Diepe `drones' op zonovergoten wei

Terwijl de Nederlandse metalfestivals Dynamo Open Air, Wâldrock en Fields Of Rock dit jaar een bijzonder conservatieve programmering laten zien, spelen zich in de onderbuik van het metal-genre heus allerlei interessante, vernieuwende tendensen af. Maar waarschijnlijk komen groepen als Boris en Sunn O))) beter tot hun recht in de duisternis van underground-rockholen dan op een zonovergoten wei temidden van bierdrinkende en feestende langharigen.

Beiden worden wel gerekend tot het subgenre `subterranean metal', en de associatie met onderaardse bodemlagen, met veel rumoer aan het schuiven geslagen, ligt voor de hand. Boris is in staat tot nummers van ruim een uur, zoals het titelnummer van Absolutego: een pijnlijk meesterwerk vol diepe `drones' en priemende hoge tonen. Maar op de nieuwe cd Akuma No Uta kiest dit Japanse trio voor een iets conventionelere aanpak in wat kortere, minder trage en soms zelfs ouderwets rockende nummers, hetgeen ze erg aardig staat.

Niettemin is het verbazingwekkend hoeveel herrie de frêle gitariste Wata aan haar instrument kan ontlokken. De dubbelhalzige gitaar/basgitaar van Takeshi is een decoratieve verwijzing naar de progrock van de jaren zeventig, en stelt hem in staat om bas en gitaar tegelijk te spelen: best te doen in zulke tergend trage tempo's. Alleen jammer dat hij er af en toe bij zong, want zijn kleurloze stem maakt de muziek normaler dan goed is voor de band.

Sunn O))) leert in al zijn extremiteit toch het nodige over het wezen van metal. Het gitaartandem Stephen O'Malley en Greg Anderson liet zich bijstaan door twee muzikanten op Moog-synthesizers en verdere elektronica, terwijl in de geknielde gong-speler drummer Atsuo van Boris te herkennen was. Met moeite weliswaar, wegens de monnikspijen die de muzikanten droegen, waarmee de latent theatrale trekken van de metal nogal werden aangedikt.

En niet alleen dat. Vermoedelijk speelde de band tijdens de hele set slechts één nummer: een traag slepende akkoordenreeks met de elegantie van een dansend mastodontenpaar. Het is metal teruggebracht tot de essentie van de riff, een microscopisch onderdeel tot in het extreme uitvergroot. Maar juist door het idioot hoge volume tekende zich in het samenspel van archetypische Gibson-gitaren, Marshall-versterkers, feedback en effecten een oneindige schakering van subtiele fluctuaties en oscillaties af, waardoor je onverbiddelijk meegesleept wordt in een barre en donkere klankenwereld. En het mooie is dat zo'n nummer nog dagenlang doorgaat, in de vorm van gemeen piepende oren.

Concert: Boris en Sunn O))). Gehoord : 23/3, Vera Groningen. Herhaling Sunn O))): 9/4, Roadburn-festival, Tilburg.