Excuus aan moskee

Een jaar celstraf eiste het OM vanmorgen tegen Michael H. Hij wordt verdacht van het in brand steken van de Rahmanmoskee in Breda.

,,We waren aan het chatten op internet'', vertelde Micheal van H. vanmorgen de rechtbank in Breda. ,,Toen vroeg Martijn of ik mee wilde gaan om een moskee in brand te steken. Na de moord op Van Gogh vonden wij dat er iets moest gebeuren.'' Voor de brandstichting kenden de jongens elkaar voornamelijk van internet, ze hadden elkaar pas een keer echt ontmoet.

Micheal van H.(18), die vanmorgen voorkwam, wordt verdacht van het in brand steken van de Rahmanmoskee in Breda. Samen met Martijn H., die al veroordeeld is tot 43 dagen celstraf. Michael van H. nam een aantal flessen benzine mee, een extra jas en een muts, zei hij in de rechtbank. In eerste instantie wilden ze iets brandbaars naar binnen gooien. ,,Dat leek ons toch niet zo verstandig.'' De jongens staken uiteindelijk gevonden bouwmaterialen in brand. Een voorbijganger merkte de brand op en lichtte de brandweer in die snel ter plaatse was. Daardoor is de schade aan de moskee beperkt gebleven tot rook- en roetschade en gesmolten leidingen.

,,Brandstichten op een heilige plaats en op een moment dat de maatschappij stond te trillen op haar grondvesten, hoe kun je zoiets doen?'', vroeg officier van justitie R. de Beukelaer. Micheal: ,,Het ging eigenlijk allemaal vanzelf, maar nu heb ik spijt van mijn daden.''

Van H., die inmiddels 86 dagen in voorarrest gezeten heeft, schreef een excuusbrief aan het moskeebestuur. En zijn moeder is gaan praten met het moskeebestuur om de `situatie' van Micheal uit te leggen. ,,Het bestuur van de moskee wil dat moslimjongeren goed opgroeien in de Nederlandse samenleving en hetzelfde wensen zij voor Micheal'', aldus een reclasseringsambtenaar. Het moskeebestuur vindt het belangrijk dat er gepraat wordt en ze hebben Micheal uitgenodigd voor de heropening van de moskee.

,,De verdachte maakt niet de indruk een terrorist te zijn,'' meende de officier van justitie. Bovendien complimenteerde hij het moskeebestuur. ,,Ik maak niet vaak mee dat slachtoffers zich zo bekommeren om het lot van de verdachte.''

De brandstichting was geen rascistische daad, zo blijkt uit het rapport van de reclassering. De jongens hadden een `gevoel van onmacht' na de moord op cineast Van Gogh. Bovendien ging het al een tijd niet goed met Van H. Zijn ouders waren net gescheiden, hij heeft een slechte relatie met zijn vader, hij brak twee opleidingen voortijdig af en zijn oma overleed onlangs.

Van H. en H. werden opgepakt nadat de politie via internet op het spoor was gekomen van Martijn H. De gesprekken die de twee jongens voerden op internet zijn als bewijsmateriaal gebruikt. Het OM eiste naast de celstraf van één jaar, waarvan negen maanden voorwaardelijk, ook een taakstraf van tweehonderd uur. Van H. heeft bekend dat hij, samen met Martijn H. de moskee in brand heeft gestoken.

De rechter doet op 7 april uitspraak.