Zwart zondagskind van Rode Duivels

België speelt zaterdag tegen Bosnië alles of niets. Voor het eerst sinds 1978 dreigen de `Rode Duivels' zich niet te plaatsen voor het WK voetbal. Afro-Brusselaar Vincent Kompany is de hoop in bange dagen.

Hij is het frivole idool van de natie. Volgende maand wordt hij negentien. Hij kijkt op naar Marcel Desailly. Zijn favoriete one-night-stand is Jennifer Lopez. Hij leest graag en veel: thrillers, Franse romans, sociologische vraagstukken en rapt luidkeels zijn favoriete muziek. Hij kapittelt religieuze doordrammers want ,,er zijn al te veel mensen gestorven voor godsdiensten''.

Vincent Kompany, het zwarte zondagskind van de `Rode Duivels', ringeloort racisten met een minachtende ironie: ,,Ik heb medelijden met mensen die anderen uitsluiten vanwege hun huidskleur''. Hij begrijpt de valkuilen en gevaren voor gekleurde en migrantenkinderen in de grote stad: ,,Mijn ouders dreven me naar de sport. Ze wisten dat het de ideale oplossing was om mij van de straat te houden.'' De voorbije twee jaar verdeelde hij zijn tijd tussen de klas – een zwartwitte school in Brussel – en het voetbalveld.

Kompany is gezegend met de natuurlijke nonchalance van de topspeler. Op en buiten het veld. Hij durft onorthodox en op pure klasse uit te verdedigen: balletje door de benen van een tegenstander, met de handen in de heup. Vlaamse voetbalconservatieven en sensatiepers schreeuwen moord en brand: `Kompany glijdt af. Wie houdt hem op het rechte pad?' Hij relativeert de mediahype goedlachs en met een aangeboren superioriteitsgevoel.

Kompany lijkt een typisch product van de Franse voetbalschool: mondig, geschoold, ironisch, visie op mens en samenleving, uitstraling en compleet voetbalinzicht. Alleen: hij maakte het op eigen kracht waar, zonder de opleidingkunst van de vermaarde Centres des Formations. Naar aanleiding van de campagne `Rode Duivels tegen Racisme', voorafgaand aan de wedstrijd België-Frankrijk in het voorjaar van 2004, ontmoette hij zijn idool Marcel Desailly.

Kompany bewondert de speelstijl van Le Capitaine, Europees en wereldkampioen met Frankrijk, maar vooral diens keuze voor een Europees-Afrikaanse kruisbestuiving. Kompany voelt hetzelfde voor zijn Afrikaanse roots en brandt van verlangen voor een terugtocht naar Congo, het land van zijn vader, zijn oorspronkelijke vaderland. Pierre Kompany ontsnapte in 1975 aan de gevangenissen van Mobutu. De politieke vluchteling, gediplomeerd ingenieur, vond vervolgens de idylle in de Ardennen.

Vincent Kompany, kind van een vluchteling uit Congo. Belg én tweetalige Brusselaar. Met dit profiel ben je de gedroomde kop van Jut van de bijna grootste politieke formatie van Vlaanderen, die met slogans als `Hand in hand naar eigen land' de vreemdeling én kleurling tot volksvijand nummer één uitroept.

In dit landsdeel moeten mensen als vader Kompany zich noodgedwongen schuilhouden en gaan nieuwe Vincents voor het voetbal verloren. In België wordt vaak vergeten dat de meest talentvolle spelers van de voorbije vier generaties telkens kinderen met een dubbele roots waren: achtereenvolgens Juan Lozano (Spaans); Enzo Scifo (Italiaans); Emile Mpenza (Congolees) en Vincent Kompany.

En zo staat een jongen van achttien jaar ongewild symbool voor een dubbele strijd: de heropbouw van het teloorgegane instituut `Rode Duivels' én het behoud van de veelkleurige, frivole en door compromissen ook wel gecompromitteerde natie. Vincent Kompany is de behoeder van België. Als dat maar goed afloopt.