Hoge verwachtingen bij WK baan in LA

In Los Angeles beginnen vandaag de wereldkampioenschappen baanwielrennen. Voor het eerst sinds jaren behoort de Nederlandse ploeg tot de top: volop medaillekansen en op alle onderdelen aanwezig.

Hij zegt het bijna achteloos, maar een vijftal jaar geleden was zijn uitspraak nog ongekend geweest. ,,Het is altijd moeilijk om te zeggen hoeveel medailles we bij de WK gaan halen, maar dat we met de Nederlandse ploeg medailles binnenhalen, dat weet ik zeker.''

Topsportcoördinator Johan Lammerts van de Nederlandse wielerunie (KNWU) is geen man van grote woorden, en met de huidige positie van het baanwielrennen in Nederland moet het inderdaad gek lopen wil het podium buiten bereik blijven. Een heel verschil met een handvol jaren geleden toen Nederland nauwelijk serieuze deelnemers kon afvaardigen. Toen gingen de gedachten van wielerfans tijdens de WK nog noodgedwongen uit naar wereldkampioenen als Jan Derksen, Piet Moeskops en Arie van Vliet.

Leijn Loevesijn was in 1971 de laatste Nederlandse wereldkampioen, zo kon tot vorig jaar worden gezegd en geschreven. Sprinter Theo Bos, die vorig jaar de snelste was bij de WK, zorgde ervoor dat bij het baanwielrennen eindelijk weer vooruit kon worden gekeken. Behalve goud in Melbourne bij de WK behaalde hij vorig jaar ook zilver bij de sprint op de Olympische Spelen in Athene.

Bos was in het futuristische wielerstadion niet de enige Nederlander die in prijzen viel. ,,Een jaar geleden bij de WK in Australië haalden we drie medailles. Goud en brons op de sprint voor Bos en zilver voor Robert Slippens [met Danny Stam dit jaar winnaar van de Zesdaagse van Rotterdam] op het onderdeel scratch'', weet Lammerts die vroeger zelf jarenlang professioneel wegrenner is geweest. Zijn mooiste overwinning was die in de Ronde van Vlaanderen, in 1984.

Behalve de medaillewinnaars van vorig jaar is onder de groep van veertien Nederlandse deelnemers ook Yvonne Hijgenaar een voorname kandidaat voor een podiumplaats. De 24-jarige voormalige schaatsster behaalde vorige maand bij wereldbekerwedstrijden in Sydney nog goud bij het onderdeel tijdrit (500 meter). Bij dezelfde wedstrijd troefde Bos de concurrentie af in de sprint en in het onderdeel keirin, terwijl Marlijn Binnendijk het onderdeel achtervolging won. Tot veel bekendheid van de discplines heeft het overigens nog niet geleid: sprint en achtervolging mogen spreken bijna voor zich, maar voor bijvoorbeeld scratch en keiring geldt dat niet. Bij keirin, een olympische discipline, laat een groep renners zich in gang brengen door de derny, om vervolgens af te sprinten. Bij het niet-olympische scratch moet een afstand (bijvoorbeeld 15 kilometer) worden afgelegd, waarbij de medailles eenvoudigweg naar degene gaan die als eerste over de finish gaan.

Het gevolg van de vele medailles bij de wereldbekerwedstrijden was dat Nederland als nummer 1 eindigde in het landenklassement. ,,Dat Nederland überhaupt mee kon doen aan het wereldbekerklassement heeft alles met geld te maken. Dat was vroeger niet haalbaar want zo'n wereldbeker kost een vermogen'', zegt Lammerts. Het beschikbare budget, al stelt dat in internationaal opzicht nauwelijks iets voor, is een van de factoren waardoor het baanwielrennen in Nederland tot ontwikkeling kon komen. ,,Het is natuurlijk altijd een combinatie van factoren. Er is veel talent en wat ook van belang is geweest zijn de investeringen die in de banen in Sloten en Alkmaar zijn gedaan. Die banen zijn sinds 2000 overdekt. Voor die tijd konden we meer dan de helft van de dagen niet trainen. Nu kan dat 365 dagen per jaar.'' Behalve de wielerbond zorgde ook de sportkoepel NOC*NSF voor de nodige financiën.

Inmiddels kan het baanwielrennen weer enigszins concurreren met de wegsport, ook al staan de verdiensten niet in verhouding. De 21-jarige Bos werd vorig jaar door de Rabobank gevraagd om op de weg te gaan rijden. ,,Ik kon tot en met dit WK op de baan blijven rijden, daarna moest ik daarmee stoppen'', verklaarde Bos deze week tegenover het persbureau ANP. Dat was voor de broer van schaatser Jan geen optie, zeker omdat de Spelen van 2008 in Peking lonken.

Bos: ,,Het is heel simpel: ik ben nog niet klaar op de baan. Ik zit nog niet aan mijn top. Ik word steeds beter. Bovendien houd ik er van iets geks te doen. Baanwielrennen is in Nederland nog steeds een beetje apart, niet standaard.''