In Colombia is een journalist zijn leven nooit zeker

Colombia is het enige land ter wereld met een speciaal beschermingsprogramma voor journalisten. In geen ander land worden zoveel verslaggevers vermoord.

De 42-jarige radiopresentator zit kettingrokend aan een tafeltje onder een trap in winkelcentrum Lecs in de Colombiaanse stad Cúcuta. Hij vertelt dat het in deze plaats op de grens met Venezuela wemelt van de schoften. ,,Dit is het rovershol van drugshandelaren, paramilitairen, guerrillastrijders, gewone boeven en totaal corrupte bestuurders.''

Journalistiek gezien is de tropenplaats Cúcuta een goudmijn. Maar de presentator kan dat niet meer waarderen. Sinds twee jongens op een brommer op 11 januari van dit jaar een paar wriemelige straten verderop zijn maatje en medepresentator van Radio Lemas Julio Palacios – 53 jaar en vader van vijf kinderen – met tien kogels doodschoten, is de lol eraf. ,,Palacios praatte in zijn ochtendprogramma op de radio onverschrokken over corruptie'', vertelt de radiopresentator. ,,In 1996 was hij ook al eens beschoten voor de deur van de studio.'' Die aanslag mislukte. Maar nu ligt Palacios definitief gestrekt op het enorme gemeentelijke kerkhof onder een mistroostige heuvel bruine modder en een grijze gedenksteen.

De kettingroker is een van de dertien journalisten die de afgelopen maanden in Cúcuta zo ernstig zijn bedreigd dat ze speciale politiebescherming krijgen. Zijn lijfwacht staat in burgerkleding bij de cafetaria op de uitkijk. ,,Hij blijft bij me van vijf uur 's ochtends tot ik naar bed ga.'' Maar de presentator heeft niet de illusie dat hij nu echt veilig is. ,,Ik wil naar het buitenland. Journalistiek is mooi maar dit is het niet waard'', zegt de vader van drie kinderen. Hij toont nog een andere voorzorgsmaatregel. In de bruine aktetas op de stoel naast hem blinkt een pistool. ,,Komt altijd van pas.''

Geen land ter wereld is al zo lang zo gevaarlijk voor journalisten als het 44 miljoen inwoners tellende Colombia waar al veertig jaar illegale gewapende groepen vechten. ,,De afgelopen tien jaar zijn gemiddeld jaarlijks vijf journalisten vermoord vanwege hun werk'', zegt Juliana Cano, directeur van de Stichting voor de Persvrijheid in hoofdstad Bogotá.

De veiligheidssituatie voor de media wordt volgens haar in Colombia ieder jaar slechter. De directeur van de stichting – die mede wordt gefinancierd door de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur Gabriel García Márquez - zegt dat Cúcuta in Colombia verreweg de gevaarlijkste plek is. ,,Er is haast geen journalist die in Cúcuta niet is bedreigd. Er zijn daar te veel illegale belangen.''

Collega Palacios was dit jaar de eerste gedode Colombiaanse journalist. De tweede is de op 20 februari in Tuluá na een achtervolging door jongeren op een motor doodgeschoten fotograaf Hernando Sánchez (62). ,,Hij heeft waarschijnlijk zonder het te weten voor de society pagina van zijn krant El País drugshandelaren gefotografeerd in gezelschap van mensen die dat liever niet in de krant zagen'', vertelt Cano.

Op diezelfde dag werd ook de studio van radiostation RCN in Cali met bommen belaagd. Onlangs zijn tv-masten met dynamiet opgeblazen. President Álvaro Uribe riep het leger eerder deze maand op ,,journalisten en de persvrijheid beter te beschermen''.

De 600 kilometer oostelijk van Bogotá gelegen provinciehoofdstad Cúcuta is door de crisis in het buurland veranderd in de hoofdstad van de onveiligheid. Dat zegt een van de nestors van de Colombiaanse radiojournalistiek en directeur van lokale zender Lemas, Luis Mantilla (70). Ten noorden van de stad liggen steeds verder uitdijende cocaplantages.

In zo'n milieu is voor journalisten lastig opereren. ,,Palacios liep gevaar omdat hij nooit een blad voor de mond nam. Hij had ballen'', zegt zijn baas Mantilla. ,,Ik heb hem vaak gewaarschuwd voor zijn polemische werkwijze. Maar Julio zei dat hij nu eenmaal niet anders kon.''

In het onderzoek naar de moord op Palacios is twee maanden later nog niemand opgepakt. Volgens stichtingsdirecteur Cano is straffeloosheid één van de grootste problemen in Colombia. ,,We hebben 157 recente gevallen van bedreigingen en aanvallen op journalisten onderzocht. Het is hoogst uitzonderlijk als er een verdachte wordt opgepakt. Er is gewoonweg een gebrek aan politieke wil om journalisten beter te beschermen.''

De in legergroen gestoken politiechef van Cúcuta, kolonel José Henao, relativeert de ophef. Weliswaar hebben er in zijn stad zes journalisten een lijfwacht van de politie en genieten er zeven een iets minder vergaande vorm van bescherming, dat wil niet zeggen dat het dús ook onveilig is. ,,We geven bescherming als iemand er om vraagt. Dat gebeurt zonder onderzoek vooraf.''

Vervolgens vertelt de kolonel over journalisten die een bedreiging verzonnen om in aanmerking te komen voor bepaalde privileges. Colombia is het enige land ter wereld met een speciaal beschermingsprogramma voor journalisten. In sommige gevallen kunnen verslaggevers worden verplaatst naar een veilige regio of krijgen ze speciale auto's. Op dit moment worden 53 journalisten beschermd door dit programma.

De voortdurende bedreigingen hebben de kwaliteit en diversiteit van de Colombiaanse pers geen goed gedaan. In de jaren tachtig en eind jaren negentig werden kranten doelwit omdat ze de uitlevering van drugsbaronnen steunden. Veel journalisten werden gedood, gemarteld of ontvoerd. Dat laatste overkwam bijvoorbeeld de huidige vice-president en voormalige redactiechef van dagblad El Tiempo, Francisco Santos. El Tiempo is inmiddels de enige resterende nationale krant. De concurrent El Espectador heeft het loodje gelegd mede door aanslagen van de drugsmaffia. Directeur Guillermo Cano werd in 1986 doodgeschoten voor het krantengebouw.

De journalisten die doorwerken, doen het steeds voorzichtiger aan. ,,Er zijn ieder jaar weer journalisten die naar het buitenland vluchten. Journalisten passen ook steeds meer zelfcensuur toe. Uit lijfsbehoud vertelt een Colombiaanse verslaggever niet meer alles wat hij weet'', zegt Juliana Cano. Radiobaas Mantilla heeft er alle begrip voor. ,,Als je met woorden kogels wilt bestrijden, loopt dat immers meestal slecht af''.