Explosie in Texas doodt veertien mensen

Een explosie bij de op twee na grootste olieraffinaderij in de Verenigde Staten, in Texas, heeft het leven gekost aan ten minste 14 mensen. Zeker 100 mensen raakten gewond door rondvliegende stukken steen, staal en glasscherven. Gevreesd wordt dat het aantal doden verder zal oplopen. De raffinaderij is sinds 1999 in handen van de Britse oliemaatschappij BP.

Uit vrees voor schaarste aan de vooravond van het Amerikaanse rijseizoen, schoot de prijs voor benzine op de termijnmarkt van New York naar recordhoogte. Ook de olieprijzen stegen.

Een woordvoerder van het concern zei tegen het Amerikaanse persbureau AP dat de oorzaak van de explosie nog niet bekend is. Hij sloot een terroristische aanslag niet uit, maar achtte dat onwaarschijnlijk. De explosie gebeurde in een installatie waar het octaangehalte, en daarmee de kwaliteit, van benzine wordt verbeterd. Bij de raffinaderij werken 1.800 mensen, het terrein is bijna vijf vierkante kilometer groot.

Werknemer John Yarbor was 27 meter van de installatie verwijderd toen die explodeerde. ,,De ontploffing tilde me op en sloeg me daarna tegen de grond. Ik kon de hitte voelen en zette het op een hollen'', zei hij tegen een lokaal tv-station.

Een jaar geleden gebeurde op dezelfde raffinaderij ook al een explosie, maar waarbij geen doden vielen. Uit onderzoek van de Amerikaanse autoriteiten werd later duidelijk dat er 14 veiligheidseisen waren geschonden. BP kreeg een boete van 63.000 dollar. Men is nu met een nieuw onderzoek begonnen.