D66 eist winst na verlies De Graaf

D66-fractieleider Dittrich wil munt slaan uit het vertrek van minister De Graaf. Politiek-strategisch verkeert hij in goede positie.

Met ogenschijnlijke routine en bijna nonchalant noemde premier Balkenende het vertrek van een minister gisteren in de Tweede Kamer ,,altijd een lastig moment'' dat verder niet afdeed aan de motivatie in het kabinet om ,,met volle inzet verder te werken voor dit land''. Een paar uur later werd duidelijk dat de premier de situatie had onderschat.

Na het vertrek van Thom de Graaf als vice-premier en minister van Bestuurlijke Vernieuwing verkeert het tweede kabinet-Balkenende in méér dan een ministerscrisis. Heel D66 dreigt eruit te stappen.

De kabinetscrisis ontstond gisteren voor het oog van de camera, toen D66-fractieleider Dittrich in de Tweede Kamer zijn kaarten op tafel legde. Hij zal pas een nieuwe minister van Bestuurlijke Vernieuwing voordragen als D66 een nieuwe reden krijgt om in het kabinet te blijven.

Nu de gekozen burgemeester van de baan is, en De Graaf weg, wil Dittrich best met CDA en VVD `praten' over minder vergaande hervorming van het kiesstelsel. Maar hij verlangt nieuwe kroonjuwelen op diverse terreinen. D66 eist dus ruimte om zich een nieuw politiek profiel aan te meten. Het D66 van Dittrich is niet meer de staatsrechtelijke vernieuwingspartij van oprichter Van Mierlo en zijn politieke zoon De Graaf. Als CDA en VVD daaraan niet meewerken, valt het kabinet.

Binnen zijn eigen partij riskeert Dittrich daarmee een stevig gevecht. Van Mierlo zelf stond gisteren al vooraan om het aanblijven van D66-bewindslieden te verbinden aan de eis van een gemengd kiesstelsel – met districtsvertegenwoordiging. Dat lijkt een recept voor kabinetscrisis, want met name voor VVD-fractieleider Van Aartsen is dat onbespreekbaar. Van Mierlo heeft ook opgeroepen tot een partijcongres volgende week over de uitkomsten van de onderhandelingen tussen Dittrich en CDA en VVD. Tijdens het partijcongres waarop de D66-leden in 2003 instemden met kabinetsdeelname hamerde de partijtop, ook Dittrich, wél op de staatsrechtelijke vernieuwingen die eindelijk binnengehaald zouden kunnen worden – maar de leden minder. Veel van hen vonden onderwijs en economische innovatie belangrijker.

Binnen de regeringscoalitie is Dittrich niet op voorhand kansloos om nieuwe `eigen punten' voor zijn partij in het kabinetsbeleid binnen te halen. Er is bijvoorbeeld enige financiële ruimte, omdat er meevallers zijn te verdelen bij de onderhandelingen van de begroting voor volgend jaar, die net op gang zijn gekomen.

Maar kracht kan Dittrich vooral ontlenen aan zijn politiek-strategische positie. CDA en VVD willen per se voorkomen dat het kabinet halverwege de rit valt. Voor het CDA speelt mee dat de politieke toekomst van minister-president Balkenende in gevaar komt als ook zijn tweede kabinet voortijdig sneuvelt.

Ook in zijn eigen partij wordt het hem, net als in 2002, aangerekend dat hij de crisis niet heeft zien aankomen en dat hij niet voldoende heeft gedaan om deze te voorkomen. Geen regie, heet dat in Den Haag.

[Vervolg ANALYSE: pagina 3]

ANALYSE

D66 liet minister vallen

[vervolg van pagina 1]

De opiniepeilingen geven CDA en VVD weinig uitzicht op winst bij tussentijdse verkiezingen. De hervormingen waar zij hun politieke welslagen aan willen verbinden, zoals die van de sociale zekerheid en de zorg, vallen stil bij crisis.

De premier maakte gisteren persoonlijk duidelijk dat hij de regie op dit moment niet heeft. Hij wees nadrukkelijk op de ,,meer dualistische verhoudingen'' in zijn kabinet in vergelijking met de voorgaande paarse kabinetten. Het regeerakkoord is gesloten door de Kamerfracties, het kabinet voert dat slechts uit met een `beleidsprogramma'. Op dit moment zetten D66 en VVD afspraken uit het regeerakkoord ter discussie, zoals over het kiesstelsel. ,,Wat dat betreft zijn wij dus niet aan zet, maar de Kamer'', aldus Balkenende.

Het voortbestaan van het kabinet is dus in handen van de driehoek van de fractievoorzitters van CDA, VVD en D66. Dat past in een ontwikkeling die al langer gaande is: niet alleen Dittrich, maar ook CDA-luitenant Verhagen en VVD-aanvoerder Van Aartsen nemen steeds nadrukkelijker het initiatief tegenover de politieke leiders Balkenende en Zalm in het kabinet.

Vorig jaar vertimmerden de drie fractieleiders in harmonieuze samenwerking voor het ongekende bedrag van 1,1 miljard euro de begroting van het kabinet. Van Aartsen, die in 2003 tijdens de kabinetsformatie nog `gewoon' fractielid bij de VVD was en niet aan de onderhandelingstafel met CDA en D66 zat, probeert al geruime tijd alsnog zijn stempel te drukken op de afspraken over bestuurlijke vernieuwing in het regeerakkoord.

Gisteren legde De Graaf daarom de schuld voor zijn aftreden niet alleen bij de PvdA-fractie die in de Eerste Kamer de gekozen burgemeester blokkeerde. Hij noemde de onbeweeglijke opstelling van de VVD-fractieleider over het kiesstelsel als reden om niet toe te geven aan premier Balkenende, die probeerde hem over te halen om te blijven. Dittrich liet gisteren in de Kamer blijken dat Van Aartsen niet alleen stond.

Evengoed kan worden gezegd dat Dittrich zelf en de twee aangebleven D66-bewindslieden De Graaf hebben laten vallen. De onenigheid over het kiesstelsel was voor hen geen aanleiding om mee te gaan met de volgens Dittrich ,,persoonlijke afweging'' van De Graaf, maar juist om te praten over aanpassing van de afspraken over het kiesstelsel. Als het zover komt dat D66 straks een nieuwe minister van Bestuurlijke Vernieuwing levert, zal die op de Dittrich-lijn moeten zitten: minder nadruk op staatsrechtelijke vernieuwing.