Grote ambities in een te kleine partij

,,Ik ben de verpersoonlijking geworden van de bestuurlijke vernieuwing'', zei ex-minister Thom de Graaf gisteren in een toelichting op zijn vertrek. ,,Ik geloof in de noodzaak om onze democratie open te breken.'' Maar na het debat in de Eerste Kamer, waar de PvdA-fractie dinsdag het gekozen burgemeesterschap blokkeerde, gooide De Graaf gisteren de handdoek in de ring.

De D66'er trad in 2003 aan als minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, met de gekozen burgemeester en een nieuw kiesstelsel als belangrijkste politieke prioriteiten. Maar na het Eerste-Kamerdebat wist hij dat die eerste doelstelling niet meer te realiseren was, terwijl er binnen de coalitie ook te weinig steun was voor het door hem gewenste nieuwe kiesstelsel. Zijn politieke ambities waren groot, maar zijn partij te klein.

De Graaf mocht in 1999 al ervaren dat D66 geen machtspositie had om haar politieke prioriteiten erdoor te drukken. Tijdens het tweede kabinet-Kok was hij fractievoorzitter van een partij die weliswaar mocht meeregeren met PvdA en VVD, maar niet nodig was voor een Kamermeerderheid. Toenmalig fractievoorzitters Dijkstal (VVD) en Melkert (PvdA) zeiden dat voorafgaand aan belangrijke beslissingen ook wel eens tegen elkaar: ,,We kunnen het Thom wel vragen, maar echt belangrijk is dat niet.''

Die marginale positie kwam aan het licht tijdens de `Nacht van Wiegel' in 1999. Wiegel blokkeerde toen in de senaat een grondwetswijziging die een bindend correctief referendum mogelijk moest maken. D66 ging uiteindelijk akkoord met een tijdelijke referendumwet waarvoor geen grondwetswijziging nodig is.

Die tijdelijke wet gaven D66-fractievoorzitter Dittrich en De Graaf in 2003 prijs in ruil voor de gekozen burgemeester. D66 trad toe tot het tweede kabinet-Balkenende. Niet alleen om het gekozen burgemeesterschap binnen te halen, maar ook voor extra investeringen in het onderwijs, het kiesstelsel én een programma om de overheid beter te laten functioneren. Het aantal ministers moest omlaag, net als de bureaucratie bij het rijk.

Naar Belgisch voorbeeld zou er een elektronische identiteitskaart komen voor alle burgers en moesten alle overheidsdiensten hun elektronische dienstverlening drastisch verbeteren. Daarnaast kreeg De Graaf het vice-premierschap en het Aruba- en Antillendossier toegeschoven. De Graaf trok in de twee begrotingsdebatten die hij sinds zijn aantreden in de Tweede Kamer verdedigde, de aandacht naar zich toe. Niet de veiligheid op straat, maar modernisering van het overheidsapparaat stond centraal in die debatten. De Graaf werd alom geprezen voor de bevlogenheid waarmee hij dat dossier op de agenda had gekregen.

Vorig jaar gaven Dittrich en De Graaf in tussentijdse onderhandelingen met CDA en VVD aan dat ze het kiesstelsel mogelijk zouden uitruilen tegen een bindend correctief referendum. Dat mislukte, maar het gaf CDA en VVD wel het signaal dat D66 zich niet zou `doodvechten' voor het nieuwe kiesstelsel. Dat maakte voor De Graaf de noodzaak nog groter om in ieder geval de gekozen burgemeester binnen te halen.

Begin deze maand trok hij met een campagnecaravan door het land. ,,The tour must go on. (..) en zal er ongetwijfeld aan bijdragen dat in het politieke debat wijsheid en zorgvuldigheid hand in hand zullen gaan'', noteerde hij op 2 maart in zijn weblog.

Gemangeld tussen zijn eigen coalitiegenoten en de PvdA-fractie in de Eerste Kamer, overkwam D66'er De Graaf deze week in de senaat hetzelfde als in 1999. Zijn partij had niet de machtspolitieke positie om haar politieke prioriteiten overeind te houden. ,,Bestuurlijke vernieuwing is beeld- en profielbepalend. Je moet niet door willen gaan als je daar geen perspectief meer in ziet'', verzuchtte hij gisteravond en vertrok.