Dienstenrichtlijn sticht verwarring

Vakbonden en regeringsleiders lopen te hoop tegen de Dienstenrichtlijn – tot verbazing van de Europese Commissie. Maar de Commissie had dit wellicht kunnen voorkomen.

Het was 13 januari 2004 al wat later in de middag toen de Europese Commissie – toen nog onder leiding van de Italiaan Prodi – toekwam aan bespreking van de Dienstenrichtlijn: een Europese wet voorgesteld door toenmalig eurocommissaris Bolkestein bedoeld om na vrijmaking van de markt voor goederen, kapitaal en personen, ook het verkeer van diensten vrij te maken – van metselaars tot advocaten en verplegers. Volgens het verslag van de vergadering, afgelopen weekend gepubliceerd in de Belgische krant De Standaard, was de meeste vergadertijd van de Commissie gaan zitten in het Stabiliteitspact waarover Duitsland en Frankrijk ruzieden. Voor de bespreking van de Dienstenrichtlijn was niet veel tijd, temeer daar veel commissarissen het vliegtuig van zes uur moesten halen. De meeste aanwezigen, ook de vele sociaal-democraten in de Commissie, vonden de richtlijn een prima voorstel. Enkele Commissarisen lieten wel een aantekening maken dat sommige sectoren uitgezonderd moesten worden zoals de loterijen – ook voor Nederland een aangelegen punt.

Voor Jacques Pelkmans, die als lid van de Sociaal-Economische Raad binnenkort advies uitbrengt aan het kabinet over de Dienstenrichtlijn, is één ding duidelijk. De Europese Commissie had destijds meer tijd moeten nemen, zowel bij het schrijven van de Dienstenrichtlijn zelf, als voor de uitleg ervan. ,,De kern van de richtlijn – het zogeheten land van oorsprongbeginsel – is niet goed door de Commissie uitgelegd. Daaraan had in de richtlijn veel meer aandacht moeten worden besteed.''

Bolkestein wilde met zijn voorstel obstakels wegwerken die de handel in diensten in de Europese Unie belemmeren. Ingewikkelde procedures moeten worden afschaft voor ondernemers die in een ander EU-land hun diensten aanbieden. En dienstverleners moeten overal in Europa ongehinderd hun diensten kunnen aanbieden tegen de regels die gelden in het thuisland van de werknemer. Juist dit laatste zaait verwarring en verdeeldheid, zowel op straat als in regeringsgebouwen. Vakbonden zoals het FNV demonstreerden zaterdag in Brussel tegen de `sociale dumping' als gevolg van de richtlijn. Andere vakbonden zoals het CNV bleven thuis omdat ze ,,temidden van de kakofonie aan verschillende uitleg'', aldus bestuurder Van Splunder, eerst meer van de richtlijn zelf wilden weten. De Franse president Chirac eiste op hoge toon zelfs intrekking van het voorstel en toonde zich gisteren vervolgens tevreden met de toezegging dat het ,,Europese sociaal model behouden'' moet blijven. ,,Een politieke opmerking, die juridisch niets om het lijf heeft'', aldus Pelkmans. Volgens Pelkmans is van sociale `dumping' namelijk geen sprake. De kern van de richtlijn gaat ergens anders over.

Een voorbeeld: nu moet een Nederlandse elektricien die vlak over de grens in Duitsland een eenmalige klus wil doen, zich eerst verplicht inschrijven in het Duitse nationale register voor elektriciens. Dit kost 1000 euro per jaar. Die klus doet die Nederlander dus waarschijnlijk niet, terwijl hij het misschien beter, sneller of goedkoper kan dan zijn Duitse collega. Omdat dit soort belemmeringen economische bedrijvigheid in de weg staat, had de Commissie-Prodi iets nieuws bedacht. Er waren in de jaren 80 en 90 slechte ervaringen opgedaan met het afbreken door Brussel van nationale barrières zoals die verplichte registratie voor elektriciens. Deze `harmonisatie' leverde, paradoxaal genoeg, vaak juist weer nieuwe regels op, maar dan vanuit Brussel. Daarom werd voorgesteld in de Dienstenrichtlijn hetzelfde doel – liberalisering – op een andere manier te bereiken. De afspraak was dat, in dit voorbeeld, de Nederlandse elektricien in Duitsland hetzelfde mocht doen als in Nederland. Als hij in Nederland al ingeschreven is, dan niet nog een keer in Duitsland. En als in Nederland de registratie niet hoeft, dan ook niet in Duitsland. Zo zou Duitsland er vanzelf toe overgaan die dure registratie te schrappen, zo was gedachte die vorig jaar januari instemming kreeg van de Commissie.

Hun opvolgers, onder leiding van de Portugees Barroso, toonden zich de laatste maanden dan ook overrompeld dat anderen deze tevredenheid niet deelden. De Europese vakbonden vreesden dat de lagere lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden uit Oost-Europese lidstaten mee zouden worden genomen naar het Westen. Of zoals FNV-bestuurder Stam zegt; ,,Alles wat we hebben opgebouwd aan sociaal Europa wordt afgebroken. De Dienstenrichtlijn leidt tot een `race to the bottom'.'' Niet waar, zeggen Barroso cum suis, zoals gisteren nog Commissaris Verheugen in deze krant. Er bestaat een andere wet, de Detacheringsrichtlijn, die zulke sociale dumping voorkomt. Deze Europese wet uit 1996 verplicht lidstaten werknemers uit andere lidstaten minimale arbeidsvoorwaarden te bieden en minimumloon uit te laten betalen, zegt ook Roelf van der Kooij van werkgeversorganisatie VNO/NCW. Maar SER-lid Pelkmans kan de angst van de vakbonden goed begrijpen. ,,Die Detacheringsrichtlijn wordt ontdoken met illegale arbeid. Als er illegale Litouwers in Nederlandse ziekenhuizen werken, of illegale Polen in de bouw in Berlijn, dan heeft dat niets met de Dienstenrichtlijn te maken, maar alles met het door de vingers zien van illegale arbeid. De lidstaten maken een rommeltje van de uitvoering van hun eigen wetten.''