Voorbij met de vrijblijvendheid

Een nieuwe coach, een nieuw geluid. Roelant Oltmans, herintredend hockeybondscoach van Nederland, predikt een hogere trainingsintensiteit en een groter zelfbewustzijn.

Het plan was om komende zomer de koffers te pakken en het werkterrein minimaal een jaar te verplaatsen naar Spanje (Club de Campo of Real Club de Polo). Maar van dat voornemen ziet hockeyinternational Geert-Jan Derikx bij nader inzien af. ,,Ik heb geen zin straks 15 keer op en neer te moeten vliegen voor een extra trainingsdag in Nederland'', sprak de 24-jarige verdediger na de geflatteerde oefenzege (4-1) van gisteravond op Argentinië.

En dus blijft Derikx, Gerrie voor vrienden, komend seizoen in Nederland. Bij zijn huidige club HCKZ in Den Haag of bij landskampioen Amsterdam, de hoofdklasser uit zijn woonplaats. Want de afgestudeerd student aan de hogere hotelschool is in trek. Zoveel bekwame verdedigers telt `Holland Hockeyland' niet. Derikx, international sinds 2002, is de uitzondering die de regel bevestigt.

Dat weet ook Roelant Oltmans, de herintredende bondscoach die gisteren in Tilburg ten overstaan van ruim drieduizend toeschouwers zijn rentree opsierde met een overwinning op het eveneens gehandicapte Argentinië (drie ontbrekende basisspelers). ,,Het is lang geleden dat Nederland slechts één doelpunt tegen kreeg'', grimaste de coach, die is verlost van de kopzorgen als technisch eindverantwoordelijke van het grillige en hardleerse Pakistan.

Tegen Argentinië, de bescheiden nummer elf van de Spelen in Athene (2004), stuurde Oltmans noodgedwongen een gelegenheidsdefensie het veld in. Met Derikx (81 interlands) als de regisseur, die werd geflankeerd door drie onervaren krachten: Jeroen Koops (4 caps) en debutanten Thomas Boerma en Sebastiaan Westerhout. Het viertal hield zich met dank vooral aan doelman Guus Vogels redelijk staande, al ging dat ten koste van zes `weggegeven' strafcorners.

Als excuus voor het zichtbare gebrek aan vaste patronen gold de absentie van zes min of meer vaste waarden: Rob Derikx, Sander van der Weide, Jesse Mahieu, Rob Reckers, Ronald Brouwer (allen geblesseerd) en Taeke Taekema (hockeytoerist in Australië). De vele afzeggingen kwamen Oltmans niet slecht uit. Hij bevindt zich in ,,een inventarisatiefase'', en benutte de afgelopen weken dan ook om de `tweede garnituur' te testen. Met succes, want: ,,Een aantal jongens staat op de deur te kloppen'', concludeerde hij gisteren verheugd.

Met dank aan een nieuw en strak regime. In navolging van vrouwenbondscoach Marc Lammers heeft Oltmans besloten de trainingsintensiteit op te voeren; het is voorgoed gedaan met de vrijblijvendheid. Nederland traint de laatste jaren vooral in blokken: voorafgaand aan een groot toernooi leven en trainen de internationals vijf of zes weken als professionals. De rest van het seizoen regeert het clubmodel: drie trainingen en één wedstrijd op zondag. Maar: ,,Het basisniveau en daarmee het instapniveau moet omhoog'', doceerde Oltmans, die voortaan ook op maandag en incidenteel dinsdag gaat trainen met de nationale ploeg.

Nieuw is de roep om `meer en harder trainen' allerminst. Vrijwel iedere bondscoach verkondigt die boodschap bij zijn aantreden. Ook Oltmans, terug na een afwezigheid van zes jaar, wil zijn stempel drukken. Hij moet wel, want de gewijzigde machtsverhoudingen in het internationale tophockey dwingen hem om andere wegen in te slaan. ,,Australië, Spanje en Duitsland bewijzen dat onze aanpak is achterhaald.''

Soortgelijke woorden sprak ook zijn voorganger, interim-bondscoach Terry Walsh, toen die medio december de balans opmaakte na de verloren finale (2-4) tegen Spanje in de strijd om de Champions Trophy. Vooral fysiek blijkt Nederland kwetsbaar, met als gevolg dat het elftal gaandeweg een toernooi ook in mentaal opzicht tegen een muur oploopt.

Geen wonder dus dat Nederland twee finales op rij (Olympische Spelen en Champions Trophy) had verloren. Ironisch genoeg kwam die waarschuwing van een coach, die met Maleisië en zijn vaderland Australië in al die jaren slechts één finale won: de eindstrijd om de Champions Trophy van 1999 in het `eigen' Brisbane.

Een ander punt van aandacht voor Oltmans is het zelfbewustzijn. Voorbij zijn de dagen dat de jonge(re) garde aan het handje wordt genomen door de routiniers. ,,Ze moeten finales leren winnen.'' In die hartenkreet herkent Floris Evers zich. ,,Wij zullen de kar nu ook moeten trekken'', erkende de 22-jarige middenvelder van SCHC, die gisteren aan de basis stond van het openingsdoelpunt van Matthijs Brouwer.

Op zijn lauweren zal Oltmans sowieso niet kunnen rusten, met het EK van begin september in Leipzig in zicht. Zelfs de technische basisvaardigheden laten te wensen over. Een harde en strakke pass? Maar weinig hockeyers beheersen die kunst tegenwoordig. ,,Het is duidelijk dat we onze handen de komende maanden meer dan vol hebben'', verzuchtte assistent Hans Streeder.