouille in zijn gepantserde Nissan langs het metershoge hekwerk rondom Rafiah Yam vertelt hij over Palestijnse scherpschutters, infiltraties en de kogels in zijn helm en vest.

Maar nu is het kalm in het duinachtige grensgebied. Heen en weer schuddend op de zandweg vol kuilen en hobbels, zegt hij dat de rust slechts tijdelijk is. ,,Het is een kwestie van tijd dat Hamas weer in actie komt. Maar daar zijn we op voorbereid. Het grootste gevaar loert nu van de andere kant, onze eigen kant.''