`Afval geen markt van het snelle geld'

Afvalbedrijf Sita hoopt, als onderdeel van het Franse Suez-concern, te profiteren van het ontstaan van een Europese afvalmarkt. ,,De hele afvalwereld hangt van regelgeving aan elkaar.''

In de kantine en op het schoolplein van de Jan van Brabantschool in Helmond staan sinds kort opvallende oranje kliko's voor de inzameling van kleine PET-flesjes. De school krijgt 4 euro per volle kliko van zo'n 200 flesjes, die door afvalverwerker Sita worden opgehaald.

De inzameling van PET-flesjes tot driekwart liter – die gewoonlijk in het huisvuil of op straat belanden – is een proef van de supermarkten, de frisdrankindustrie en de drankengroothandel. Die hebben met staatssecretaris Van Geel (Milieu) afgesproken dat, als ze er in slagen in vier steden met de hulp van scholen en verenigingen 55 procent van alle verkochte PET-flesjes in te zamelen voor recycling, zo'n inzamelsysteem landelijk wordt ingevoerd.

Het alternatief is dat er statiegeld komt op de 220 miljoen kleine PET-flesjes die jaarlijks in Nederland worden verkocht – en daar voelen ze niets voor, want ze weten al van het statiegeldsysteem voor grote PET-flessen dat dat hoge opslag- en transportkosten met zich meebrengt. ,,Hopelijk halen ze die 55 procent'', zegt directeur Adriaan Visser van Sita Nederland. ,,Als zo'n systeem landelijk wordt ingevoerd, is dat een mooie ontwikkeling voor onze markt.''

Net als bij papier, glas, hout en metaal levert een gescheiden afvalstroom van PET-flesjes Sita twee keer inkomsten op: één keer bij de inzameling – waar de frisdrankindustrie voor betaalt – en één keer bij de recycling.

Sita haalt in Nederland en Vlaanderen jaarlijks bij 2 miljoen huishoudens en 100.000 bedrijven 3,7 miljoen ton afval op. Daarmee is Sita, met 650 miljoen euro omzet en 4.000 werknemers, in dit gebied de grootste afvalinzamelaar. Ongeveer eenderde van het afval dat Sita inzamelt, komt uiteindelijk bij een verbrander terecht. De rest wordt bij recyclers verwerkt tot nieuwe grondstof of ingezet als secundaire brandstof.

Sita is behalve in inzameling ook actief op het gebied van recycling en verbranding en behoort vrijwel overal in Europa tot de grootste afvalverwerkers. Het bedrijf is onderdeel van Suez Environment, de water- en milieudivisie van het Franse Suez-concern, dat ook een grote energiepoot heeft. Suez Environment heeft een omzet van 12 miljard euro.

Suez komt voort uit de voormalige Franse nutsbedrijven voor water en energie, maar is inmiddels volledig geprivatiseerd en aan de beurs genoteerd. ,,Je kunt nog steeds wel merken dat we uit de nutssector komen'', zegt Visser, die ook in de directie van Suez Environment zit. ,,Suez werkt duidelijk vanuit een middellange- tot langetermijnvisie. Als we vandaag besluiten een nieuwe elektriciteitscentrale of afvalverbrander te bouwen, dan komt die pas over drie jaar in productie.''

Sita Nederland opereert binnen Suez zelfstandig, met een eigen directie. ,,De afvalmarkt is lokaal zo verschillend, dat kun je haast niet centraal aansturen. Bij ons loopt niet één Fransman rond.'' Synergieën behaalt Sita vooral op technisch vlak. ,,Ook al zitten de markten anders in elkaar, technieken voor bijvoorbeeld de recycling van materialen kun je natuurlijk heel goed uitwisselen.'' De recycling van PET-flesjes is daar een goed voorbeeld van: die is nieuw in Nederland, maar Sita heeft er in België en Duitsland al ervaring mee opgedaan.

Verschillen in regelgeving tussen landen verstoren volgens Visser de werking van de afvalmarkt. ,,De hele afvalwereld hangt van regelgeving aan elkaar. De enige reden dat wij ons afval hier verbranden, is dat we in Nederland een stortverbod voor brandbaar afval kennen.'' In Duitsland wordt pas in de loop van dit jaar zo'n stortverbod ingevoerd. Het gevolg is dat nu nog relatief veel gestort wordt in Duitsland en dat Duitse afvalverwerkers daardoor te veel capaciteit hebben en met lage prijzen afval uit andere landen aantrekken, onder andere uit Nederland.

,,Wij brengen nu nog behoorlijk wat Nederlands afval naar onze eigen verwerkingsbedrijven in Duitsland, maar de verwachting is dat zodra het stortverbod in Duitsland op 1 juli van kracht wordt er daar snel veel lokaal aanbod bijkomt. Sita is op dit moment betrokken bij de bouw van twee nieuwe verbrandingsinstallaties in Duitsland, om aan de verwachte toevloed aan afval tegemoet te komen.''

Grensoverschrijdend verkeer van afval zou eenvoudiger moeten worden, vindt Visser. ,,Nu moeten we voor ieder transport een aparte vergunning aanvragen en moet Nederlands afval in het buitenland voor minstens de helft nuttig toegepast worden. Maar wat is erop tegen om Nederlands afval vlak over de grens in België of Duitsland te verwerken, als dat efficiënter is? Daar gelden immers dezelfde milieuregels als hier.''

Maar vrij verkeer van afval in de Europese Unie is nog ver weg. ,,Dat is ook begrijpelijk, want als je het volledig vrij zou geven, zou een heleboel afval naar stortplaatsen in Oost-Europa verdwijnen.'' Visser verwacht wel dat de regels voor afvalverkeer uiteindelijk Europees zullen worden. ,,Voor sommige afvalstromen, zoals elektronica-afval en autowrakken, zijn er al regels die voor heel Europa gelden, en dat zullen er alleen maar meer worden.''

Visser ziet hierdoor nieuwe, Europese afvalmarkten ontstaan. ,,Dat is gunstig voor een Europees opererend afvalbedrijf als Sita, want wij kunnen onze diensten grensoverschrijdend aanbieden.'' Behalve Sita zijn er in Europa weinig internationale afvalconcerns actief. Veel afvalbedrijven zijn nog in handen van provincies en gemeenten en richten zich op hun eigen regio. In Nederland zijn Sita en Van Gansewinkel de enige grote afvalinzamelaars die in private handen zijn.

Het ontstaan van een Europese afvalmarkt maakt volgens Visser de weg vrij voor fusies en overnames in de sector. ,,Met een financieel gezond en kapitaalkrachtig moederbedrijf als Suez zijn we daar klaar voor.'' Ook private investeringsmaatschappijen, zoals Apax en Blackstone, roeren zich op de afvalmarkt. Merkwaardig, vindt Visser. ,,Afval is geen markt van het snelle geld. Je kunt er best geld verdienen, maar dan heb je een lange adem nodig. Je moet veel investeren en het duurt lang voor je dat terugverdiend hebt. Dus als je na een jaar of drie weer met winst uit wilt stappen, zit je echt verkeerd.''

Vierde deel in een serie over Nederlandse dochters van buitenlandse bedrijven. Eerdere afleveringen staan op www.nrc.nl